Magazine

Waarom we niet kunnen multitasken (nee: ook jij niet)

22 februari 2018 08:35 Aangepast: 04 maart 2018 14:57

Deze week is het Single Tasking Day: lang leve je focussen op één taak. Want we doen allemaal aan multitasken (denken we). Maar werkt dat eigenlijk wel? “De eerste mens die kan multitasken, moet ik nog tegenkomen.”

Even een mailtje sturen terwijl je bezig bent met dat ene verslag voor je werk? Appen in een café terwijl je met iemand praat? Handsfree bellen terwijl je rijdt? Doe. Het. Niet. Want: de mens is een vreselijk slechte multitasker. Sterker: we kunnen het niet. Nee, jij ook niet.

Paul Kirschner werkt bij de Open Universiteit. Hij is universiteitshoogleraar en hoogleraar Onderwijspsychologie en deed onderzoek naar multitasken. Hij kwam tot de conclusie: wat wij verstaan onder multitasken, ís niet multitasken. “Wij kunnen simpelweg geen twee dingen tegelijk doen als we daarover moeten nadenken”, vertelt hij. “Multitasken is feitelijk twee of meer informatieverwerkende processen tegelijkertijd uitvoeren. Dus twee of meerdere taken uitvoeren die niets met elkaar te maken hebben en elkaar niet beïnvloeden. Dat kunnen sommige computers. Maar er zijn geen mensen die dat kunnen. We hebben namelijk maar één brein.”

Als mensen het hebben over multitasken, dan spreken ze eigenlijk over ‘task switching’: van de ene taak naar de andere taak schakelen. Dát is namelijk wat we doen als we e-mailen en bellen tegelijk. Of als we appen en live kletsen op hetzelfde moment. Dat schakelen kán heel snel gaan. Kirschner: “We kunnen het niet tegelijkertijd doen, maar we kunnen wél van de ene naar de andere taak switchen.”

Verschil tussen mannen en vrouwen?

Nu we weten dat multitasken niet bestaat, moeten we de vraag anders stellen: kunnen vrouwen beter schakelen tussen taken dan mannen? Onzin, zegt Kirschner. “De algemeen heersende gedachte dat vrouwen beter kunnen ‘multitasken’, is ontstaan door de komst van de papadag.” Vader nam het huishouden over, maakte de kinderen wakker, maakte de lunch klaar en bracht iedereen naar school. Daar ging van alles mis: kinderen kwamen te laat, de lunch was niet goed... “De man was een totale stuntelaar.” Hoe kwam dat? Kirschner legt het uit aan de hand van de geautomatiseerde taken. “Voor de moeder was het kind uit bed halen, het huishouden doen totále routine. Voor de vader niet, en daarom liep alles in de soep. Hij moest over alles nadenken. Maar het heeft niets te maken met de verschillen tussen mannen en vrouwen.”

Maar het grote probleem bij dat geschakel is: die taken beïnvloeden elkaar. Stel je schrijft iets voor je werk en je krijgt een mailtje dat je ondertussen beantwoordt. Dat schakelen kost tijd – soms wel enkele seconden – en brengt fouten met zich mee. Denk aan die mail met een vervelende opmerking over je baas, die je per ongeluk in een reply all naar iedereen verstuurt in plaats van alleen naar je collega. Of een appje naar de verkeerde persoon sturen. Ai. Ook het terugschakelen naar de activiteit die je oorspronkelijk aan het doen was, kost tijd energie. Volgens Kirschner kun je het ’t best vergelijken met het lezen van een boek voor het slapengaan. “De volgende dag pak je dat boek weer, om weer een stukje te lezen, en begin je een paar alinea’s vóór de alinea waar je bent gestopt, omdat je niet meer precies kan herinneren waar je was gebleven.”

Bellen en autorijden
Wil overigens niet zeggen dat we niet meer kunnen lopen en bellen tegelijk. Geautomatiseerde dingen, waar ons brein niet meer over na hoeft te denken (lopen, eten), kunnen héél goed én probleemloos tegelijkertijd met een niet-geautomatiseerde taak. Zo kun je heel goed koffiedrinken (geautomatiseerd) en tegelijkertijd de wereldpolitiek bespreken met een vriend (niet-geautomatiseerd).

Die smartphone maakt ons niet bepaald smarter

Autorijden is – in tegenstelling tot wat veel mensen denken – níét geautomatiseerd. Want je moet nadenken, opletten, er doen zich situaties voor die je nog nooit eerder hebt meegemaakt. “Daarom is bellen in de auto, óók handsfree, zo gevaarlijk”, zegt Kirschner. Uit een onderzoek bleek dat automobilisten die belden tijdens het rijden, geen antwoord konden geven op de vraag wat de kleur jas van het meisje was dat tussen de geparkeerde auto’s liep. Sterker: ze hadden het meisje helemaal niet gezien. Terwijl ze er wel degelijk was. Automobilisten die niet belden, konden zich uitstekend herinneren dat het om een rode jas ging. Dat gold zelfs ook voor mensen die 'legaal dronken' waren. Kirschner: “Het heeft niets met die handen te maken, maar met je hoofd!”

Moe van het multitasken
Ons bewuste brein kan 60 bits per seconde verwerken. Ter vergelijking: ons onderbewustzijn kan er 11,2 miljoen verwerken. Afleiding tijdens onze niet-geautomatiseerde taken, kunnen we dus eigenlijk niet gebruiken. De grootste afleider is – jawel, natuurlijk – de smartphone. Die maakt ons bepaald niet smarter. Bij een onderzoek moesten mensen een stuk tekst lezen tot ze die beheersten en er inhoudelijke vragen over konden beantwoorden. De mensen die niet gestoord werden, hadden de tekst binnen 5 minuten onder de knie. De groep die wel ondertussen appjes kreeg, af en toe op Facebook kreeg, deed er meer dan anderhalf keer zo lang over. Conclusie: door multitasken word je ook nog eens trager. 

Miniatuurvoorbeeld

Waarom doen we het dan? “Omdat het mogelijk is”, zegt Kirschner. “Omdat we echt denken dat we efficiënt zijn door met meerdere dingen tegelijk bezig te zijn. En omdat we langzamerhand verslaafd raken aan het voortdurend gebombardeerd worden door signalen. Nogal wiedes, want die zijn er altijd: appjes, Facebookberichtjes, likes: alles komt maar binnen. Twintig jaar geleden kon ik mij niet laten afleiden door de mail terwijl ik een boek las.”

We worden moe van al dat multitasken. “Mensen uit het zakenleven, die veel multitasken, die krijgen eerder een burn-out. Ze raken eerder opgebrand, worden slechter in het uitvoeren van taken. Want heb je ooit weleens in een vergadering gezeten, een mailtje op je telefoon bekeken en tegelijkertijd geluisterd en begrépen was je baas zei? Dat is waarom mensen die niet opletten soms niet weten wat ze moeten antwoorden als er gevraagd wordt ‘Wat vind jij ervan?’.”
Hoe meer je probeert je aandacht van taak A naar B naar C en weer terug naar A te verplaats, hoe vermoeider je brein wordt.

Concentratie van een goudvis 
Bovendien verandert ons brein erdoor. “We zijn een soort goudvissen geworden”, zegt Robert Bridgeman. Hij helpt mensen zich (opnieuw) leren focussen en is auteur van het boek Rust. “De gemiddelde aandachtspanne van de mens was vroeger 16 seconden. Nu is dat 8.” Iedereen die bij hem op cursus komt, denkt ‘ontzettend goed’ te kunnen multitasken. En tegen iedereen zegt hij dat dat een grote illusie is. “Het kost vooral vreselijk veel tijd én energie.”

'Als je ergens echt goed in wil zijn, moet je je leren concentreren'

Recente onderzoeken naar het effect van ‘multitasken’ (schakelen, dus) op ons brein, laten zien dat we langzaam ons vermogen verliezen om irrelevante stimuli te negeren. Dat grappige filmpje dat via WhatsApp binnenkomt, bijvoorbeeld, terwijl je aan het werk bent. Onderzoekers lieten mensen naar een scherm met rode en blauwe vierkantjes kijken. De opdracht was alleen te focussen op de blauwe. De mensen die meer multitasken in het dagelijks leven, waren beduidend minder goed in staat om de rode vierkantjes te negeren. In de volksmond uitgelegd als: we kunnen ons minder goed concentreren.  

En dat heeft weer effect op ons presteren, zegt Bridgeman. “Als je écht ergens goed in wil zijn, wat het ook is, dan heb je concentratie nodig om in een flow te komen. Want de meest excellente prestaties, zoals topsport, gebeuren vanuit een flow. Een staat waarin je helemaal opgaat in wat je doet, je bent in het ‘nu’ aanwezig, wordt niet afgeleid, tijd en ruimte bestaan even niet.”

Focus op je focus

Om mensen te leren focussen en hun concentratievermogen te verbeteren, geeft Robert Bridgeman hen altijd een makkelijke oefening mee, die je gewoon op je werk, achter je bureau, kan doen. Je kiest een object om naar te kijken. “Dat kan iets simpels zijn. Je muis, je pen.” Je focust je met ál je aandacht op dat ene object. Je blijft kijken en kijken, een paar minuten lang. “Mensen dwalen dan soms af. Dat is geen ramp, maar voel je dat je afdwaalt, indut of gaat staren, dan gebruik je een beetje wilskracht en breng je je aandacht weer terug.” Zelf doet Robert elke dag wel zo’n concentratieoefening, tien jaar geleden is hij ermee begonnen. “Je zou het niet zeggen, maar door die paar minuten volle concentratie kun je je uiteindelijk echt beter concentreren op je werk of tijdens een goed gesprek.”

Waar is je flow?
Met al dat geschakel bereik je dat niet. “Natuurlijk, je kunt wel leren beter en sneller te schakelen – een kok is er bijvoorbeeld waarschijnlijk heel goed in. En een militair ook. Maar we moeten het niet willen.” Bridgeman raadt mensen aan om de concentratiespier in de hersenen te trainen. Zo heeft hij ook een tijd topsporters begeleid. “Er zijn allerlei concentratietechnieken (zie kader, red.) Het makkelijkste is je focussen op je ademhaling. Die is gratis, heb je altijd bij je en daar hoef je niets voor te doen. Doe dat een aantal minuten per dag.” Ook mogelijk: je focussen op de beweging van je voeten als je hardloopt. Of op de bal als je aan het tennissen bent. Of als je wandelt op je voetstappen letten.

Mediteren is ook goed, zegt Bridgeman. “Er is onderzoek gedaan naar mensen die al twintig jaar mediteerden en mensen die het nooit deden. Uit MRI-scans bleek dat de gedachten van de mensen die nooit mediteerden, alle kanten uit zwabberden. Terwijl de mediteerders veel minder drukke hersenactiviteit hadden, en het ook sneller merkten als er wél een gedachte langskwam.”

Volgens Bridgeman is het ‘een van de vele bewijzen’ dat focus belangrijk is. “Je maakt dingen bewuster mee en daardoor gaat de kwaliteit van je leven met lichtjaren vooruit.”

Zo voorkom je afleiding

Tips om het multitasken te minderen:
- Zet iets uit! Ga je de kroeg in? Telefoon in de tas. Ben je aan het werk en heb je je iPhone niet nodig? Weg ermee. Kirschner: “Als ik met iemand praat, zit ik niet achter mijn laptop. En als ik op mijn laptop iets typ voor werk, dan zet ik mijn mail uit.”
- Maak blokken om je tijd in te delen. Bridgeman: “Focus je twee uur lang op je werk, en plan dan een halfuur om je mail en appjes bij te werken. Je zult meteen merken dat je je rustiger voelt, en minder vermoeid.”

Door Lisanne van Sadelhoff

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore

`