Zondaginterview

Hoe kanker van 'ik vertrek' 'wij komen terug' maakte

14 april 2019 08:00 Aangepast: 15 april 2019 07:36
Stef, Babs en hun kindje Dray.

Stef, Babs en hun 2-jarige zoontje Dray leefden hun droom in Nieuw-Zeeland, waar ze een tulpenkwekerij waren gestart. Maar toen kreeg het stel een brief van de Nieuw-Zeelandse immigratiedienst. Ze moesten terug naar Nederland, voorgoed. Doordat Stef kanker heeft gehad, kon hij geen verblijfsvergunning krijgen. 

Vroem, vroem, vroemmmm. Aan de keukentafel van Stefs ouderlijk huis in Waarland speelt zoontje Dray (2) met een speelgoedautootje. Babs (42) appt met een vriendin en Stef (48) drinkt koffie. Het gezin is sinds een paar dagen terug in Nederland, in het huis van Stefs moeder.

Je zou zeggen: dat is leuk, weer terugkomen na een groots buitenlandavontuur. Je familie en vrienden weer zien. Maar niet voor dit gezin. Dat wilde namelijk niet terug: ze hadden er net hun leven opgebouwd, daar, in het zuidelijke Invercargill, maar móésten terug.

Babs en Dray tussen de favoriete tulp van Stef: de strong gold. Babs en Dray tussen de favoriete tulp van Stef: de strong gold.

'Heel wrang' 

Hun hart is nog aan de andere kant van de wereld. "Het is heel wrang", zegt Stef. Hij draagt een grijze trui met in zwarte letters New Zealand. "We waren al zó ver…" Babs: "Het is alsof we een heel leven hebben achtergelaten. En eigenlijk is dat ook zo. Alles moesten we wegdoen: de inboedel, de auto, alle spullen. In ons huis gaan nu andere mensen wonen, en de tulpenbollen die we helemaal vanuit Nederland voor duizenden euro's hebben verscheept, zijn bij een andere boer." 

Babs schudt haar hoofd, er ontsnapt een cynisch lachje uit haar mond. "Ken je dat programma Ik vertrek…? Nou. Wij komen terug."

Vader en zoon bij de tulpenbollen uit Nederland. Vader en zoon bij de tulpenbollen uit Nederland.

Als 4-jarige op het land

Het leven van Stef Groen draaide altijd al om tulpen, tulpen, tulpen. Wat wil je ook, als kind van een bollenkweker in Waarland, een klein dorpje in Noord-Holland waar de mensen nog bij elkaar via de achterdeur naar binnen lopen. Stef is opgegroeid met de gieter in de hand. Als 4-jarige stond-ie al op het land. 

Als Stef zijn gedachten de vrije loop laat, schieten zijn favoriete tulpen door zijn hoofd. De rood-witte columbus, de gele strong gold en de rode strong love. Maar een paar jaar geleden zat er ook nog iets anders in zijn hoofd: kanker. In de vorm van kleine tumoren, twaalf stuks. 

"Zo groot als een knikker", zegt Stef. "Uitzaaiingen vanuit mijn lymfeklierkanker." Hij zet z'n kopje koffie neer en laat met zijn duim en wijsvinger zien hoe groot de boosdoeners waren. "Ik was hartstikke ziek. De artsen zeiden: je maakt geen schijn van kans." Babs was op dat moment zwanger en allebei dachten ze wat ze niet naar elkaar durfden uit te spreken: zou Stef zijn kindje nog wel gaan zien? Zou Babs een alleenstaande moeder worden?

Tinderliefde

In 2014 ontmoetten de twee elkaar. Stef, die eigenlijk de hoop in de liefde al een beetje had opgegeven als veertiger, en Babs, die wel zoekende was maar 'hem' ook nog niet had gevonden. Het was niet echt de bedoeling, want Babs woonde in Gelderland, hij in Noord-Holland, en ze hadden allebei Tinder zó ingesteld dat ze alleen maar binnen een schaal van 20 kilometer matches zouden krijgen. 

Nu waren Stef en Babs elkaar ergens in de buurt van Den Haag gekruist, waar Stef tulpen naar de veiling bracht en Babs met een vriendin naar het strand in Scheveningen ging. "Grappig hoe het kan lopen hè?" zegt Babs.

Dray tussen de tulpen. Dray tussen de tulpen.

Plannen

Er volgden een paar date-weekenden, en toen liet Stef het al doorschemeren: hij wilde naar Nieuw-Zeeland emigreren. Dat plan zat – naast die tulpen – al een hele tijd in zijn hoofd. "Die rust, die ruimte. Ik ben er bij een tulpenkweker gaan werken en vond het zo prachtig. En het was altijd al mijn droom geweest om zélf een bedrijf op te starten." 

Een paar jaar reisde hij de hele tijd op een neer tussen Nederland en Nieuw-Zeeland. Dan weer een paar maanden daar werken, dan weer thuis. "Mijn wortels in Nederland raakten steeds losser, en mijn wortels in Nieuw-Zeeland kwamen steeds dieper in de grond."

Bovendien was het ook bedrijfsmatig een slimme zet: in Nederland was veel concurrentie, terwijl de vraag in Nieuw-Zeeland erg groot was. Met Valentijnsdag gaf hij een vliegticket aan Babs – met een kaartje met de vraag of ze naar Nieuw-Zeeland wilde komen om te kijken of ze er misschien met hem zou willen wonen.

Na de rondreis besloot Babs dat ze haar werk als manager bij een kledingwinkel en haar huis in Arnhem zou opgeven. "Ik hou wel van een beetje avontuur", zegt ze. "En ik wilde ook wel leren hoe het moest, op zo’n kwekerij werken."

En toen gingen ze...

En dus gingen ze. Ze huurden een stuk grond, een grote schuur en een huis. Een 'prachthuis', trouwens, mijmert Babs. Met uitzicht op een watertoren, tulpenvelden – de eigen oogst – om hen heen, grote woonkamers, een grote tuin en het centrum op loopafstand. En bergen. Overal bergen. "Het was er echt goed. Echt heel goed."

Stef had al die jaren daarvóór, waarin hij heen en weer reisde tussen Nieuw-Zeeland en Nederland, een werkvisum. Misschien had-ie toen een permante verblijfsvergunning moeten aanvragen. "Maar toen wist ik nog niet dat ik ziek zou worden. En dat ik hier echt zou willen wonen." 

Om allebei in Nieuw-Zeeland te mogen wonen en werken, besloot het stel een 'entrepreneur work visa' aan te vragen. Ondernemers die investeren in een bedrijf in Nieuw-Zeeland, kunnen daarvoor in aanmerking komen. Wie zo'n visum heeft, kan vervolgens definitief emigreren en een permanente verblijfsvergunning krijgen – dat was ook het doel van Stef en Babs.

Dray en zijn vader. Dray en zijn vader.

Visumproblemen

In 2015 emigreerde het stel naar Nieuw-Zeeland, met een tijdelijk werkvisum, om daar alles te regelen. Ondertussen, terwijl de aanvraag voor zo'n visum liep, lieten ze begin 2016 de tulpenbollen in containers vanuit Nederland naar Nieuw-Zeeland verschepen. "Misschien is dat naïef geweest, achteraf, maar we gingen er niet van uit dat we geen visum zouden krijgen. En wilden niet wachten, want het was februari. Ik móést het nu doen, anders waren de tulpen er niet op tijd voordat het plantseizoen zou beginnen."

In februari zat er ook al een klein bultje in Stef z'n hals. 'Een erwtje', noemde hij het. Dat erwtje werd al snel een pinda. En de pinda werd een kippenei. "We waren voor een vakantie in Nederland en ik ging daar naar de dokter." De uitslag was zo ongeveer de slechtst denkbare. Stef had uitgezaaide non-hodgkin. "De artsen zeiden dat ze niets meer voor ons konden doen."

Terwijl Stef chemokuren onderging, werd Dray geboren. Terwijl Stef chemokuren onderging, werd Dray geboren.

Uitvaart regelen

Bam. In één keer was-ie weg: de toekomst. Maar een paar dagen na die diagnose, toen Stef eigenlijk al aan zijn uitvaart dacht, belden de artsen weer. Ze hadden een behandelmethode, een hele zware, met aan het eind een heftige injectie, melfalan, die Stef zou kunnen redden – omdat die álle cellen in zijn lijf kapot zou maken – maar ook dodelijk zou kunnen zijn. Er zou ook nog een stamceltransplantatie volgen. "Vanaf dat moment dacht ik: ik ga dit overleven. Ik ga mijn kind zien opgroeien, we gaan met z’n drietjes terug naar Nieuw-Zeeland."

Niet dat het makkelijk was. Integendeel. Beter worden doe je niet zomaar. "Ik ben heel veel gaan sporten. Oogkleppen op en gáán, hardlopen, zwemmen, fietsen. Ik dacht: ik moet sterk zijn. Die behandelingen gaan me afmatten, terwijl de zwaarste, die injectie en daarna stamceltransplantatie, aan het einde komt. Dan moet ik er stáán."

'Heel ziek'

Ze doorliepen het hele traject in Nederland, dicht bij familie en vrienden. "Ik ben echt heel ziek geweest", zegt Stef. Babs: "Ik herinner me nog dat Dray net geboren was. Piepklein was-ie, ze hadden jouw kuren zo gepland dat je bij de bevalling kon zijn, maar daarna moest je meteen weer aan de bak. Dray lag aan mijn borst en ik zat naast jouw ziekenhuisbed."

Stef knikt. Ja, ja, hij herinnert het zich ook nog. "En toen ging het mis, hè", zegt hij. Babs: "Ja, je werd niet goed van een injectie en ik moest de kamer uit. Ik zag die hartslag van jou op dat schermpje maar dalen. Tot nul. Toen was ik echt bang."

Wanneer Stef zelf echt bang was? De nacht vóór die ene, belangrijke injectie die hem zou kunnen doodmaken of genezen. "Het was erop of eronder", zegt hij nu. "Dat was doodeng."

Selfie van Stef en Babs, slapen in het ziekenhuis. Selfie van Stef en Babs, slapen in het ziekenhuis.

'Geluk gehad'

Maar het was erop. De kuren, de injectie, de stamceltransplantatie: ze sloegen aan en na een jaar ziek zijn werd Stef 'schoon' verklaard. "Ik heb geluk gehad, maar ik heb ook keihard mijn best gedaan. Ik heb geen medicijn aangeraakt, behalve de chemo's. Ik heb alles gedaan met sporten, sporten, sporten, ook zelfs op de quarantainekamer waar de kotszakjes aan het stuur hingen. En ik had heel veel aan de Wim Hof-methode, waarbij ik extreme kou opzocht. Ik was alleen maar gefocust op mijn immuunsysteem."

En Nieuw-Zeeland was al die tijd in zijn hoofd. "Vanuit het ziekenhuis heb ik de containerindeling voor de tulpenbollen geregeld. Alles moest doorgaan, kanker of niet."

Dus toen Stef 'schoon' was en hij tegen Babs zei 'potverdomme, het is gelukt', pakten ze met z'n drietjes het vliegtuig. 'Terug naar huis', zoiets, in die trant, hadden ze tegen elkaar gezegd. Voor het visum moesten ze vóór 12 augustus terug zijn, dus er zat haast achter. Eenmaal in Nieuw-Zeeland begon het tweede deel van de visumaanvraag. Het eerste deel van de aanvraag bestond namelijk uit tien maanden lang 'onderzoek doen' voor je bedrijf. En nu moest het stel bewijzen dat het bedrijf draaide, dat ze werknemers hadden, dat ze geld verdienden – deel twee van de aanvraag. "Dat was allemaal geen probleem, we waren gestart."

Stef en Babs met een bevriend stel dat ze in Nieuw-Zeeland leerden kennen. Stef en Babs met een bevriend stel dat ze in Nieuw-Zeeland leerden kennen.

Strenge regels

"Dit is een verhaal waarin de omstandigheden ervoor hebben gezorgd dat er niet aan de voorwaarden voor een visum kan worden gedaan", zegt Marcel Booiman van VisaVersa. Dat is een onderneming die mensen helpt bij het aanvragen van visa.

Booiman doet vaak aanvragen voor Nederlanders die naar Nieuw-Zeeland willen. De regels voor het krijgen van een Entrepreneur Work Visa zijn streng, stelt hij. "De overheid wil zien dat je als ondernemer actief aanwezig bent geweest en bezig bent geweest met het runnen van het bedrijf. Er zijn meerdere momenten waarop ze controleren: heb je je aan je businessplan gehouden en ben je voldoende in het land aanwezig geweest?"

Ineens was er die brief

Wat het probleem wel was, bleek toen na een paar maanden een brief van de Nieuw-Zeelandse immigratiedienst binnenkwam. De visumaanvraag was afgewezen, omdat de oncoloog aldaar de kans groot achtte dat Stef opnieuw ziek zou worden. Dan zou Nieuw-Zeeland voor de kosten op moeten draaien. Bovendien stelde de overheid: jullie zijn een heel jaar niet in Nieuw-Zeeland geweest, terwijl dat voor het eerste deel van de visumaanvraag wel had gemoeten.

Stef: "Ik heb uitgelegd dat ik in Nederland was voor mijn behandelingen, en dat ik aan een zijden draadje hing. Maar het drong niet tot ze door. We waren niet welkom. Ik voelde me besmet. Alsof ik een slecht iemand was. Terwijl wij juist in dit land iets wilden opbouwen, en voor werkgelegenheid hier zorgen."

Babs en Dray in een van hun tulpenvelden. Babs en Dray in een van hun tulpenvelden.

Specialist in de hand

Het stel deed er naar eigen zeggen alles aan om dat visum toch te krijgen. Het klopte bij een visumspecialist aan in Nieuw-Zeeland. Babs belde een minister  – 'waarom mogen we niet blijven? En wat nou als we beloven dat áls Stef weer ziek wordt, we de behandelingen zelf zullen betalen?' 

Stef: "Ik wilde echt wel zwart op wit laten vastleggen dat we geen cent van de overheid in Nieuw-Zeeland zouden vragen als ik weer ziek zou worden. Ik heb nog een goede verzekering in Nederland." 

Ruzie en stress

Niets bleek mogelijk. Ook niet toen Babs de media opzocht. "Ik heb zitten lullen als Brugman. Dat was ook wel het moment dat ik dacht: wáárom ben ik hier aan begonnen? Het was ook niet makkelijk tussen Stef en mij: we botsten soms wel, omdat we gebukt gingen onder zo veel stress. Eerst die ziekte, en nu dit probleem."

'Ik kan niets meer voor jullie doen'. Drie weken geleden kreeg het stel die woorden te horen van hun immigratiespecialist. "We hebben met z'n tweeën zitten huilen aan zijn bureau", zegt Babs. "Echt alsof er iemand dood was." Stef: "We hebben tonnen geld besteed aan alleen al de aanvraag, aan überhaupt al de officiële vertalingen van alle documenten. De kosten van de visumaanvragen zijn al 70.000 Nieuw-Zeelandse dollar (bijna 42.000 euro, red.). Al ons spaargeld zit erin. We waren echt van plan hier iets op te bouwen. We wilden ons zoontje naar mijn vader vernoemen, die Dré heette, maar daar hebben we zelfs Dray van gemaakt zodat ze zijn naam in Nieuw-Zeeland zouden kunnen uitspreken."

Wat Babs en Stef het meest missen aan Nieuw-Zeeland? De ruimte. De rust. Wat Babs en Stef het meest missen aan Nieuw-Zeeland? De ruimte. De rust.

Halsoverkop terug

In twee weken tijd – daarna zou hun tijdelijke visum zijn verlopen – moest het gezin terug naar Nederland. "Al onze vrienden wilden ons nog zien. We waren heel dik bevriend met Wilma en Geert, Dray kon het heel goed vinden met hun dochtertje van 2." Het moeilijkste moment? Babs: "Het moment dat ik de deur van ons huis daar voor de laatste keer achter me dichttrok." Stef: "Het moment dat het vliegtuig zijn wielen introk. Toen waren we echt los van het land."

Letterlijk dan, want Nieuw-Zeeland zit nog in hun hoofd. Stef: "Als ze nu zouden zeggen: 'Kom maar terug', dan ga ik." Babs is sceptischer. Ze lacht: "Ergens denk ik: als ze me niet willen, dan niet, hoor. En ergens heb ik ook heel veel behoefte aan rust, zekerheid. We hebben jarenlang in onzekerheid geleefd, ook door Stefs ziekte. Het was een achtbaan."

Heel sterke tulp

Dus het plan is nu: een huisje zoeken, hier, ergens in het tulpenwalhalla Waarland. Babs wil weer een baan bij een kledingwinkel, ze gaan op zoek naar een leuke peuterspeelzaal voor Dray, en ja, Stef wil weer in de tulpen gaan werken. Want die liefde, die blijft. Vooral voor de gele variant – de strong gold. 

"Dat is een heel sterke tulp", zegt Stef. Net als Stef zelf. Een sterke. Niet klein te krijgen door kanker, dus ook niet door een mislukt immigratieplan. "Al is-ie de laatste jaren in de oogst wel een beetje omgedonderd." Hij lacht. "Maar ik val niet om. Babs en ik worden samen oud, of het nu hier is of in Nieuw-Zeeland."

Komt dit vaker voor?

"Er worden vaker mensen geweigerd in die eerste twaalf maanden na de aanvraag van een Entrepreneur Work Visum", weet visum-expert Marcel Booiman. "Vaak omdat mensen niet kunnen hebben laten zien dat ze genoeg hebben gedaan." Vorig jaar was het weigeringspercentage voor initiële aanvragen voor dit visum wereldwijd 90 procent. "Het is een lastige categorie."

Het komt ook vaker voor dat mensen worden geweigerd na de medische keuring, die iedereen moet ondergaan als hij langer dan twaalf maanden in Nieuw-Zeeland wil blijven. "Er is een hele lijst van ziektes waarvan de overheid zegt: die kosten Nieuw-Zeeland te veel om je een verblijfsvergunning toe te kennen", zegt Booiman.

Autisme

Behalve kanker zijn er ook andere ziektes en aandoeningen waardoor de aanvraag vaak wordt afgewezen, zoals reuma, of als kinderen autisme hebben. Booiman: "Je mag de samenleving in Nieuw-Zeeland niet te veel geld kosten."

En dan maakt het niet uit of je heel veel geld hebt. "Stel, je bent miljonair en je zegt: ik betaal het speciaal onderwijs van mijn zoon zelf wel, of de chemobehandelingen van mijn vrouw – dan nog krijg je je visum niet."

Dat is in menselijk opzicht heel wrang en zuur, vindt Booiman. Maar de immigratiewetten van Nieuw-Zeeland zijn 'vanuit een economisch perspectief' geschreven, zegt hij. "En als er een aanzienlijke kans is dat iemand tijdens de duur van het visum aanspraak moet maken op medische voorzieningen die uit belastinggeld worden betaald, zal het visum niet goedgekeurd worden." 

`