Pieter Klein

Een handkus voor Frans Weekers

29 januari 2014 06:24

Adjunct-hoofdredacteur Pieter Klein over wat hem opvalt in het nieuws.

Ik geloofde niet wat ik zag: een stralende staatssecretaris Frans Weekers. Lachend, alsof zijn leven er vanaf hing; zo’n volgehouden Macleans-tandpasta-lach waar je plaatsvervangend kaakpijn van krijgt. De tv stond aan, het geluid uit. Het was het debat over de 'Bulgarenfraude', twee weken geleden. 'Waarom lacht die man?', vroeg ik me af. 'Wat is er zo verrekte grappig?' Was het zijn manier om tegen die hyena's in de Kamer te zeggen: 'Haha, alles onder controle, hoor! Haha, ik laat me niet gek maken, ik sta hier helemaal boven'.

Ik nam me heilig voor om niet, nooit meer over Frans Weekers te schrijven. Voor je het weet beschuldigen ze je van het hebben van een mening, of, nog erger, van het voeren van een hetze...

Ik zette het geluid aan. De kramplach detoneerde met de woorden die uit zijn mond rolden. Vooral toen het druk werd aan de interruptiemicrofoon. 'Ik, ehm, eh, eh....' Onrustbarend vaak ‘eh’. Niks controle dus. Ik keek nog wat beter naar ‘t transpirerende gezicht om die ogen te lezen. Geschuif met papieren. Terwijl zijn mondhoeken omhoog bleven krullen dacht ik dat ik angst zag, angst en walging, verbittering ook, over de onheuse behandeling die hem, Frans Weekers, dienaar van de Kroon, ten deel viel. En even meende ik de vervaarlijke blik te zien van een dodelijk verwond roofdier, maar dat zal wel verbeelding zijn geweest.

Vorig jaar schreef ik twee onaardige stukjes over Weekers, in de nasleep van de Bulgarenfraude. 'De leugenachtigheid van Frans Weekers', en, 'Weekers als brigadier Snuf'. En, toegegeven, onze goedlachse Frans figureerde in een derde column, over Jos van Rey, in verband met een Limburgse VVD-verkiezingspaal en 'n onderzoek van de Rijksrecherche. Ik nam me daarna heilig voor om niet, nooit meer over Frans Weekers te schrijven. Voor je het weet beschuldigen ze je van het hebben van een mening, of, nog erger, van het voeren van een hetze...

Ik beroep me nu op overmacht, en voel me ontslagen van mijn goede voornemen. Want ik heb dat debat nu drie keer teruggelezen, en er ging daar toch echt iets heel erg mis. Weekers verstrikt zichzelf in een web van onwaarachtigheden. Hij zegt niet tegen de Kamer: u heeft boter op uw hoofd, in het toeslagendossier - bekijkt u het maar met uw geroeptoeter. Hij zegt juist dat-ie er bovenop zit, maar heeft al die tijd niet even z'n Bulgaarse collega gebeld. Hij laat doorschemeren dat het niet eenvoudig is om geld terug te halen, maar gaat wel alles uit de kast halen. Echt waar! Vanzelfsprekend! Ondertussen lukt het hem amper de cijfers en de chronologie der dingen coherent op een rij te zetten. Weekers wil het beste van alle werelden - om zo iedereen te vriend te houden - en staat dus met lege handen. Geen wonder dat het Algemeen Dagblad cynisch kopte: 'Hoe lang nog, Frans Weekers?'

Wat Weekers aangerekend mag worden, is z'n chronisch gebrek aan overtuigingskracht.

Frans Weekers heeft de Bulgarenfraude niet uitgevonden. Hij is niet de enige die verantwoordelijk is voor het anti-fraudebeleid. Daar bestaat een heuse ministeriële commissie voor. Vorig jaar stuurde minister Opstelten deze ondoorzichtige brief naar het parlement. Ik ben benieuwd of de gewezen advocaat Weekers zich ook afvraagt wat hier nou eigenlijk staat, in deze aaneenschakeling van bestuurlijk-ambtelijke propagandaporno die doorgaat voor beleid. Een stukje oriënterend afstemmingsgebeuren en inventarisatieslagen naar de toekomst toe en heel veel bestuurlijke drukte. Zoiets.

Wat Weekers aangerekend mag worden, is z'n chronisch gebrek aan overtuigingskracht. Vorige week onthulde RTL Nieuws dat de Belastingdienst grote problemen heeft met de omslag naar een strenger toeslagensysteem – dat inderdaad door de Tweede Kamer is geaccordeerd. Weekers reageerde laconiek: 'Overgangsperikelen'. De Telegraaf wist daar wel raad mee, en schreef zaterdag : 'Weekers lijkt regie volledig kwijt'. Om daar in het hoofdredactioneel commentaar aan toe te voegen: 'Weekers ontbeert gezag. Dat is in de politiek dodelijk'.

Het haperen van z'n beoordelingsvermogen begint nu langzamerhand op de minister-president terug te slaan.

Geen wonder dat zelfs degenen die Weekers geacht worden te steunen - en ook de partijen in de oppositie die hem willen steunen - het schier onverdraaglijk vinden. Kan Weekers tenminste niet de suggestie wekken alsof hij het stuur ferm in handen heeft? Ook zijn laatste brief over de toeslagenkwestie is weer reactief, defensief. Heeft überhaupt iemand adequaat geanticipeerd? Ligt het aan de Belastingdienst, of aan degene die geacht wordt daaraan leiding te geven?

Vorig jaar wilde Mark Rutte z'n staatssecretaris niet laten vallen. Rutte staat voor zijn team, heeft (oude) loyaliteit hoog in het vaandel staan, en het leek hem niet opportuun om de deur open te zetten naar nog meer moties van wantrouwen in dit ongure politieke klimaat. Maar het haperen van z'n beoordelingsvermogen begint nu langzamerhand op de minister-president terug te slaan. Ongetwijfeld zal de premier het vrijdag op zijn wekelijks persconferentie lachend wegredeneren: 'Haha, niets aan de hand hoor, alles onder controle! Ik heb alle vertrouwen in Frans Weekers!'

Misschien doet Mark Rutte zijn partijgenoot vrijdag na de ministerraad wel hoogstperoonlijk uitgeleide, brengt hij kampioen fraudebestrijding Frans Weekers tot aan de deur van Algemene Zaken. Om dan in het zicht van de camera's met een diepe buiging en een handkus afscheid te nemen. Lachen, joh! Gegarandeerd prijs.

pieter.klein@rtl.nl

@pieterkleinrtl