Henri Bontenbal

Help de Groningers met de 'Stuiver van Rutte'

16 januari 2018 06:02

Afgelopen zondag zei minister-president Mark Rutte het in het tv-programma Buitenhof heel helder: "Wij hebben nationaal een schuld aan Groningen." Dinsdagavond debatteert de Tweede Kamer over de situatie in Groningen. De provincie werd opnieuw opgeschrikt door een zware aardbeving. Het is crisis in Groningen. En het is de hoogste tijd dat wij, Nederlanders, solidair zijn en dat tot uiting brengen in het betalen van een speciale belasting voor het opknappen van Groningen.

Laten we eerst de balans opmaken van deze nationale crisis – want dat is het toch? In 1959 werd een enorme gasbel ontdekt onder de provincie Groningen. Dit goedkope aardgas zorgde ervoor dat alle Nederlandse huishoudens konden overstappen op goedkoop en schoon aardgas voor de verwarming van hun woningen. Het bedrijfsleven profiteerde ook enorm. Energie-intensieve bedrijven vestigden zich in Nederland mede dankzij het goedkope aardgas. Dat bracht Nederland economische welvaart.

In 2012 was er die eerste grote aardbeving. Het werd crisis in Groningen. Het besef brak definitief door dat Groningen echt een probleem heeft. Aardbevingen zorgen voor veel schade aan woningen. Daar hebben de inwoners van Groningen niet om gevraagd. Deze inwoners hebben niet alleen last van de fysieke schade aan hun woningen, maar lijden er ook psychisch onder. Heel begrijpelijk. De stress, de onmacht, de boosheid. Ouders gaan op de slaapkamer van hun kinderen slapen, om te voorkomen dat de kinderen het slachtoffer worden van een aardbeving. Ontruimingsplannen worden besproken in gezinnen en op basisscholen.

Maar vooral voelen de Groningers zich in de steek gelaten door de rest van Nederland. Zij moeten opboksen tegen een overheid door wie zij zich niet geholpen voelen en tegen een bedrijf waartegen zij zich onmogelijk juridisch kunnen verweren. Wat zijn wij, Nederlanders, de Groningers schuldig?

De Nederlandse Staat heeft inmiddels 300 miljard euro verdiend aan de gaswinning in Groningen. Circa 80 procent van het Groningerveld is leeggepompt. Waar is dat geld gebleven? Nou, de naoorlogse welvaartsstaat is ermee opgebouwd. Het minimumloon ging omhoog, sociale voorzieningen werden verbeterd, de gezondheidszorg en het onderwijs kregen een impuls. Later werden de Betuweroute en de HSL ervan betaald. In andere landen spreken ze over de Dutch Disease: de opbrengsten van het gas werd niet – zoals de Noren deden – in een fonds bewaard, maar meteen uitgegeven, bijvoorbeeld aan projecten waarvan nog steeds niet duidelijk is of deze eigenlijk wel verstandig waren. Maar een beperkt deel van al deze investeringen kwamen terecht in de provincie waar het gas gewonnen wordt: Groningen.

Dat de Groningers boos zijn, is niet meer dan logisch. Terecht spreekt de minister-president van een schuld die we hebben naar de Groningers toe. Maar wat betekent dat in dit geval: schuldig zijn? Het risico van het discours waarin we terecht zijn gekomen als het gaat over de situatie in Groningen, is dat we schuld louter als een juridische aangelegenheid beschouwen. Er klinken woorden als 'de schade herstellen' en 'compensatie'. Alsof we klaar zijn met het probleem als we alles wat kapot is gegaan of kan gaan hebben hersteld of verstevigd. Nee, er is niet alleen sprake van schade aan woningen en gebouwen. Hier is ook sprake van beschadigd vertrouwen: in de overheid, in instanties, in de rest van Nederland.

En daarom moet herstel veel meer zijn dan het repareren en verstevigen van woningen. We moeten met elkaar bewijzen dat wij, de overheid de instanties het vertrouwen weer waard zijn. Dat kunnen bewijzen door daadwerkelijk ruimhartig te zijn in de behandeling van de Groningers. Dat betekent dat we niet alleen herstellen wat kapot is, maar ook investeren in een toekomst voor Groningen.

Bijvoorbeeld in de leefbaarheid en de economie. Maar laten de inwoners dat vooral ook zelf bepalen: laten zij aangeven waarin geïnvesteerd moet worden.

Maar wie gaat dat allemaal betalen? De kosten van het verstevigen van alle woningen zou wel eens kunnen oplopen tot 30 miljard euro, becijferde ingenieursbureau Van Rossum. Mijn voorstel is om twee dingen te doen. In de eerste plaats moeten we serieus aan de slag gaan met het reduceren van het verbruik van aardgas. We kunnen met elkaar steeds zeggen dat we het allemaal heel sneu vinden voor de mensen in Groningen, maar we kunnen er ook wat aan doen. Bijvoorbeeld door geen nieuwe woningen meer op het gasnet aan te sluiten, te stoppen met de verkoop van de conventionele cv-ketel en aan de slag te gaan met het aardgasvrij maken van woonwijken.

Het tweede is dat we de crisis in Groningen zichtbaar maken op de energierekening van alle huishoudens en bedrijven in Nederland. In Nederland verbruiken we zo'n 40 miljard kubieke meter aardgas per jaar. Als we daar 5 cent per kuub méér voor betalen dan we nu doen, levert dat 2 miljard euro extra per jaar aan belastinginkomsten op. Daar kunnen we de komende jaren een hoop van doen voor de Groningers.

En laten we het de volgende naam geven: de Stuiver van Rutte.