Zondaginterview

Maartje redt al 12 jaar kinderen in India: 'Ik zou maar 3 maanden blijven'

11 augustus 2019 08:03 Aangepast: 12 augustus 2019 08:06
Maartje en twee van de bewoners van het tehuis. Beeld © Stichting Japthi

Het plan was: drie maanden vrijwilligerswerk in een tehuis in India met kinderen met een beperking. Maar toen Maartje van den Brand daar aan kwam, is ze nooit meer weggegaan.

Reshma heet het meisje, en Reshma heeft een hersenafwijking. Haar ouders schaamden zich voor hun gehandicapte dochter – iets wat vaak voorkomt in India – en lieten haar achter in het tehuis in Japthi, een afgelegen dorpje. Ver weg van de bewoonde wereld. Ver weg van een wereld met kansen.

Reshma kan door haar afwijking dan wel moeilijk praten, maar ze kan heel goed aangeven wat ze wel en niet fijn vindt. Dus toen Reshma meerdere keren door de baas van het tehuis werd misbruikt, maakte ze dat duidelijk aan één van de vrouwelijke vrijwilligers die daar werkte. Ze wees tijdens het douchen vaak naar haar onderbuik, raakte die aan, en keek gepijnigd. Zo van: hier doet het zeer, híér. 'Kan jij me helpen?'  

Waarom ga ik niet? 

Die vrijwilliger, dat was Maartje van den Brand. En Maartje kon wel helpen. Ze was 30, woonde en werkte tot voor kort in Amsterdam. Toen Maartje klein was, zei ze al tegen haar ouders dat ze arme kinderen wilde helpen. Toen ze bijna 30 werd en haar relatie voorbij was, dacht ze: nu is mijn kans, ik zit nergens aan vast, ben ouder, heb ervaring met vrijwilligerswerk en kan écht wat doen.

Ze ging. De bestemming was India. Via een stichting in Nederland kwam ze bij het tehuis terecht waar vooral kinderen met autisme, hersenafwijking en downsyndroom woonden. Het was in de jaren ’90 opgericht door een man met een dove zoon. "Ik dacht: wat een goed initiatief", vertelt Maartje nu. "Wat mooi."  

Chaos

Maar toen ze eraan kwam was het 'één grote chaos'. Niks moois aan. De kinderen droegen amper kleding, meer een soort vodden. Ze staarden apathisch voor zich uit. Bij onverwachte geluiden doken ze in elkaar. Maartje ziet het nog voor zich.

In de eerste dagen kwam ze erachter dat de kinderen onder de littekens zaten. "Ze werden geslagen met stokken en riemen door de baas van het tehuis." De tweede dag vond ze een van de meisjes met haar handen op haar rug vastgebonden. Dat had de kokkin gedaan. "Ik legde meteen uit hoe je anders met kinderen moet omgaan", vertelt Maartje. De kokkin reageerde opgelucht. Hè hè. Eindelijk iemand die het wél anders deed, en ook nog eens wist hoe.

Maartje zorgde dat de kinderen nieuwe schoolspullen kregen. Maartje zorgde dat de kinderen nieuwe schoolspullen kregen.

Alcoholist

De man die het tehuis runde, bleek een alcoholist. "Hij liep vaak dronken rond en als hij niet dronken was, sliep hij zijn roes uit." Na twee maanden kwam Maartje erachter dat hij de kinderen niet alleen fysiek misbruikte, maar ook seksueel. En opeens snapte Maartje ook de klachten van Reshma.

Na een moeizaam proces met de politie mocht de man niet meer in het tehuis komen. "De kinderen hadden toen niemand meer. De man woonde daar alleen, er waren geen andere vrijwilligers. Het was alsof er in mij een soort oerkracht los kwam om voor deze kinderen op te komen. Ik werd hun stem." Vanaf dat moment is Maartje bij de kinderen gaan wonen. Ze sliep met hen in dezelfde ruimte als waar ze de kinderen te eten gaf en lesgaf. "Het was voor mij vanzelfsprekend."

Waarom ze bleef 

Maar niet altijd voor Maartjes vrienden en familieleden. Die hebben het weleens gevraagd: wat móést ze daar? Waarom is ze niet gewoon naar huis gekomen? "Ik heb nooit de intentie gehad om twaalf jaar in India te blijven, echt niet, ik had met mezelf afgesproken: ik blijf een jaar, daarna ga ik terug. Ik wilde die kinderen stabiliteit geven, voor hen een vertrouwd gezicht zijn en dacht dat iemand het tehuis uiteindelijk wel zou overnemen. Maar de liefde voor die kinderen zorgde dat ik bleef. Het was blijkbaar mijn pad."

In Nederland werd ook het een en ander in gang gezet. Tijdens de eerste twee maanden zamelden Maartjes ouders 2000 euro in met een benefietconcert waarmee de eerste basisbehoeften – kleren, schoolspullen, toiletartikelen – konden worden gekocht.

"Het was pittig, maar tegelijkertijd een aaneenrijging van mooie momenten", zegt ze. Neem nou die ene keer, dat Maartje een stereo-installatie kocht en de kinderen haar favoriete muziek liet horen. Een klassiek nummer. Ze luisterden, keken naar hun huid, en – huh? Kippenvel? Van muziek? Hoe kan dat? "Ze wisten niet dat dat bestond."

Vertrouwd gezicht

Na dat eerste jaar dat 'wel heel snel ging' bleef Maartje er nog één. En nog één. In de eerste paar jaar kwamen er nieuwe medewerkers, werd het gebouw gerenoveerd en zette Maartje een dagprogramma op. In Nederland zetten haar ouders stichting Japthi op. "Je moet je voorstellen dat de meeste kindertehuizen in India niet zo zijn als de instellingen in de Westerse wereld." 

Toen Maartje in het tehuis aankwam, werden de kinderen niet vermaakt. Er was geen structuur. "Het was gewoon eten, drinken en slapen.'

Ook kwam er een andere vaste medewerker, Shobha, en na vijf jaar vonden Shoba en Maartje een nieuwe plek voor het tehuis: in het dorpje Koni. Iets dichter bij de bewoonde wereld, dichter bij het ziekenhuis, op een grotere plek. Er werd een huis gebouwd met meerdere slaapzalen, klaslokalen, een grote speelhal en een tuin. "Weet je? Het was toen eigenlijk echt allang niet meer im frage of ik zou blijven."

Kijk nou eens

Want waar Maartjes leeftijdsgenoten in Nederland gingen trouwen, huizen kochten, kinderen kregen, werden de kinderen uit het tehuis Maartjes familie. Zoals Gowri met het syndroom van Down. Tien jaar geleden had haar vader haar in het tehuis achtergelaten om vervolgens nooit meer langs te komen. "Gowri is een prachtige vrouw die zoveel betekent voor de kleinere kinderen hier."

Na die tien jaar heeft Maartje de vader van Gowri gebeld. 'Kom nou eens kijken hoe mooie vrouw je dochter is geworden'. had ze gezegd. "Hij kwam en bleef een halfuur."

In het tehuis is nu rust. Regelmaat. Veiligheid. Geen apathisch gestaar meer, geen schrikreacties van harde geluiden. "Er zijn nu 21 kinderen en ze mogen hier blijven zo lang ze kunnen en willen. Het is zo mooi om te zien hoe de ouderen, de twintigers, de drie nieuwkomertjes van vijf helpen met tandenpoetsen, het bed opmaken, hun schoolwerk. Ze zorgen voor elkaar."

Als Aby, een jochie met zware epilepsie, bijvoorbeeld weer een aanval krijgt, is de groep bezorgd. De één komt een glaasje water brengen, de ander komt even aan het bed van Aby zitten. 'Alles goed, Aby? Heb je nog wat nodig, Aby?'

'Ik was zo dol op hem'

Maar Maartje geeft ook toe: de eerste jaren waren zwaar. Zieke kinderen, ziekenhuisbezoeken, aangiftes tegen de baas van het tehuis, watertekort, elektriciteitsproblemen. "Ik ging maar door en door en kwam weinig tot rust, want ik sliep ook  met de kinderen in één ruimte natuurlijk."

Eén keer heeft ze zichzelf de tijd gegeven om dingen te verwerken. Dat was toen Kishor, een 18-jarige jongen met zware epilepsie, overleed aan de gevolgen van een val. "Ik was zo dol op hem."

Het raakte Maartje. "Tot diep in mijn ziel. Ik voelde me schuldig. Ik was er niet bij, want toen hij overleed, was ik in Nederland voor een operatie aan mijn hart." Om haar verdriet te verwerken en zichzelf te vergeven, vloog ze naar Spanje om naar Santiago de  Compostella te lopen. "In het tehuis gaat men anders om met rouw. Er wordt weinig meer over de overledenen gesproken, dat vind ik soms moeilijk. Ik heb in het tehuis foto’s van Kishor opgehangen, zodat hij er altijd een beetje bij blijft."  

Na vijf jaar is Maartje met het tehuis verhuisd naar een grotere plek. Na vijf jaar is Maartje met het tehuis verhuisd naar een grotere plek.

Geen huis, geen eigen spullen

Afgelopen april kreeg Maartje een ongeluk. Ze reed met haar scooter tegen een koe aan, waardoor ze een schedelfractuur en een hersenschudding opliep. Wat best ironisch is: want koeien zijn heilig in India. Shobha, met wie Maartje het tehuis runt, is er dan ook van overtuigd dat die koe haar voor groter ongeluk heeft behoed. Voor Maartje was het een moment om vanuit het ziekenhuisbed terug te blikken en misschien ook wel vooruit te kijken.  

Want ze denkt, langzamerhand, weer vaker aan Nederland. Amsterdam, om precies te zijn. "Ik heb geen huis, geen eigen spullen, helemaal niets." Ze lacht. Het klinkt krankzinnig, als ze het zo zegt. "Ik leef al twaalf jaar uit dozen en ik ben daar nog gelukkig mee ook. Blijkbaar kan ik leven met weinig." Toch heeft ze nu ook behoefte aan een eigen plek waar ze kan thuiskomen.

Maar gebruik het woord 'opoffering' niet in Maartjes bijzijn, want: dat was het niet. "Die kinderen hebben mij zo ongelooflijk veel gebracht, ik leer nog steeds zo veel van ze. Ik bleef en was nodig, ik kreeg liefde en ik kon liefde geven. Ik voel me verrijkt."

Tijd voor andere richting

Dat pad van huisje-boompje-beestje, een relatie, een carrière in Nederland, dat was simpelweg niet háár pad. "Als ik mezelf vergelijk met mijn vrienden in Nederland, doe ik mezelf tekort. Dan zou ik wat ik heb opgezet in India naar beneden halen."

Maar nu is het tijd voor een andere richting. "Ik ga nooit helemaal weg uit Koni, ik ben veel te gek op die kinderen. We hebben nu al heel lang een goedlopende stichting en ik vind het veel te bijzonder om te zien hoe de kinderen opgroeien. Maar ik voel ook dat ik nog meer te bieden heb aan de wereld." Ze wil een boek schrijven, misschien voorlichting geven. "Ik weet het nog niet precies."

Wel weet ze zeker: nu kan het, nu kan ik weg. "We hebben goede leraren en helpers. Het fundament is gelegd. De kinderen waren in het begin nog heel erg op mij gericht. Nu zorgen ze voor elkaar, zijn ze veel vrijer. Ze kunnen zichzelf vermaken."  

Prachtig, gelukkig meisje

Zo ook Reshma. Het meisje dat de hele tijd maar naar haar buik had gewezen. "Ze is nu 24 en echt: ze is prachtig. Het meisje straalt rust uit, dat zie je vooral aan haar ogen. Ja. Ik durf wel te zeggen dat ze gelukkig is."

En Maartje zelf ook. Al is ze zoekende. Al weet ze nog niet goed waar 'dat nieuwe pad' naartoe leidt. "Laatst zat ik op een doodgewone zondag in het tehuis, en ik zag de kinderen spelen, elkaar helpen, lol maken. Toen voelde ik niets dan dankbaarheid dat ik hier al die jaren heb mogen zijn."

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore

`