Ga naar de inhoud
1,5 miljoen km van aarde

Hier is-ie dan: de eerste kleurenfoto van nieuwe ruimtetelescoop James Webb

De eerste kleurenfoto van de Webb-telescoop. Beeld © NASA

De eerste kleurenafbeelding die de nieuwe ruimtetelescoop James Webb van de ruimte heeft gemaakt, is openbaar gemaakt door de Amerikaanse president Joe Biden. Het beeld laat duizenden sterrenstelsels zien waarmee je volgens NASA enkele miljarden jaren terug in de tijd kunt kijken.

De ruimtevaartorganisaties van de Verenigde Staten (NASA), Europa (ESA) en Canada (CSA) brengen vandaag rond 16.30 uur Nederlandse tijd meer foto's naar buiten, maar gaven even na middernacht Nederlandse tijd dus alvast een voorproefje.

4,6 miljard jaar geleden

Op de nieuwe foto die onder meer is te vinden op de website van de Amerikaanse NASA is een cluster van duizenden sterrenstelsels genaamd 'SMACS 0723' te zien, dat ook 'Webb’s First Deep Field' wordt genoemd. De foto toont de sterrenstelsels zoals die er 4,6 miljard jaar geleden uitzagen. Het cluster werkt volgens NASA daarbij als een vergrootglas, waardoor ook veel sterrenstelsels erachter zichtbaar worden. 

Bekijk de foto hier in zijn geheel:

De James Webb is op eerste kerstdag gelanceerd. Hij is de opvolger van de beroemde ruimtetelescoop Hubble, die zijn einde nadert. Eind januari, na ongeveer een maand vliegen, kwam de James Webb aan op zijn werkplek op 1,5 miljoen kilometer van de aarde. 

Het doel van de infraroodtelescoop is om terug in de tijd te kijken tot de jongste jaren van het universum. Dat kan omdat de snelheid van het licht eindig is. Hoe verder weg we kijken, hoe langer het licht dus onderweg is.

Leven op planeten

Nu de eerste foto's gemaakt zijn, is het voorwerk klaar en begint het wetenschappelijke onderzoek waarvoor de James Webb is gebouwd. De James Webb moet onder meer zoeken naar planeten waar misschien leven mogelijk is, verre sterrenstelsels en sporen van de oerknal. Hij kan een miljard jaar verder terug in de tijd kijken dan de Hubble.

Het Amerikaans-Europees-Canadese project kost in totaal ongeveer 8 miljard euro. Vanuit Nederland zijn onder meer de Universiteit Leiden en onderzoeksinstituut TNO bij de missie betrokken.