Nederland

Waarom handelsverdrag CETA, net als TTIP, geliefd en gehaat is

15 oktober 2016 14:43 Aangepast: 30 juli 2017 02:30
Beeld © ANP

De varkensboeren verzetten zich, terwijl de zuivelboeren staan te juichen. De consumentenbond is bezorgd, maar werkgeversorganisatie VNO-NCW is optimistisch. CETA, een enorm handelsverdrag tussen de EU en Canada, maakt nogal uiteenlopende reacties los. Logisch, want er staat wat op het spel. RTL Z legt het CETA-conflict uit.

Wat houdt CETA precies in?

Veel mensen vergelijken CETA met het kleine zusje van TTIP, het vrijhandelsakkoord dat de EU met de VS wilde sluiten. CETA maakt handel tussen Canada en de EU makkelijker en goedkoper. Maar worden onze producten er ook beter op? Zowel tegen TTIP als tegen CETA is veel verzet ontstaan.

Oke, wat zijn dan de belangrijkste argumenten van de voorstanders?

  • Met CETA willen de EU en Canada 99 procent van de importtarieven schrappen. Willen de Canadezen wat kopen bij ons, dan wordt dat goedkoper en andersom. Daardoor kunnen Europese bedrijven beter concurreren met de Canadezen en worden de prijzen voor consumenten lager. 
  • Het wegnemen van dat soort handelsbelemmeringen levert pieken op. Vrijhandelsverdrag CETA zou 12 miljard euro aan welvaart opleveren en maar liefst 150.000 banen in de EU. Dat klinkt heel abstract, maar uiteindelijk levert dat dus wel nieuwe vacatures en meer economische groei op, wat je – zo is de gedachte – ook weer terugziet in je portemonnee. Het IMF waarschuwt zelfs voor het afschieten van dit soort handelsverdragen: hoe meer landen zich afsluiten van handel, hoe harder we achteruit sukkelen in het Westen. En het gaat al niet zo bijster hard, met die economische groei. En daar merken we allemaal weer wat van.
  • Die economische groei is ook weer belangrijk voor onze internationale positie. Nieuwe economieën zijn in opkomst: denk aan China. Als we met Canada en de VS samenwerken staan we economisch sterker tegen deze nieuwkomers.
  • Veel verhalen over deze verdragen zijn een broodje aap, stellen voorstanders van vrijhandelsverdragen TTIP en CETA. Ze gaan de discussie al bijna niet meer aan, want de angst voor chloorkip (die er niet komt) in de TTIP-discussie lijkt het steevast te winnen van iets rationeels als: meer gevallen van voedselvergiftiging in de EU dan in de Verenigde Staten.

Oke en de tegenstanders?

  • CETA zet onze nationale rechters buiten spel, zo stellen critici. Bedrijven mogen, wanneer wetgeving onverwacht wordt gewijzigd en al investeringen zijn gedaan, landen aanklagen via een aparte rechtsgang. Dat kost klauwen met geld en het proces is, ook na hervormingen, nog niet transparant genoeg, aldus tegenstanders.
  • CETA bedreigt onze standaarden. Om de handel te vergemakkelijken, worden in dit soort handelsverdragen afspraken gemaakt over het toelaten van producten die anders zijn geproduceerd dan hier in Europa. Soms liggen de standaarden te ver uit elkaar, dan gebeurt dat niet. Critici zijn bang voor te veel concessies en daarmee voor onveilig of dieronvriendelijke producten in de supermarkt.
  • Boeren zijn daarnaast bezorgd over oneerlijke concurrentie: wanneer een Canadese boer zich aan minder strenge regels moet houden wat betreft diervriendelijkheid, is dat productieproces ook goedkoper en daarmee ook de prijs van het product. Boeren, zoals deze in Wallonië, zijn daarom bang dat ze worden weggeconcurreerd.
  • De tegenstand opzichzelf. Als er zoveel mensen bezorgd zijn over deze handelsverdragen: waarom zou je het dan nog doen? Levert dat niet nog meer wantrouwen op richting de Europese Unie?

Wie profiteert er precies van CETA?

Een vrijhandelsverdrag heeft vaak winnaars en verliezers. Volgens het ministerie van Buitenlandse zaken gaan bloemenbedrijven erop vooruit, omdat ze nu nog te maken hebben met een heffing van 10 procent als ze bloemen willen verkopen aan Canada. Nederlandse botenbouwers zou het ook een zakcentje opleveren, omdat die nog te maken hebben met heffingen tot wel 25 procent. Volgens de lobbyclub voor boeren, de LTO, zal ook de zuivelindustrie erop vooruitgaan.

En wie moet zich schrap zetten? 

Wie er mogelijk op achteruitgaat is onze vleesindustrie, beaamt LTO. Daar gaat de lobbyclub echter ‘zijn best voor doen’, zodat er bijvoorbeeld alleen vlees wordt toegelaten dat voldoet aan onze richtlijnen voor dierenwelzijn. Volgens stichting Varkens in Nood is het met het welzijn van Canadese varkens bijvoorbeeld een stuk slechter gesteld dan in Nederland.

Inmiddels is de pluimveesector al uitgesloten van tariefverlaging. Voor die sector vormt CETA dus geen gevaar.

`