Aankoop Rembrandts

Reconstructie: Zo ontstond de 'Rembrandtsoap' op het Binnenhof

30 september 2015 00:18 Aangepast: 30 september 2015 15:01
Het Rijksmuseum Beeld © ANP

Nederland en Frankrijk gaan samen de Rembrandtschilderijen kopen. Daarmee komt een einde aan de 'Rembrandtsoap' op Binnenhof en het zwarte pieten kan beginnen. Politiek verslaggever Floor Bremer legt uit hoe het zover is gekomen.

De steenrijke bankiersfamilie Rothschild is in het bezit van de enorme doeken van het echtpaar Soolmans en Coppit uit 1634. Ze hangen naar verluidt aan de muur in de slaapkamer van een Parijs’ appartement. In maart van dit jaar zet de familie ze voor 160 miljoen euro in de etalage. De Franse regering zegt het geld niet te hebben en geeft daarom een exportvergunning af. Het Rijksmuseum toont onmiddellijk interesse en gaat praten met de familie. Voorkomen moet worden dat de schilderijen Europa verlaten en aan de muur komen te hangen bij een rijke Saoedische oliesjeik of een Chinese multimiljardair.

Brief
Op 14 juli schrijven de ministers van cultuur van Nederland en Frankrijk gezamenlijk een brief aan de familie Rothschild. In de brief geven ze de mogelijkheid aan dat ze samen de schilderijen kopen. De Nederlandse minister Bussemaker stelt de rest van het kabinet niet op de hoogte van dit aanbod. Ook ligt er nog geen 80 miljoen op de Nederlandse plank. Het gaat immers om een intentie, aldus een ingewijde. 

Tegelijkertijd is ook het Rijksmuseum nog aan het bedenken hoe ze 160 miljoen euro bij elkaar krijgt om het echtpaar te kunnen kopen. Daarover spreekt directeur Wim Pijbes in een radio-interview op 24 augustus. D66-leider Alexander Pechtold hoort dat en deelt het enthousiasme van Pijbes om de twee doeken naar Nederland te halen. Vanaf dat moment benadert hij de fractievoorzitters van andere partijen om te inventariseren of er politiek draagvlak voor de aankoop is.

Mauritshuisoverleg
Dat resulteert in het 'Mauritshuisoverleg' op dinsdag 8 september. Wim Pijbes en een groot aantal fractievoorzitters komt op voorstel van Alexander Pechtold samen tussen de schilderijen van de andere grote meesters naast het gebouw van de Tweede Kamer. Minister Bussemaker weet van het overleg. Zeker drie van de acht aanwezigen zijn op de hoogte van haar brief van 14 juli aan de Rothschilds. Er wordt over gesproken tijdens het overleg maar de conclusie is dat ze geen muziek in die optie zien. Aan het einde van het overleg tonen de fractieleiders zich enthousiast over de Nederlandse aankoop van twee Rembrandtdoeken: het echtpaar moet samen terug naar Nederland. 

Als minister Bussemaker twee dagen later naar Parijs gaat, zegt ze niks tegen haar Franse collega over het enthousiasme van de fractievoorzitters. Ze praat wel over de gezamenlijke brief naar de Rothschilds. Ze bevestigt opnieuw de gezamenlijke intentie de schilderijen samen te kopen.

Zoeken naar 160 miljoen
Inmiddels zijn ook andere leden van het kabinet op de hoogte van de brief van Bussemaker en de samenkomst van de fractieleiders. In het derde weekend van september krijgt het Kabinet een brief van de Pechtold en Zijlstra. Met daarin de wens beide schilderijen naar Nederland te halen. Premier Rutte wil de oppositie graag te vriend houden en geeft de opdracht op zoek te gaan naar de 160 miljoen voor de doeken.

Als op maandag 21 september de Telegraaf groot op de voorpagina schrijft dat de Rembrandts 'thuiskomen', is dat een grote verrassing voor de Fransen. Zij beschouwen de brief van 14 juli als een afspraak: allebei één schilderij. Daarop besluiten ook de Fransen zonder de Nederlanders in te lichten met een verrassing te komen: ze hebben het geld bij elkaar voor één van de doeken en geven aan dat te willen kopen. Dat de Rembrandts samen zullen thuiskomen wordt daarmee steeds onwaarschijnlijker.

Waar staan we nu?
Nederland en Frankrijk gaan de schilderijen samen kopen. Beide landen hebben 80 miljoen euro gevonden om of Maerten of Oopjen te kopen. Daarmee is wat tijdens het Mauritshuisoverleg op 8 september nog zo mooi was, in rook op gegaan. Het echtpaar zal gescheiden worden aangekocht en op en neer gaan pendelen tussen twee landen.

Dat de Fransen de intentie van Bussemaker en Pellerin zien als een afspraak, daar is wel enig begrip voor op te brengen. Niet voor niks spreken beide bewindspersonen over de voordelen van de optie 'we kopen er ieder één'. Aan de andere kant kan je de Fransen verwijten dat ze pas met geld over de brug komen als Nederland in staat blijkt ze alle twee te kopen. De alarmbellen bij de Franse culturele jetset gaan wel erg laat af.

En uiteindelijk blijkt dit de gamechanger in het spel. Want nu de Fransen ineens ook geld hebben, staat het kabinet voor de keuze: diplomatieke ruzie met Frankrijk door ze toch allebei te kopen. Of de eerder uitgesproken intentie te eerbiedigen. Het resultaat van deze soap is dat door al het politieke en diplomatieke rumoer de schilderijen wel in Europa blijven. En ze zullen ook samen in Nederland te zien zijn. Komen ze toch nog een beetje thuis.

`