Spoordrama Oss

'Op zo'n ongeluk als in Oss kán een hulpverlener zich niet voorbereiden'

21 september 2018 19:17 Aangepast: 26 september 2018 16:04
Beeld © ANP

De brandweermensen die hebben geholpen na het ongeval in Oss werden met applaus onthaald en omhelsd. Terecht, stelt commandant Fred Heerink van Veiligheidsregio Drenthe: "Op zo'n vreselijk verdrietige taak kun je je niet voorbereiden."

De kwetsbaarheid van de brandweermens. Fred Heerink, al jaren werkzaam bij de brandweer, denkt dat mensen dat beseften toen ze de mannen in pak op de plek van het ongeval in Oss zagen. "Je ziet daar mensen in een pak, maar het zijn wel ménsen. Hulpverleners die naar zo'n plek uitrukken zijn heel stoer, maar ook heel kwetsbaar. Vooral als het gaat om kinderen, zoals in Oss. Je staat daar je werk te doen, maar je betrekt het toch op je eigen situatie. Vooral als je zelf ook kinderen hebt, of nichtjes of neefjes. Dat hakt erin."

Gisteren had hij het zelfs nog: 'zijn' mensen moesten in Assen helpen bij een ongeluk waarbij een auto met vijf jonge jongens, op weg naar een voetbalwedstrijd, tegen een boom knalde. Twee jongens kwamen om het leven. "Dan slaat mijn hart over, dan denk ik toch aan mijn eigen zoons. Het kan ons ook overkomen."

Lastig

De ene mens kan beter omgaan met dit soort vreselijke taken dan de andere. "Het is afhankelijk van de situatie, hoe je je op dat moment voelt, hoe goed je in je vel zit", stelt Ina Strating. Ze is adviseur crisismanagement, gespecialiseerd in het werken tijdens en na ingrijpende gebeurtenissen. "Het lastige is: je kunt technisch trainen wat je wilt, maar emoties kun je niet oefenen."

Hulpverleners, zegt Strating, krijgen handvatten aangereikt over hoe om te gaan met hun emoties. "Zowel voor hen persoonlijk als voor het professionele team waarin ze werken. Dat een incident impact op ze kan hebben, dat hoeven we ze niet te vertellen. Maar ze leren bijvoorbeeld: om goed voor een ander te kunnen zorgen, moet je eerst en vooral goed voor jezelf zorgen."

De laatste jaren is er volgens Strating meer aandacht bij hulpverleningsinstanties voor de emoties van de hulpverlener. "Op die manier kunnen betere nazorgtrajecten op maat worden aangeboden. Wie daar behoefte aan heeft, kan daar gebruik van maken.”

Trek aan de bel

Dat betekent: op tijd aan de bel trekken. Strating zegt dat bijvoorbeeld trillen, slecht slapen, huilen, je wankel voelen, uitvallen naar anderen 'heel normale reacties zijn op een abnormale gebeurtenis', zoals het ongeluk in Oss. "Dat geldt voor alle betrokkenen en de mensen die het hebben gezien, maar ook voor de hulpverleners." Ze raadt mensen altijd aan: wacht het eerst drie nachten af. "Biologisch gezien heeft je lijf minimaal drie nachten de tijd nodig om iets heftigs te verwerken. Na drie nachten slaap voel je vaak beter hoe het écht met je gaat."

Heerink zegt ook altijd tegen zijn mannen en vrouwen: kijk daarbij naar jezelf. "We hebben er vaak een handje van om naar anderen te kijken. Zo van: met mijn collega gaat het goed en die heeft hetzelfde meegemaakt, dus ik moet gewoon weer aan het werk gaan. Maar elk mens zit nu eenmaal anders in elkaar."

Applaus en knuffels voor hulpverleners

De brandweermensen die gisteren in Oss hielpen na het spoorongeluk, bezochten 's avonds de herdenking.

Hulpverleners krijgen daarom ook de term 'watchful waiting' mee. Dat betekent: normaal blijven doorleven, maar wel met extra aandacht voor jezelf en je collega's om te volgen hoe het gaat. Heerink: "En bedenk zelf wat je wilt, waar je behoefte aan hebt. Wil je vrij, wil je werken, wil je praten? Sommigen willen terug naar de plek, zoals de brandweermensen gisteren in Oss, anderen juist niet. Hulpverleners moeten die keuze kunnen krijgen."

Krachtige mensen

Strating benadrukt dat mensen op emotioneel vlak 'heel veel aankunnen'. "We zijn van nature krachtige wezens. We hebben snel de neiging om te zeggen: hier kom je nooit meer overheen. Ongeveer driekwart van de mensen die worden getroffen door een schokkende gebeurtenis, komen er vaak zelf – dus zonder professionele hulp – bovenop. Door te praten, te rusten, steun te krijgen van de omgeving. Eigen tempo kunnen volgen is belangrijk. Ruimte en steun krijgen vanuit de (werk)omgeving helpt verder."

Ongeveer een kwart van de getroffen mensen heeft volgens Strating vaak wel wat ondersteuning nodig. "Maar dat zijn vaak mensen die vóór die schokkende gebeurtenis ook al wat uit balans waren. Daar kunnen hulpverleners bij zitten, maar dat hoeft helemaal niet." Hulp krijgen is niet erg. "Hulp zoeken is absoluut geen zwaktebod", stelt Heerink. "Hulpverleners maken de naarste dingen mee, en je kunt van tevoren nooit inschatten of je er iets aan overhoudt."

Zo moest hij een keer uitrukken bij een ongeluk waarbij een auto te water was geraakt. Een moeder en haar kinderen kwamen om het leven. "Het gekke is dat sommige collega’s wel nog elk detail wisten, en ik was hele delen van de film kwijt. En nog steeds. Ik denk niet dat het ooit terugkomt."

Iedere hulpverlener is anders

Waarmee hij maar wil zeggen: iedere hulpverlener is anders. "Want we zijn allemaal mensen. Dat maakt dit werk soms ook zo zwaar. We doen dit met ons hart."

`