Buitenland

Olievondst kan Suriname steenrijk maken, maar ook straatarm

31 januari 2020 14:08 Aangepast: 06 februari 2020 09:08
Twee medewerkers van het staatsoliebedrijf bekijken een kaart met proefboringen in Surinaamse wateren. Beeld © Staatsolie

600 miljoen dollar investeerden oliemaatschappijen in de zoektocht naar olie voor de kust van Suriname. Begin dit jaar was het eindelijk raak. "Suriname zal nooit meer hetzelfde zijn", klonk het jubelend. Zal het land erin slagen zijn oliedollars verstandig te besteden?

De afgelopen vijf jaar keek Suriname jaloers naar buurman Guyana. Daar stuitten oliemaatschappijen tijdens proefboringen op het ene na het andere winbare olieveld. Afgelopen week was het weer raak: ExxonMobil kondigde een grote vondst aan waarmee de oliereserves van het land uitkomen op zo'n acht miljard vaten. Per hoofd van de bevolking is dat meer dan Koeweit.

Zo'n feest is het in Suriname nog niet, maar oliebedrijven Apache en Total meldden op 7 januari wel de eerste grote olievondst in Surinaamse wateren. De Britse energieconsultant Wood Mackenzie schatte de vondst op 300 miljoen vaten olie en 1400 miljard kubieke meter aardgas.

De Surinaamse zeebodem lijkt geologisch gezien erg op die van Guyana, waar nu al 16 olievelden zijn gevonden

De vooruitzichten zijn goed

Daarmee waagt het bureau zich aan een knap staaltje nattevingerwerk, want er zijn nog minstens drie proefboringen nodig om te bepalen hoeveel vaten olie er precies in de grond zitten en of die olie commercieel winbaar is. Dat zegt Lucia van Geuns, energie-expert bij The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS). "Dan pas kun je sommetjes maken."

De vooruitzichten zijn in elk geval goed, want de Surinaamse zeebodem lijkt geologisch gezien erg op die van Guyana, waar nu al 16 olievelden zijn gevonden. Ook in Suriname vinden op meerdere locaties proefboringen plaats.

Nog een opsteker: het recent ontdekte veld bestaat uit relatief lichte olie. Die is makkelijker – lees goedkoper – uit de grond te halen dan zware olie en veel beter verkoopbaar op de wereldmarkt. "Suriname zal nooit meer hetzelfde zijn", juichte Staatsolie-directeur Rudolf Elias na de vondst.

Staatsolie-directeur Rudolf Elias (r) bezoekt een proefboringsinstallatie voor de Surinaamse kust. Staatsolie-directeur Rudolf Elias (r) bezoekt een proefboringsinstallatie voor de Surinaamse kust.

Van steenrijk tot straatarm: Noorwegen vs Venezuela

Daar kon Elias wel eens gelijk in krijgen. Het is voor Suriname alleen te hopen dat de verandering positief zal zijn. Olie kan je land steenrijk maken, maar ook straatarm. Economen noemen Noorwegen vaak als voorbeeld van een land met een verstandig beleid op het gebied van olie. In het Noorse staatsfonds dat de olie- en gasinkomsten belegt, zit inmiddels meer dan 1000 miljard euro, grofweg 188.000 euro per Noor.

Aan de andere kant van het spectrum staat Venezuela, het land met de grootste oliereserves ter wereld en ooit het rijkste land van Zuid-Amerika. Venezuela raakte totaal afhankelijk van de olie-inkomsten, en toen de olieprijs in 2015 inzakte raakte het land in een zware economische crisis met hyperinflatie en extreme tekorten aan voedsel en medicijnen tot gevolg.

Wat kan Suriname verdienen?

Staatsolie, dat volledig in handen is van de Surinaamse staat, heeft het recht om een belang van 20% te nemen in de winning van olie uit het recent ontdekte veld. Het maakt dan aanspraak op een vijfde van de inkomsten, maar moet ook een vijfde van de investeringen voor zijn rekening nemen.

Daarnaast ontvangt de Surinaamse staat royalty's van 6,5% en als de exploitatie winstgevend is ontvangt Suriname ook nog eens 36% van de winst.

"We moeten nog vaststellen of er inderdaad genoeg winbare olie is. Maar het zou kunnen dat er straks een paar honderd miljoen dollar Suriname binnenstroomt", zegt econoom Winston Ramautarsing. "Dat zijn aanzienlijke inkomsten voor een klein land als Suriname."

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Het grootste staatsfonds stapt uit olie

Ervaring met olie

Welke kant Suriname opgaat, hangt af van de sterkte van de instituties in het land, zegt Van Geuns. Het goede nieuws is dat Suriname, in tegenstelling tot Guyana, al decennia ervaring heeft met het oppompen van olie. "Staatsolie is een goed functionerend overheidsbedrijf in Suriname, waar ervaren mensen werken."

Staatsolie-directeur Elias wil de financiële discipline van het staatsbedrijf verbeteren met een gedeeltelijke beursgang in New York of Toronto. Als buitenlandse investeerders aan boord komen zal dat het toezicht op het bedrijf versterken, verwacht Elias. Bovendien kan Staatsolie met een beursgang geld ophalen voor de investeringen in de olieproductie, naar schatting 800 miljoen dollar.

Staatsolie produceert al decennialang brandstof in een raffinaderij nabij Paramaribo. Hierin verwerkt het olie van zware kwaliteit voor de binnenlandse markt. Staatsolie produceert al decennialang brandstof in een raffinaderij nabij Paramaribo. Hierin verwerkt het olie van zware kwaliteit voor de binnenlandse markt.

Wankel bestuur

Minder hoopgevend is het landsbestuur van Suriname, dat de laatste jaren corrupter wordt en zich flink in de schulden steekt. Sinds 2015 zakte Suriname van de 36e naar de 73e plaats op de wereldwijde corruptie-index van Transparency International. De Surinaamse overheid leende de afgelopen jaren zo veel geld dat het 38 procent van alle belastinginkomsten kwijt is aan het betalen van rente.

Winston Ramautarsing, voorzitter van de Vereniging van Economisten in Suriname: "Als ik op de recente historie afga, denk ik niet dat het kabinet klaar is om verstandig met geld om te gaan."

Lessen uit het verleden

Opvallend genoeg begon de malaise doordat Suriname te afhankelijk werd van een andere grondstof, namelijk goud, zegt Ramautarsing. "Toen de goudprijs tien jaar geleden steeg, ging de staat op veel te grote voet leven. Dat geld is grotendeels consumptief opgemaakt. Toen de goudprijs zakte, ontstond een enorm begrotingstekort."

Een lichtpuntje is dat het Surinaamse parlement in 2017 een wet aannam voor het oprichten van een 'Spaar- en Stabilisatiefonds'. Ramautarsing benadrukt dat het nog vier tot acht jaar duurt voordat de eerste olie eventueel verkocht kan worden.

"Hopelijk hebben de bestuurders van de toekomst de lessen uit het verleden geleerd", zegt hij. "Maar als ik terugkijk, heb ik daar eerlijk gezegd weinig vertrouwen in."

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore