Nederland

Het veiligste kinderzitje, waar moet je op letten?

20 februari 2013 13:13 Aangepast: 20 februari 2013 15:24

Elke week komen 10 Europese kinderen om bij auto-ongelukken. Om de veiligheid van kinderen in de auto te verbeteren, gaan binnenkort nieuwe regels gelden voor het gebruik van autostoeltjes. Met de 'i-Size'-norm, die in juni 2013 ingaat, moet het uiteindelijk verplicht worden om kinderen tot 15 maanden oud te vervoeren in zitjes waarbij ze met hun gezicht naar achteren kijken. Hoe kies je het beste zitje voor jouw kind?

1. Vooruit of achteruit?

Zitjes voor kinderen tot 13 kilogram zijn altijd achteruitkijkend. Voor kinderen vanaf 25 kilo zijn autostoeltjes juist altijd vooruitkijkend. Daar tussenin zit een grijs gebied.

De meeste stoeltjes voor kinderen van 8 tot 18 kilo die nu op de markt zijn, onder de Europese veiligheidsnorm R44, zijn vooruitkijkend. Maar het is veiliger als kinderen achteruit kijken. Bij een botsing worden ze dan in het stoeltje gedrukt.

Bij vooruitkijkende stoeltjes snijdt de gordel vaak in de buik van kinderen. Omdat daar nog niet veel vet zit, kunnen interne organen zwaar beschadigd raken bij botsingen. Bovendien hebben kinderen een relatief groot hoofd, in verhouding tot de rest van hun lichaam. Bij een botsing met een vooruitkijkend stoeltje wordt dat hoofd harder rondgeslingerd, wat tot nekproblemen kan leiden.

2. Wanneer moet ik een nieuw stoeltje kopen?

Laat je kinderen zo lang mogelijk in een kleiner stoeltje zitten, zodat ze langer achteruit blijven rijden. Het is niet erg als de beentjes wat uit het zitje steken, maar het hoofd mag niet boven de rand van het stoeltje uitsteken.

Oudere kinderen kunnen het vervelend vinden om achteruit te rijden, maar volgens expert Ronald Vroman van de Consumentenbond is dat een kwestie van wennen. "In Zweden gaat het al jaren zo. Er zijn eventueel speciale spiegels verkrijgbaar die ervoor zorgen dat ouder en kind elkaar toch kunnen zien."

3. Wat voor bevestiging is beter?

Zitjes zijn er in twee soorten: met gordelbevestiging en met de 'Isofix'-methode. Van die twee is de Isofix-bevestiging veiliger, omdat die geen speling tussen auto en zitje toelaat. Bij een botsing zorgt dat ervoor dat het stoeltje minder beweegt en dus betere bescherming biedt. Stoeltjes die vanaf juni 2013 aan de i-Size-norm voldoen zijn ook altijd Isofix-modellen.

Stoeltjes met Isofix-bevestiging zijn over het algemeen wel een stuk duurder en kunnen niet in oudere auto's worden bevestigd, omdat er speciale bevestigingspunten nodig zijn. Op de website van de fabrikant van het stoeltje of in de gebruiksaanwijziging kun je zien of jouw auto geschikt is.

Er zijn zitjes met gordelbevestiging die prima uit crashtests van bijvoorbeeld de Consumentenbond komen. Daarbij is het wel extra belangrijk dat ze goed worden geïnstalleerd, zodat ze niet te los zitten.

4. Waar kan ik zien welk zitje het beste is?

Zowel de ANWB als de Consumentenbond voeren elk jaar een test uit van de laatste modellen. De resultaten van de Consumentenbond zijn op internet alleen te zien voor leden. Ook het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft een speciale webpagina over kinderzitjes.

De site Achterwaarts.nl bevat grote hoeveelheden informatie over achteruitkijkende autostoeltjes. Daar worden ook nog enkele andere veelgestelde vragen beantwoord.

Kinderen moeten langer in omgekeerd autostoeltje

RTLNieuws.nl

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore

`