Menu Zoeken Mijn RTL Nieuws

09 november 2017 06:25

Jan Willem heeft vier kinderen én is pleegvader: 'Eén keer kon ons gezin het niet aan'

Een probleem voor kinderen die acuut uit huis moeten: er dreigt een tekort aan pleegouders. Er is te weinig nieuwe aanwas om het aantal afhakers op te vangen. Pleeggezinnen hebben het soms zwaar, zo ervaart de familie Roseboom uit Culemborg. "Je sluit een pleegkind in je hart, dat maakt je kwetsbaar."

Al 3,5 jaar nemen Jan Willem Roseboom (41) en zijn vrouw Marry pleegkinderen in huis. En dat terwijl ze zelf drie tienerzoons van 12, 14 en 17 hebben. Afgelopen zomer werd nog een zoon geboren. De pleegkinderen die komen zijn acute gevallen. Kinderen die uit hun ouderlijk huis worden gehaald, omdat de situatie onhoudbaar is geworden. 

En dat is lang niet altijd makkelijk. Een keer werd één van zijn zoons zelfs geslagen door een pleegkind. 

Frustrerend

Voor veel mensen die zelf een drukke baan en een gezin hebben, is het haast niet voor te stellen dat er dan ook nog een pleegkind bij komt. Voor Jan Willem en zijn vrouw was dat anders, zegt hij tegen RTL Nieuws. "Het is natuurlijk wel eens frustrerend, moeilijk en vermoeiend. Maar het levert ook veel op. Het is heel dankbaar werk."  

Dankbaar, maar toch haakten er vorig jaar bijna 3000 van de 18.000 pleeggezinnen af. Dat aantal komt er normaal gesproken wel weer bij, maar vorig jaar viel dat ondanks een wervingscampagne erg tegen. Een tekort dreigt, want het aantal pleegkinderen dat moet worden ondergebracht ligt rond de 22.000.

Een duidelijke oorzaak van het tekort aan aanmeldingen, is er volgens Pleegzorg Nederland niet. Ook het gezin Roseboom stopte afgelopen jaar. De reden: de geboorte van hun vierde kind afgelopen zomer. 

Verveling

De pleegkinderen in het gezin van Jan Willem woonden er tijdelijk. Het kon verschillen van drie weken tot anderhalf jaar. In de afgelopen periode zijn er negen verschillende pleegkinderen in huis geweest.

Jan Willem: "Als sinds we elkaar kennen hebben we de overtuiging gehad dat het de moeite waard is om ons leven met anderen te delen. We hebben eerder samen een tijdje als 'kernbewoner'  in een leefgroep gewoond. We merkten ook een beetje verveling in het gewone gezinsleven, en hadden behoefte aan wat energie en dynamiek. We vonden het ook goed om de kinderen te leren dat het niet zo vanzelfsprekend is dat het allemaal zo goed geregeld is."

Het moest de kinderen natuurlijk wel verteld worden. "We hebben ze niet mee laten beslissen erover, maar wel naar ze geluisterd. Van: hoe kunnen we dit zo doen dat het ook voor jullie goed is. Uiteindelijk keken ze er naar uit."

Gelijk halen met z'n vuisten

De kinderen die kwamen waren meestal tussen de 4 en 12 jaar, de oudste was een meisje van 15. Voor het gezin vaak leuk, maar er waren ook moeilijke periodes. Bij twee pleegkinderen werd het het gezin te veel.

"Eén keer was er een jongen korte tijd bij ons. Hij was in dezelfde leeftijd als onze eigen kinderen. Echt een straatjochie, een overlever. Met een grote mond die desnoods z'n gelijk willde halen met zijn vuisten. Hij heeft één van mijn kinderen een opdonder verkocht. We hebben toen getwijfeld of hij zou moeten blijven."

De jongen bleef, hij kreeg een laatste kans. "We wilden de garantie dat als dat nog een keer zou gebeuren, hij binnen twee uur zou worden opgehaald. Dat was gelukkig niet nodig."

Kleuters met gedragsproblemen

Het ging mis bij twee kleine meisjes van 4 en 5 jaar die bij het gezin Roseboom kwamen wonen. "Ze hadden zulke ernstige gedragsproblemen dat onze kinderen er veel stress door kregen. Na een jaar hebben we afscheid van ze moeten nemen, we konden het niet aan. En dat terwijl we juist bij hen het besluit hadden genomen dat ze bij ons zouden opgroeien. Ze hebben gelukkig een goede vervolgplek gekregen, met één van de meisje gaat het nu stukken beter."

Ondanks de problemen spreekt de Culemborger van één van de mooiste ervaringen. "Als je bijvoorbeeld ziet hoe onze grote jongens met een aantal kleine meiden omgingen, dan sta je naast je schoenen van trots. Het is alles bij elkaar een verrijking voor ons leven."

Geleerd om te delen

Eén van de pleegkinderen is bevriend geraakt met de 14-jarige zoon van Jan Willem. "Dat is de jongen waar hij eerder een klap van kreeg. Hij kwam uit een conflictsituatie en had veel stress. Hij heeft 3 maanden bij ons gewoond. Nu zijn ze nog bevriend. Ze houden allebei van voetballen."

Of zijn kinderen er beter van geworden zijn weet Jan Willem niet zeker. Wel hebben ze er veel van geleerd en vaak ook echt plezier van gehad. "En als gezin zijn we wel meer naar elkaar toegegroeid doordat je samen van alles meemaakt."

Wat is pleegzorg?

Als je pleegouder wordt, betekent dat niet dat je een kind adopteert en daar de rest van je leven voor zorgt. Er zijn veel verschillende soorten pleegzorg:

  • Netwerkpleegzorg: Als een kindje in zijn of haar vertrouwde omgeving kan worden opgevangen, bij familie of vrienden bijvoorbeeld, heet dat netwerkpleegzorg.
  • Weekend- en vakantiepleegzorg: Door een kindje in het weekend of in de vakantie op te vangen, krijgen de ouders wat rust, waardoor een situatie niet uit de hand loopt. Ook kinderen die in een jeugdinstelling wonen, kunnen dankzij deze vorm van pleegzorg af en toe even weg.
  • Crisispleegzorg: Soms loopt een situatie in een gezin dusdanig uit de hand, dat het kind gelijk ergens anders moet wonen. Het kind blijft dan een paar weken tot maanden bij het pleeggezin, totdat er een andere geschikte plek is gevonden of het kind weer naar huis kan.
  • Kortdurende pleegzorg: Als het nog niet helemaal duidelijk is waar een kind op de langere termijn kan wonen, wordt het kind een paar maanden tot een jaar in een pleeggezin geplaatst. Daarna kan het kind terug naar de eigen ouders of in een pleeggezin blijven wonen.
  • Langdurige pleegzorg: Als duidelijk is dat thuis blijven wonen voor een kind geen optie is, dan kan het voor langere tijd bij een pleeggezin wonen, totdat hij of zij achttien wordt. Het is echter nooit helemaal zeker of een kind echt tot die leeftijd in een pleeggezin blijft.

In 2016 zijn 2875 pleegouders gestopt. Van hen is 60 procent netwerkpleegouder. Deze pleegouders stoppen er vaak weer mee als de klus erop zit. Daarom moet Pleegzorg Nederland actief blijven werven. Dat doen ze momenteel onder de slogan: 'Supergewone mensen gezocht'.

Moeilijk relativeren

Een verklaring voor het dalen van het aantal pleeggezinnen, heeft Jan Willem niet. "Het is best ingewikkeld om één reden aan te geven. Pleegouders stoppen vaak door een slechte ervaring, bijvoorbeeld als er zeer ernstige gedragsproblemen zijn. Het bijzondere is dat als er een pleegkind in huis komt, je ze meteen in je hart sluit. Dat maakt je op een bepaalde manier kwetsbaar, relativeren is moeilijk. Maar dat gold tien jaar geleden ook."

Dat de druk hoog is in de pleegzorg, merkt Jan Willem wel. "De ondersteuning is over het algemeen ok. Soms moet je situaties zelf oplossen, maar dat is ook niet erg. Je merkt dat de begeleiders zo veel te doen hebben. Dus af en toe moet je wat geduld hebben. Maar als er echt zware omstandigheden zijn, komen ze meteen in actie."

'Er zijn er genoeg die willen'

Jan Willem maakt zich geen zorgen dat er straks te weinig pleeggezinnen zijn. "Er zijn er genoeg die willen, maar je moet potentiële pleegouders wel goed informeren."

Na de geboorte van hun vierde kind, is de rust weer terug in het gezin. "Het is een relaxt leventje en je vraagt je af, waarom zouden we weer pleegkinderen in huis nemen? Maar laatst sprak ik met een ander pleeggezin, en dan wéét je het weer."

Voor het gezin Roseboom eindigt dit avontuur dus niet. Ze onderzoeken of het mogelijk om een zogenoemd gezinshuis te starten voor kinderen met vaak zware, ingewikkelde problemen. "We hebben wat met die kids. We wonen ruim, dus kunnen twee of drie kinderen huisvesten. Mocht dat niet lukken, dan gaan we gewoon verder als pleeggezin."

Topnieuws