Magazine

Het laatste gesprek: afscheid in flarden

27 juli 2017 08:01 Aangepast: 15 oktober 2017 11:18

Het laatste telefoontje met zijn moeder vóór ze stierf, was kort en onpersoonlijk, vertelde prins William in een interview. Daar heeft hij nog steeds spijt van. Toen journalist Lisanne van Sadelhoff (27) hoorde dat haar moeder dood zou gaan, deed ze alles om een perfect laatste gesprek te hebben. Dat verliep anders dan verwacht. 

Waarom heeft hij niet gezegd dat hij van haar hield? Dat ze de liefste was, de beste, de zorgzaamste? Waarom bedankte hij haar niet, voor die keren dat ze hem troostte als hij bang was voor monsters onder zijn bed, voor die keren dat ze pleisters op kapotte knieën plakte? Ik denk dat prins William het zich duizenden keren heeft afgevraagd. Het laatste gesprek met zijn moeder, Lady Diana, was kort en niet heel liefdevol. William herinnert zich er weinig van. 

Thumbnail

Het probleem met het Laatste Gesprek voor iemands dood is dat je niet weet wát het Laatste Gesprek is. Je weet het pas als de dood zich heeft aangediend. Laatst ervoer ik dat zelf.

Een jaar geleden hoorden we dat mijn moeder – een grappige, sportieve, extravagante blonde basisschooljuf van 55 – niet lang meer te leven had. Bam. Een mokerslag. Wanhoop. Tranen. Ongeloof. Nee, niet onze lieve Paola, nee, nee, nee. 

Ja, wel dus. Hoe hard mijn moeder ook knokte, hoe krachtig ze zich ook aan het leven vasthield: de dood houd je niet tegen. Vooral niet als-ie in de vorm van tumoren als een allesvernietigende tiran door iemands lichaam woekert. 31 mei overleed mama. Ik hoor het papa nog zeggen: “Het is godverdomme dertig jaar te vroeg.”

Maar: kanker en andere ongeneeslijke ziektes hebben, hoe wrang ook, één groot, prachtig voordeel. Er is ruimte voor afscheid, voor een gesprek waarvan je je beseft dat het ’t Laatste Gesprek zou kunnen zijn. Tijd die je, als je zoals prins William iemand plotsklaps verliest, niet krijgt. ‘Zeg tegen je moeder wat je nog wil zeggen’, adviseerde iedereen me dan ook.

Dat deed ik. Dan stond ik in de supermarkt, onder de douche, in de kroeg, en dan voelde ik de onbedwingbare behoefte om haar te vertellen dat ik van haar hield. En dat dat nooit over zou gaan. 

Ik kon met niemand beter lullen dan met mama. Dan zat ze met zes kubieke meter aan sop in bad, en ik zat in mijn pyjama op een omgekeerde wasmand. We gingen van de hak op de tak, alles en iedereen werd door onze nietsontziende moeder-dochter-mangel gehaald. Geheimen kenden we niet, met de tijd hielden we geen rekening. 

Daarom ging ik snel na de diagnose nadenken over zo’n Laatste Gesprek. Wat wilde ik nog weten, zeggen? Ik wilde, nee, ik éíste van mezelf dat alles erin moest zitten wat mijn moeder en ik hadden. Het moest perfect zijn, zoals ons gezin was. Het moest een gesprek worden waar ik de komende jaren op kon teren. Waar ik aan terug kon denken als ik me eenzaam voelde. Als ik naar mijn moeder zou smachten. 

Thumbnail

Niet iedereen heeft behoefte aan zulke gesprekken. Mijn broertje, mijn oom en mijn vriend konden zwijgend naast mama’s bed zitten. Ze hielden haar hand vast, keken tv en het was goed. Mijn tantes huilden, roddelden en kletsten met mam terwijl ze in no time ons huis stoften, de was vouwden en eten maakten. 

Maar mijn Laatste Gesprek met mama moest harde humor (‘Ga je nou nog dood of hoe zit dat!?’) bevatten. Ordinair geroddel, intieme geheimen, liefdesadvies, mijn diepste twijfels, vrouwen-geklets over nagellak, anekdotes, herinneringen, verzadigende liefde. 

In een schrift hield ik – lichtelijk obsessief – bij wat ik nog wilde weten. Haar favoriete parfum (Sun), haar lievelingseten (carpaccio), mijn eerste woordje (‘lamp’). Ik noteerde ook gedetailleerd het recept van haar champignonsoep. En we maakten een catalogus van al haar ringen, armbanden, oorbellen en kettingen, zodat ik later bij het verdelen van die sieraden aan haar vriendinnen, (schoon)zusjes en nichtjes kon vertellen waar ze wat had gekocht. "Dappermarkt, kostte geen drol", zei ze over een paars kralenarmbandje. "Dit kettinkje kocht ik met mijn volleybalvriendinnen". "Deze ring kreeg ik van je vader op Kos, ik moest er een week om zeuren". En ik maar schrijven. 

Want dingen vergeten, zoals William deed: dat leek me het ergste. Dat mama dan iets vertelt, over haar zwangerschap van mij of mijn broertje, en dat ik het dan niet meer zou weten als ik zelf een kindje zou krijgen. Ik wilde niet dat de dood die waardevolle informatie met zich meenam.

Maar Laatste Gesprekken zijn geen sinecure. Lange tijd wilde mijn moeder nergens over praten. “Eerst knokken”, zei ze dan, doelend op de operatie en chemokuren. De eerste met wie mama over de dood sprak, was papa. Terwijl ze in elkaars armen lagen en werden beschermd door de donkerte van de nacht, bespraken mijn ouders hoe mama wilde sterven. Hoewel er nog meer hartverscheurende gesprekken kwamen tussen mijn ouders, voelde dit voor papa als het Laatste Gesprek. 

Tussen mama en mij is er niet één Laatste Gesprek geweest. Het waren meerdere flarden. Die voor je het wist voorbij waren. Mama stopte soms midden in een zin. Dan had ze pijn. Was ze misselijk. Of viel ze in slaap. 

Thumbnail

Maar ieder gesprek, hoe incompleet ook, was waardevol. De eerste flard die ik bewust meemaakte, was toen mijn tante (mama's zusje) en ik op de bank zaten te lezen. Mama lag in de woonkamer in bed, aan een morfinepompje, en zei ineens: “We gaan effe opschrijven wie er op mijn eindfeest komen.” Mijn tante en ik noemden alle namen die op de sterkte-kaarten stonden die we hadden gekregen. We lachten ons kapot toen mama zei: “Nee, dat vind ik zo’n lul, die wil ik niet op mijn begrafenis.” Ons hart brak als we mama zagen huilen bij de namen van collega’s, oud-leerlingen en vrienden. Hoeveel moed is er wel niet nodig om al die lieve mensen in je hoofd de revue te laten passeren voor je eigen begrafenis? 

De Laatste Flard waarin mama nog helder was, was een paar dagen voor haar dood. Mijn broertje moest een tentamen maken in Utrecht. Ik ging mee. “Zorg dat dat joch een voldoende krijgt”, zei ze. Ze keek me aan. Dezelfde kleur ogen als de mijne, dacht ik nog. 

Het is nu twee maanden geleden dat ik die ogen voor het laatst zag. Ik heb al duizend keren pijn gehad in elke vezel van mijn lichaam. Maar ik denk dan niet terug aan die Laatste Flard. Is niet nodig. Onze gesprekken gaan verder in mijn hoofd. Niet altijd, niet ongezond, maar gewoon, als het nodig is. 

Als ik een uur zit te grienen, zegt ze: “Nu is het klaar met dat gehuil, Lisan.” Oké mam.
Gisteren, voor de spiegel: “Met wat meer make-up komen je ogen beter uit.”
En tijdens het schrijven van dit verhaal: “Lieve schat, je had dat helemaal niet zo belangrijk moeten maken, zo’n Laatste Gesprek.” 

Oké mam. 

Door Lisanne van Sadelhoff

`