Menu Zoeken Mijn RTL Nieuws

10 augustus 2018 12:45

'Jeroen, is Stan dood? Als Stan dood is, moet je daar nú weg'

'Jeroen, is Stan dood? Als Stan dood is, moet je daar nú weg'
Stan Storimans

Op 12 augustus 2008 vond cameraman Stan Storimans de dood in Gori, Georgië. Het was de 'zwartste dag' in de geschiedenis van RTL Nieuws. Pieter Klein, toen adjunct-hoofdredacteur, blikt 10 jaar later terug op die uren, dagen en de diepe sporen die de dood van Stan naliet.

Sommige telefoontjes worden in je ziel gekerfd. Die dinsdagochtend 12 augustus 2008 belde een collega van de afdeling productie van RTL Nieuws, Pauline. Ik hoorde paniek en vrees in haar stem. Er was iets heel erg mis met onze cameraman Stan Storimans en onze Midden-Europa-correspondent Jeroen Akkermans. Ze waren beschoten in spookstad Gori, Georgië, en Stan was gewond – ze wist niet hoe erg. Pauline had er een slecht gevoel over.

Het was rond 09.50 uur, ik was bijna op de redactie op het Mediapark in Hilversum. Ik belde mijn baas, hoofdredacteur Harm Taselaar, vroeg hem direct te komen en met het ergste rekening te houden en anderen te alarmeren: "Het klinkt niet goed, Harm." Op de redactie kreeg ik Jeroen weer aan de lijn. Jeroen was gewond, scherven munitie in z’n been, maar dat wist ik toen nog niet. Jeroen klonk gejaagd, maar beheerst. Hij vertelde over explosies, dat Stan gewond was. Om hem heen klonk chaos, paniek, geschreeuw; alsof ik in een live-verbinding stond met een slagveld. "Hoe ernstig gewond is Stan, Jeroen?" Stilte. "Leeft Stan nog?" Nieuwe stilte: "Ik weet het niet, ik moet…"

Ik dacht dat ik door de telefoon nieuwe explosies hoorde, of schoten, maar misschien was het gewoon het geluid van ontreddering en chaos op het centrale plein van Gori. Jeroen gaf geen antwoord, wist het niet. "Jeroen, hoor je me? Blijf aan de lijn." Ik vloekte, voelde me volkomen onmachtig. Dacht aan scherpschutters, of nieuwe beschietingen. Om me heen zag ik bleke en bedrukte gezichten van mensen die de redactie op kwamen.

"Jeroen, Jeroen, is Stan dood?

Als Stan dood is, moet je daar nú weg.

Denk aan je eigen veiligheid."

Jeroen hing op. Hij wilde Stan naar een ziekenhuis brengen. En andere gewonden helpen. Terwijl zijn collega’s van de internationale pers tot zijn woede foto’s bleven maken en filmden. Dit was nieuws, ja. Stan en Jeroen werden zelf het nieuws. Dood en verderf in de achtertuin van Poetin, aan de randen van Europa, in een vijfdaagse vuile oorlog. Onze jongens… In een stad waar de strijd al gestreden was, en de Georgiërs het al hadden afgelegd tegen de Russen. En Jeroen en Stan dachten achter de linies te werken; ooggetuige zijn van het menselijk leed dat in een oorlog altijd wordt aangericht.

Wat moesten we in godsnaam zeggen tegen Marjolein, de vrouw van Stan? En tegen Annemieke, de vrouw van Jeroen? Terwijl ik naar de kamer liep van Harm Taselaar, zag ik de eerste berichten op de internationale persbureaus, over doden en gewonden in Gori. Ik vloekte nogmaals hartgrondig. En dacht: oh ja, zo gaat dat dus als je zelf in het oog van de orkaan komt. News travels fast. Er was crisisberaad bij Harm – ik weet niet eens meer met wie.

Ik had het gevoel dat ik per ongeluk acteur in een verkeerde film was geworden, een dag na afloop van mijn vakantie, en wij allen speelbal werden van een gruwelijk scenario. We moeten nú Marjolein informeren, zei ik. Weten we hoe het met Stan is, was de vraag. Nee, ik wist het niet zeker, maar in ieder geval zwaargewond, en ik vreesde: dood. We besloten de huisarts van Stan en de politie in te schakelen, zodat zij Marjolein onder vier ogen konden opvangen. Dit mocht ze niet via de media horen, en de kinderen Tim en Amber al helemaal niet. Ook Harm reisde af, om persoonlijk het leed aan te zeggen.

Vanaf dat eerste telefoontje in de ochtend voltrok alles zich in een roes. Ik weet niet precies wanneer ik officieel hoorde dat Stan niet meer leefde. Later zou blijken dat hij op slag dood moet zijn geweest: één kogeltje van 5 millimeter, uit de munitie van een clusterbom, pats, via z’n oksel, de arm waarmee hij de camera droeg, door naar vitale delen. Eigenlijk wist ik het al vanaf de eerste keer dat ik Jeroen sprak. Pas nadien snapte ik dat Jeroen urenlang in shock was, en misschien nog hoopte dat ergens een god die rotfilm terug zou spoelen, dat fatale moment ongedaan zou maken. Maar God deed niks en er was geen hoop. Na uren meldde een arts in een ziekenhuis wat Jeroen instinctief meteen moet hebben geweten toen hij na de aanslag om een auto kroop, Stan roerloos op de grond zag liggen, en zei: "Ach, jochie, ach jochie".

Ik herbeleefde die uren nadat ik de documentaire 'De zinloze moord op Stan Storimans' zag, die zondagavond op RTL4 wordt uitgezonden

Eerder dit jaar vroegen we journalist en filmmaker Vincent Verweij om deze documentaire te maken. Als eerbetoon en nagedachtenis aan Stan, een van de beste nieuwscameramannen. Jeroen Akkermans maakte eerder een journalistieke reconstructie; in een documentaire, om de bewijsvoering te leveren dat de Russen weloverwogen een (verboden) clusterbom hadden ingezet met hun Iskander-raketten. Zinloos, moorddadig, cynisch. 

We wilden nu het menselijke verhaal vertellen van nabestaanden en betrokkenen – over het trauma, en tóch verder willen en moeten leven. Om de herinnering levend te houden aan een energieke, levenslustige, grappige en ondernemende vader, collega en vriend. Aan andere nabestaanden en overlevenden. Om te laten zien dat journalistiek ertoe doet. Omdat er nog steeds geen gerechtigheid is, en geen erkenning van schuld of verantwoordelijkheid. Omdat Stan het verdient. En omdat ons niets meer rest dan dit te doen.

Ik moest een paar keer janken toen ik uiteindelijk de ruwe eindmontage van de documentaire zag, afgelopen dinsdagochtend vroeg, de beelden die we zo vaak hadden besproken. M’n vriendin en kinderen sliepen nog in ons vakantiehuis. Ik keek door m’n tranen heen naar de bergen en het uitzicht over de zee, de Spaanse kust. Ik hoopte op een stortvloed van tranen, maar het werd langzaam stil, in en om me heen. Later die ochtend had ik appcontact met Marjolein – ook op vakantie – en ik bezwoer haar dat het een mooi eerbetoon aan Stan is. Maar ook heftig en confronterend. De beelden van dat plein. Marjolein te horen vertellen dat Stan een slecht voorgevoel had over de reis naar Georgië. Dat hij meer tijd aan z’n kinderen wilde besteden, dat het zijn laatste reis zou zijn

Flarden uit die film van 10 jaar kwamen terug. Zo ver weg, en zo dichtbij. Altijd ergens onder de oppervlakte aanwezig.

Overal op de redactie waren er die dinsdag de 12de augustus 2008 betraande gezichten.  Ongeloof, woede, frustratie. Ik zag collega’s stilletjes en alleen huilen, overal groepjes ook die samen het nieuws probeerden te verwerken. Ergens op die dag zou Harm – eenmaal teruggekeerd van Marjolein – de redactie toespreken. Ingetogen, maar helemaal kapot zag ik hem spreken over de 'zwartste dag' uit de geschiedenis van RTL Nieuws. Zo stil was onze redactie nog nooit geweest. Harm en ik keken elkaar zwijgend aan. Onder onze verantwoordelijkheid waren twee mensen weggegaan om de wereld een belangrijk verhaal te vertellen; één zou er niet meer terugkomen, en van de ander vroeg ik me af hoe hij dit te boven moest komen. Verslaggever Bart Hettema mocht die dag de necrologie maken van zijn vriend, onze collega

Iedereen kende Stan. Alle verslaggevers, correspondenten, redacteuren. Ik ook. Ooit maakten we ruzie in Den Haag. Hij moest natuurlijk het beste camerashot hebben, en duwde me met z’n hoekige, gespierde lijf resoluut opzij – ik werkte toen nog voor een ander medium. Later hebben we veel en vaak gelachen. Stan. Brabander. Ruwe bolster, blanke pit. Vitaal, levenslustig, energiek. Een sterk gevoel voor rechtvaardigheid. "Rauw en puur", zou Roelof Hemmen later schrijven. Die pretoogjes. Als ik aan Stan denk, is er altijd dat beeld van hoe hij knipoogde. De foute, schunnige grappen – eindeloos. Hij was iemand die het hardst lachte om zijn eigen grappen, maar dan weer wel zo iemand waarbij je dat kon waarderen. Je kent ze vast wel: het soort mensen dat ergens binnenkomt, en dan de sfeer verandert, positieve energie brengt. Het ijs breekt.

Stan was een vakman. Selfmade man. Keiharde werker. Handige ritselaar. Liefhebber van sport, auto’s, keihard rijden en heel hard meezingen met z’n favoriete muziek. Een uitstekende vakman; altijd vooruit denken, altijd exact die beelden draaien die het verhaal vertelden. Iedereen die met Stan werkte, leunde op Stan. Als we een verslaggever of correspondent op pad stuurden met Stan, dan wisten we: dit komt goed. Of het nou een EK of WK voetbal was, een brand om de hoek, een interview waar de verslaggever te laat zou arriveren, of een conflict- of rampgebied – Stan was een ticket naar afgedwongen geluk.

Stan leek 'onsterfelijk', zegt z’n dochter Amber in de documentaire. Geen wonder – iemand die tig keer zei: 'Ge krijgt mij de zeik niet lauw'. Of, als het allemaal te veel werd en Stan de boel wel even naar z’n hand zou zetten: "En nou ophoeren, allemaal." (Wie meer wil weten over Stan, moet dit boek lezen: Stan Storimans. Oog op de wereld, cameraman van Goirle tot Georgië.) Waarom Stan deed wat-ie deed? Heel simpel: oog op de wereld zijn, verhalen vertellen, zodat wij niet kunnen wegkijken.

Iedereen die met de dood geconfronteerd wordt, zal dit herkennen: het onwerkelijke, definitieve karakter ervan. Waarschijnlijk omdat de dood niet te bevatten is. We stuurden die 12de augustus 2008 twee collega’s naar Georgië, om Jeroen bij te staan en een dode Stan terug te halen. Ik herinner me hoe ik stad en land afbelde om te zorgen voor professionele steun voor Jeroen, met wie ik ’s nachts aan de lijn hing. Ik herinner me de onwerkelijke terugkeer van ons team op Schiphol, de verslagenheid, het verdriet – en toch leek het niet helemaal waar. Het werd pas waar toen ik Stan later opgebaard zag: ja, dat was Stan. Maar het was Stan niet meer, want Stan was dood. En z’n dood kreeg voor mij pas iets officieels door het feitelijke, zakelijke, akelig precieze verslag van het onderzoek dat in opdracht van het kabinet werd ingesteld: Stan was gedood door een Russische clusterbom.

Kijk hier de documentaire 'Onderzoek in Gori: De dood van Stan Storimans' uit 2009

Click here for the English version. 
In 2009 zocht Jeroen Akkermans in Georgië naar de antwoorden op alle vragen rondom de dood van Stan Storimans.

Het sneuvelen van Stan trok een zware, traumatische wissel op RTL Nieuws. Niet alleen misten we een collega en vriend van velen; er was de ultieme prijs betaald voor een journalistiek verhaal – exact dat, wat we altijd probeerden te vermijden. En Jeroen en Stan ook. "Een verhaal is nooit een mensenleven waard," vond Stan zelf ook. We hebben nooit aan frontlijnverslaggeving gedaan. Verslaggevers, correspondenten – we vroegen ze altijd op zoek te gaan naar het menselijk verhaal áchter een conflict en risico’s te mijden. We evalueerden na die fatale 12de augustus, scherpten onze protocollen aan, professionaliseerden de training van mensen die we uitsturen naar rampgebieden en conflicthaarden.

Maar ja. Ergens aan het einde van de lijn, bij de voorbereiding van een volgende reis met risico’s, was daar dan mijn finale gesprek met Harm, m’n hoofdredacteur. Of het nou Afghanistan was, of Syrië, Oekraïne, of welke plek in de hel dan ook – ik zag soms de vertwijfeling in zijn ogen – welke verantwoordelijkheid vraag je me nu in hemelsnaam weer te nemen? In ons achterhoofd zat dan Stan. Of de vraag: zouden we onze zonen laten gaan? Een doodenkele keer heb ik gezegd: "Als je nu geen nee zegt, neem ík het besluit dat we gaan. Dan houden we dit gesprek voor de eeuwigheid onder ons, maar ik wil dat je me steunt als dat onverhoopt nodig mocht blijken."

"Ach, jochie." Die woorden van Jeroen bleven door m’n hoofd spoken. Ik realiseerde me opeens dat ik Jeroen Akkermans zo ook vaak was gaan noemen. Jochie. Liefkozend. Als adjunct hield ik altijd enige professionele distantie tot collega’s, maar bij Jeroen ebde dat in de jaren na 2008 langzaam weg.



Bij de uitvaart stonden 41 cameramannen bij de uitgang van de kerk om Stan de laatste eer te bewijzen.

Na die zwartste dag heeft Jeroen een aantal maanden niet gewerkt; hij sloot zich op in zichzelf, en dacht erover de journalistiek te verlaten. Soms lukte het om te praten en om hem te bereiken. Soms lukte het niet, ook jaren later. Recent nog; ik weet nog hoe Jeroen verstrooid en licht aarzelend ijsbeerde door m’n kantoor op de redactie, en ik vroeg: is er iets? (Er was natuurlijk altijd iets – Stan was er altijd). Wil je praten? Heeft je vrouw soms tegen je gezegd dat je met mij moest praten? Ik grijnsde: "Zeg maar tegen Annemieke dat we een heel goed gesprek hebben gehad." We keken elkaar aan en wisten; als het nodig was geweest, hadden we zo’n gesprek kúnnen hebben.

Na de dood van Stan is Jeroen weer opgestaan en doorgegaan. Goddank in de journalistiek, misschien nog wel weer gedrevener en fanatieker dan voorheen. Eigenwijs, argwanend, eigengereid, een lastpak ook, altijd met kritische distantie en altijd met een scherp oog voor waar geopolitiek gewone mensen raakt. Dát Jeroen zichzelf overwon en besloot door te gaan, vond en vind ik bewonderenswaardig en bijna niet te bevatten. Ik betwijfel of ik de kracht in mezelf zou hebben gevonden.

Rusland blijft ontkennen: 10 jaar na overlijden Stan Storimans nog geen gerechtigheid

In de nasleep van MH17 werkten we veel samen. We zagen dezelfde patronen als na de dood van Stan. De Russische ontkenningen. De leugenachtigheid. De falsificaties. De desinformatie uit Moskou. Misschien verklaarde dat de enorme precisie waarmee Jeroen te werk ging in het journalistieke onderzoek naar de herkomst van de BUK-raket die een einde maakte aan de levens van 298 onschuldige mensen. Misschien verklaarde dat waarom hij toch ook weer naar conflictgebieden ging: het oosten van Oekraïne. Ik herinner me twee momenten waarop ik Jeroen aan de lijn had, en weer dacht: gvd, nee! Tijdens een onverwacht vuurgevecht rond een luchthaven, en nadat hij op een zaterdag was aangehouden door bewapende separatisten. Wat een vak.

We spraken erover toen ik in het vroege voorjaar bij Jeroen in Berlijn was. En over andere, persoonlijke ballast die we allebei meezeulden, uit eerdere verledens. Het was zo'n nacht die uitnodigde tot openhartigheid. Maskers af, kwetsbaar zijn – vertellen over je demonen, je hoop, je twijfel, je onvermogen of onmacht. Ik realiseerde me toen opeens dat de dood van Stan me een vriendschap had gebracht. Ik zei tegen Jeroen:, ergens in een nachtcafé met bier, Bockwurst en wodka: "Ik houd van je." En ik dacht ook: ik zou een camera op je willen richten, en je gewoon uren willen laten vertellen. Uit dat professionele harnas.

Als je de documentaire ziet, ga je denk ik ook een beetje van Jeroen houden, althans, dat hoop ik. Omdat Jeroen daarin een verhaal vertelt dat belangrijk is en je bij de strot grijpt; het moment van die aanslag, dinsdagochtend 12 augustus. Omdat het laat zien hoe nabestaanden en betrokkenen hun levens hernemen, vertelt het ook een verhaal van hoop. Omdat het ook een metafoor is voor wat echt belangrijk is: het zoeken naar gerechtigheid, en, in journalistiek opzicht, onbevangen en hardnekkig streven naar waarheidsvinding. Oog van de wereld zijn, tegen de stroom in. Als je Stan niet kende, hoop ik dat je ook een beetje van hem gaat houden en je je dit blijft herinneren.

Pieter Klein

De zinloze moord op cameraman Stan Storimans, zondagavond 12 augustus 23.00 uur, maandag 13 augustus om 21.30 uur op RTLZ en vanaf zondag via Videoland.

Topnieuws