Pieter Klein

Goocheltrucs van Plasterk

09 februari 2014 18:11

Adjunct-hoofdredacteur Pieter Klein over wat hem opvalt in het nieuws en in zijn privéleven.

Het achtervolgde me vijf dagen lang, dat briefje van Ronald Plasterk en Jeanine Hennis, over het afluisteren en het uitwisselen van 'metadata'. Vijf dagen lang sluimerde in mijn achterhoofd de vraag: waarom erger je je zo gruwelijk aan die twee alinea's? Waarom wind je je zó op over het feit dat niet 1,8 miljoen Nederlanders door de NSA zijn afgeluisterd, maar dat de Nederlandse inlichtingendiensten die metadata aan de VS hebben verstrekt?

Het is een maar een foutje, de diensten doen in de schaduw ongetwijfeld nuttig en belangrijk werk, en ach, wat doet het ertoe dat Ronald 'ome Roon' Plasterk van Borsalino's en tv-camera's houdt...

Vandaag viel bij mij eindelijk het kwartje. Want dat briefje grenst namelijk aan minachting, minachting voor het parlement. Sterker nog: ik vat het op als een persoonlijke belediging. De postbus van het parlement is namelijk ook mijn postbus: het is de brievenbus waarin onze overheid communiceert met z'n burgers. Die communicatie zouden we moeten kunnen vertrouwen, maar je moet elk woord, elke verhullende frase driemaal omkeren, en dan weet je nog niet wat er staat, en waarom. Als uit dat briefje één ding blijkt, dan is het dit: onwaarachtigheid.

"Dat briefje was een 'f*** you' naar de volksvertegenwoordiging, naar ons allemaal"

Alle goocheltrucs die Roland Plasterk zal uithalen in de beantwoording van de waslijst Kamervragen, voor maandagmiddag 12 uur, zal dát feit niet kunnen wegnemen. Dat briefje was een 'f*** you' naar de volksvertegenwoordiging, naar ons allemaal. Dat briefje was de resultante van onmin tussen twee ministers, waarvan er één vond dat de ander te veel kletste, het product van een bureaucratische strijd tussen Binnenlandse Zaken en Defensie. Dat er 'aanvullende informatie' was, werd te lang verzwegen. Dat die informatie aanleiding gaf tot 'nader onderzoek en analyse' ook.

Wat het kabinet straks ook moge beweren, de enige reden waarom we nu weten dat de waarheid 180 graden anders ligt, is de interventie van de landsadvocaat. Die nam woensdag, op de dag van een deadline, één zin op in zijn 'conclusie van antwoord' in de zaak van de 'Burgers tegen Plasterk', om te voorkomen dat de Staat tegen de rechter onder ede zou moeten liegen.

Het kabinet zal straks betogen dat we heel precies moeten kijken, dat de beeldvorming en verwarring zijn ontstaan omdat het verschillende metadata betreft, bla bla bla...  Dat is dus kletskoek, en landsadvocaat Eric Daalder voelde haarfijn de juridische en politieke betekenis aan. Waarom zou toch dat stuk van de landsadvocaat niet direct als bijlage zijn meegezonden aan het parlement? Wat zegt dat over de informatievoorziening?

"Dat de eerder door Plasterk verstrekte informatie juist was, moge duidelijk zijn"

De 'bullshitlawine' zal op volle toeren gaan draaien, voorspelde Volkskrant-journalist Kustaw Bessems vrijdag al op Twitter. En inderdaad zal een oude methode van stal worden gehaald, zoals het Algemeen Dagblad gisteren een Kamerlid citeerde: 'If you can't convince them, confuse them'. Maar de inlichtingenplicht van regering tegenover parlement is niet voor niets opgenomen in artikel 68 van de Grondwet; in een democratische samenleving moet je ervan uit kunnen gaan dat de informatie die de overheid verstrekt, klopt. En dat die informatie ruimhartig is.

Dat de eerder door Plasterk verstrekte informatie onjuist was, moge duidelijk zijn. Mijn hypothese is dat die informatie daarnaast niet per ongeluk onzorgvuldig en onvolledig was. Welnee - er zit een patroon in: alle brieven over de NSA-affaire tot dusver zijn ontwijkend, verhullend. Wie goed leest, ziet dat tussen de regels steeds is toegegeven dat AIVD en MIVD ook niet-kabelgebonden communicatie onderscheppen.

En dat die wordt gedeeld met partners, zoals de VS, en dat dat binnen de grenzen van de wet gebeurt. Lees de stukken maar na. Maar het kwam politiek beter uit, dat beeld te laten hangen dat die 1,8 miljoen metadata door de NSA waren verzameld; een publieke correctie zou de schijnwerpers zetten op iets wat verborgen moet blijven, en al helemaal als het gaat om de intensiteit en omvang van de informatie-uitwisseling.

Hier zal een verdedigingslinie op zijn gebaseerd. Het werk van inlichtingen- en veiligheidsdienst is geheim, en omdat het staatsgeheim is, kan ik er niets over zeggen. Best parlement - ik zou wel willen, maar ik mág het niet. Ik, minister, zou de wet overtreden... Dat dat daverende onzin is, bleek al toen men de NSA publiekelijk de schuld kon geven - toen was dat kennelijk geen probleem. Het volgt ook uit de openbare biecht van de landsadvocaat bij de rechtbank - zo geheim is het dus allemaal ook weer niet. En de landsadvocaat biedt de rechtbank op voorhand al vertrouwelijke kennisname van staatsgeheime informatie aan...

Dit zul je dinsdag in het Kamerdebat veel horen: 'quid pro quo', de wederkerigheid tussen geheime diensten, het belang van geheimhouding. Het belang van onze terrorismebestrijding, de veiligheid van onze mannen en vrouwen op missie in het buitenland. Dat moge allemaal waar zijn, maar het verschaft geen legitimatie om te goochelen met de waarheid.

"Ik ben een liefhebber van onze parlementaire democratie, dus ik vind het uitermate pijnlijk"

Er heeft trouwens nog een politieke goocheltruc plaatsgevonden: het officiële rapport door de club die onderzoek heeft gedaan naar informatie-uitwisseling tussen onze en buitenlandse diensten is vastgesteld, en ligt klaar op het bureau van ministers. Krankzinnig, maar de Kamer zal er niet over beschikken - eenvoudig omdat onze volksvertegenwoordiging dat tot dusver accepteert. (Terwijl er toch wel wat relevante vraagjes zijn - wat wist de toezichthouder en wanneer? Welke relevante feiten zijn er verder beschikbaar om deze affaire te kunnen beoordelen?) Man, man, man!

Ik heb afgelopen weekend onder meer het debat van 6 november nog eens teruggelezen. Met de kennis van nu is dat debat een farce, een schertsvertoning. Ik ben een liefhebber van onze parlementaire democratie, dus ik vind het uitermate pijnlijk. Ik weet dat de focus straks zal liggen op de politieke toekomst van 'ome Roon', op Hennis, op de rol van Rutte als coördinerend minister, op de vragen over de aansturing van AIVD en MIVD, op schorsingen en fractieberaad...

Voor mij ligt de kern in het fatsoenlijk kunnen functioneren van de parlementaire democratie en dus in een informatievoorziening die deugt. Dat vraagt om een bestuurlijke cultuur waarin de waarheid geen geweld wordt aangedaan door haar weg te moffelen in onnavolgbaarheid. Welke politieke conclusies men dinsdag verder formuleert moeten fracties zelf weten. Maar ik hoop dat het parlement het kabinet zo'n daverende oorvijg geeft dat het nog heel lang nadreunt in politiek en ambtelijk Den Haag. 

pieter.klein@rtl.nl

@pieterkleinrtl