Kees Berghuis

Komt een minister bij de dokter (1)

09 september 2014 05:59

Het was één van die zeldzame keren dat dokter Kurbelwelle zich intens verheugde op het eerste consult van een nieuwe cliënt. 

Hij hoefde niet lang te wachten. Uit de intercom klonk de stem van Ursula, zijn assistente. "Anton, de heer Opstelten. Ik stuur hem door." Langzaam zwaaide de deur open en trad de minister van Veiligheid en Justitie binnen. 

"Dokter, ben ik te oud voor dit werk?"

"Goedemorgen, dokter", klonk de vertrouwenwekkende stem van de minister, "Hoe maakt u het?"

Kurbelwelle had in de loop der jaren afgeleerd deze vraag te beantwoorden. "Welkom. Wat kan ik voor u betekenen?"

"Laat ik zo zeggen, ik heb een simpele vraag die ik u wil voorleggen en die vraag is gewoon recht voor zijn raap, want zo kent u mij ook. Dokter, ben ik te oud voor dit werk?"

Kurbelwelle knikte. "Dat is een interessante vraag. U heeft er zelf vast gedachten over?"

"Laat ik hier glas- en glashelder over zijn. Ik doe deze job met buitengewoon veel plezier. En ik ben Rotterdammer. Dan weet u genoeg." Hij keek er veelbetekenend bij.

"Ik ben de minister en dus ben ik niet te oud."

"Ah, juist", constateerde Kurbelwelle. "Vorige week zei u: ik ben niet te oud, want ik ben er. Dat klonk nogal filosofisch."

"Jazeker en duidelijker kan ik het niet zeggen. Ik ben de minister en dus ben ik niet te oud. Want als ik te oud zou zijn, zou ik geen minister zijn. Een prima antwoord. Geen speld tussen te krijgen."

Dokter Kurbelwelle keek alsof hij deze wijsheid tot zich liet doordringen, terwijl hij terugdacht aan wat een vriend die werkte op het Binnenhof hem had verteld. "We maken ons zorgen over Ivo", klonk vanuit de top van de VVD. Na het beroerd verlopen debat vorige week, waarin onder andere Pechtold en Buma de inhoudelijke zwaktes van de VVD-minister blootlegden, zwelde de interne kritiek aan. 

"Drie jaar geleden was hij voor het laatst in Pauw en Witteman en dat was geen succes."

Kurbelwelle snapte die zorgen wel. De succesformule leek inderdaad uitgewerkt. Jarenlang deed Opstelten het prima in de media. In het begin van zijn ministerschap vond iedereen het leuk: het aanpakken en het oprollen. Na afloop van de ministerraad een paar krachtige oneliners afscheiden? Een kolfje naar zijn hand.

Zijn zwakte zat hem in de diepgang, of beter gezegd: in een gesprek dat zo lang duurde dat de herhaling van zijn formuleringen zich begon op te dringen. Daarom zag je hem ook nauwelijks meer in talkshows. Drie jaar geleden was hij voor het laatst in Pauw en Witteman en dat was geen succes. Hoe vaak de redactie het daarna ook probeerde, zijn voorlichters hielden de boot steevast af. 

Ja, bedacht Kurbelwelle zich, Opstelten bediende zich in zijn optredens opvallend vaak van redeneringen en argumenten die stoelden op het beeld van zijn daadkrachtige persoonlijkheid. 

"Aan een aantal journalisten moest Opstelten deze zomer al vragen om niet uit te zenden wat hij zojuist had gezegd."

"U moet mij vertrouwen, want ik ben de minister van Justitie...",  dat zei Opstelten toen hij de Kamer ervan moest overtuigen dat hij wel degelijk wist wat er precies rond de schikking rond drugscrimineel Cees H. was gebeurd. Later moest hij er voor door het stof. 

Als de exploitatie van de persoonlijkheidskenmerken is uitgewerkt, komt het aan op de beheersing van de dossiers. En blijken die matig op orde, dan stapelt de kritiek zich al snel op.

Aan een aantal journalisten moest Opstelten deze zomer al vragen om niet uit te zenden wat hij zojuist had gezegd. Met veel daadkracht had hij verkondigd dat hij al 30 keer de Nederlandse nationaliteit had ingetrokken. Zijn voorlichters, die zorgelijke blikken uitwisselden, attendeerden hem er op dat dit juridisch nog niet mogelijk was. Een pijnlijk moment, zo had Kurbelwelle begrepen.

"Dokter, bent u er nog bij?", baste de zware stem van Opstelten. Kurbelwelle schrok op en besloot zijn cliënt deelgenoot te maken van zijn overpeinzingen. Toen de oude zielenknijper was uitgesproken, maakte de bewindspersoon een licht aangeslagen indruk.

"Niet aftreden, maar optreden."

Kurbekwelle zette zijn bezorgde gezicht op: "Kunt u er iets mee?"

De minister stond op en knoopte zijn jasje dicht. "Dokter, het is glashelder. Terug naar de inhoud, en zo kent u mij ook, laat daar geen misverstand over bestaan. En tegen mijzelf zeg ik: niet aftreden, maar optreden."

Kees Berghuis, chef van de politieke redactie, over de gebeurtenissen in Den Haag.