Nieuws

De prijs voor voedsel moet eerlijker, echter, maar liefst niet duurder

25 januari 2019 17:02 Aangepast: 25 januari 2019 18:03
Beeld © ANP

Consumenten betalen lang niet de daadwerkelijke eerlijke prijs voor eten en drinken. Dat zeggen onderzoekers van de universiteit van Wageningen. Er wordt nu een standaard ontwikkeld om uit te rekenen wat wel de juiste prijs is.

We zijn als consumenten redelijk gewend aan de prijs van een product, zoals een bakkie koffie op het station. Door 2 euro tot 2,50 euro neer te leggen, betalen we mee aan de productie, het transport en de winstopslag.

Maar daarmee betalen niet mee aan alle milieuvervuiling die komt kijken bij de productie en het vervoer van de koffie, en ook niet voor al het water dat de koffieboeren gebruiken.

De eerlijke prijs van een bakkie koffie

Na drie slokken is je koffie op. Maar om genoeg koffiebonen te oogsten voor één kopje koffie, gebruiken boeren wel 132 liter water. Dat gratis opgepompte water zorgt voor schade rondom akkers. Een samenwerkingsverband van Bionext, True Price en Wageningen Economic Research gaat nu in kaart brengen wat de prijs is als we al die zaken wél meerekenen.

Daarvoor onderscheiden de onderzoekers twee prijzen: de echte en de eerlijke prijs.

  • Bij een eerlijke prijs krijgt voedsel een prijs waarin economische en duurzaamheidskosten zijn meegenomen. In de eerlijke prijs wordt CO2, biodiversiteit en bodemvruchtbaarheid meegerekend. De kosten, baten en risico’s worden over de hele voedselketen verdeeld.

  • Een echte prijs is er voor de consumenten, producenten en overheid. Die prijs moet hen helpen de juiste keuzes te maken. Producenten kunnen zo duurzaam mogelijk produceren. En consumenten kunnen - volledig geïnformeerd - een keuze maken. De echte prijs kan door de overheid worden gebruikt om de economie en de overgang naar duurzaamheid te stimuleren.

Met die twee prijzen, opgebouwd uit talloze factoren, werken de onderzoekers aan een nieuwe prijsstandaard.

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Duurzaam doen in supermarkt is nog knap lastig

Eerste vraag: wat kost dat?

Grote vraag is of we ook meer gaan betalen in de supermarkt. Nee, zegt Willy Baltussen, die voor de WUR betrokken is bij het onderzoek. "Mensen hoeven niet bang te zijn dat de boodschappen morgen of volgende week veel duurder zijn. We gaan vooral in beeld brengen wat de daadwerkelijke kosten zijn", zegt Baltussen.

Wat consumenten wel zullen merken, is dat de 'true price' laat zien hoeveel er moet worden verduurzaamd. "Als daar in de productieketen maatregelen voor worden genomen, worden die doorberekend aan de consument. Daar staat tegenover dat je bij de aanschaf van eten al betaalt voor die verduurzaming, zodat daar geen milieubelasting voor  hoeft te worden gerekend."

'Eerlijke, klimaatneutrale productie moet standaard worden'

Dat 'true price' niet direct zorgt voor een kostprijsverhoging, is bijvoorbeeld te zien bij kippenboerderij Kipster - dat als doel heeft de 'meest dier-, milieu- en mensvriendelijke' kippenboerderij ter wereld te zijn. "Wij wilden een klimaatneutraal ei," zegt Ruud Zanders van Kipster.

"We kunnen een duurzaam ei maken, voor een acceptabele prijs. Onze droom is dat deze manier van werken de standaard wordt." Uiteindelijk komt de prijs van een ei bij Kipster uit op 23,8 cent per ei. Een scharrelei is 15 tot 18 cent, een biologisch ei 28 tot 32 en een vrij uitloop-ei tussen de 22 en 25 cent.

Zanders is met zijn team de ecologische voetafdruk van een ei gaan berekenen. "Daarna zijn we die zo ver mogelijk omlaag gaan brengen. Zo gebruiken we geen gas, en wekken we al onze energie zelf op met 1100 zonnepanelen. We hebben maar de helft van de opgewekte energie nodig," vervolgt hij.

Witte kippen zijn beter dan bruine

Dat helpt al met het omlaag brengen van de voetafdruk. Daarnaast heeft Kipster alleen maar witte kippen, want dat scheelt enorm, claimt Zanders. "Ja, witte kippen. Die zijn efficiënter dan bruine kippen, want zijn lichter en eten minder. Dat scheelt al vijf procent, dus het wordt per definitie duurzamer." Ook gebruikt Kipster alleen reststromen om de dieren te voeren.

Jos Huybregts van bakkerij Van Vessem hanteert eveneens een 'true price' voor een broodsoort. Een gewoon brood kost 2,95 euro, het duurzamere 'true price'-brood is 2,99 euro. Iets duurder dus.

 

Vlees sneller duur dan plant

Volgens onderzoeker Baltussen varieert per product in hoeverre de 'true pricing' iets duurder maakt. Bij vlees wordt het al snel duurder, bij plantaardige producten minder.

"Dat komt doordat je bij vlees al eerder plantaardige producten nodig hebt om de dieren te voeren," zegt Baltussen. "Dus de eigenlijke kosten zijn dan ook hoger. Dat zal uiteindelijk ook voor een verandering in koopgedrag zorgen."

'Voor sommigen te duur'

Hoofd centrum preferentie voeding en zorg bij het RIVM, Matthijs van den Berg, sluit zich daarbij aan. "Prijs is een belangrijke sturende factor. Een deel van de mensen zal het belangrijk vinden dit te weten. Maar voor een ander deel zal het te duur worden, mocht true pricing 1-op-1 worden doorberekend."

Dat zie je volgens Van den Berg bijvoorbeeld bij het beter leven keurmerk. "Daarbij is ook bekend dat een deel van de mensen het waard vindt voor die 3 sterren extra te betalen, maar een deel ook niet."

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore