Magazine

Kaalheid bij mannen: nog steeds een taboe? 'Op mijn 23ste zag ik eruit als Gargamel'

31 januari 2018 11:09 Aangepast: 22 februari 2018 11:54

Mannen en kaalheid, volgens visagist en stylist Leco van Zadelhoff is het nog steeds een ‘taboedingetje’. Terwijl 7 op de 10 mannen er vroeg of laat mee te maken krijgen. Tijd om die kaalheid te omarmen, vindt de Alopecia Vereniging.

Een wijkende haarlijn. Inhammen. Een kruin die steeds meer aan een monnik doet denken. Veel mannen hebben er moeite mee. “Alles was goed, tot ik 23 werd. Toen werd ik Gargamel.” Jef (36) gaat al jaren kaal door het leven. “In mijn studententijd begon zich langzaam maar zeker een eilandje te vormen op mijn hoofd. Mijn haar werd dunner en dunner, die inhammen almaar dieper. Het was echt niet leuk. Zeker omdat ik de enige in mijn familie was bij wie dat speelde. Mijn neven, vader en opa zijn allemaal oud geworden met een volle bos haar. Ik heb het genetisch minder getroffen.”

Hij ging naar de huisarts om te informeren naar zijn opties, maar die lachte hem nog net niet uit. “Ik was even vergeten dat die man zelf zo kaal is als een biljartbal. Hij zei dat er weinig aan te doen was, op haartransplantatie na. Als student kun je dat niet betalen, dus dat was voor mij geen optie.”

Miniatuurvoorbeeld

De eerste paar jaar probeerde hij zijn beginnende kaalheid nog te verdoezelen met haarproducten en creatief gekam, maar dat maakte het eigenlijk alleen maar erger. “Ik voelde me daar onzekerder over dan over het feit dat het dunner werd. Je bent de hele dag bezig met hoe je haar zit. Daar was ik op een gegeven moment klaar mee.”

Hij besloot alles eraf te laten halen bij de kapper. “Daar reageerden de dames bezorgd. ‘Zou je dat nou wel doen? Weet je zeker dat je standje 1 wilt? Dat wordt wel héél kaal hoor.’” Jef hield voet bij stuk, en het resultaat viel niet tegen. “Sommige mensen hebben een rare schedel, gekke moedervlekken of een maanlandschap met van die kraters in hun achterhoofd, maar ik ben egaal. Die mazzel heb ik dan nog net.”

Miniatuurvoorbeeld

In het begin was het wel confronterend, zegt hij. “Het was absoluut niet leuk. Dan ben je 25 en kaal. Echt kaal. Voor je gevoel val je heel erg op. Je bent er onzeker over. Zie ik er niet raar uit? Zou ik niet aantrekkelijker gevonden worden mét haar? De eerste jaren had ik er moeite mee om mezelf op datingprofielen te vertonen zonder hoedje of petje op. Maar waar ben je dan mee bezig? Op een date moet je zo’n ding toch een keer afzetten. Bovendien: met iemand die afknapt op mijn gebrek aan haar, zou het sowieso niets worden. Het is wat het is.”

Achteraf noemt hij de keuze om alles eraf te halen een bevrijding. “Je hoeft niets meer uit te leggen, hooguit een knikje geven, ‘ja het is eraf’, en door.” Bijkomend voordeel: je lijkt veel minder snel oud te worden. “Haarstijlen veranderen enorm, de huidige look is over vijf jaar totaal passé, maar kaal is kaal. Ik zie er sinds 2009 ongeveer hetzelfde uit, los van die paar kilo’s meer of minder.”

Nu hij zich wel een haartransplantatie zou kunnen veroorloven, is er geen haar op zijn hoofd – kuch – die dat nog overweegt. “Het ziet er nooit helemaal natuurlijk uit, vind ik.” Ook de levensechte haarwerkjes die Leco onlangs aanprees bij RTL Boulevard, ziet hij zichzelf niet dragen. “Best leuk, maar iedereen kent me nu al zo lang zonder haar, dat het gek zou zijn als ik ineens weer met een bos krullen loop. Je kunt beter accepteren dat sommige dingen niet meer zo zijn, dan krampachtig moeite doen om het te verhullen.”

Miniatuurvoorbeeld

Voor Eddie (39)* was het toch een ander verhaal. Zijn haar werd in een rap tempo dunner en daar baalde hij van. In de spiegel kijken vond hij lang niet altijd leuk meer. Maar ja: als hij weleens iets opzocht over haartransplantaties bleken die nogal aan de prijs. “Ik wilde er geen 6000 euro voor betalen. Maar toen vertelde mijn kapper over de mogelijkheid het in Turkije te laten doen. Dan zou het nog maar 1500 euro kosten.” Dat was het zetje dat hij nodig had.

En dus boekte hij de reis naar Istanbul. “Van tevoren had ik gebeld met een man die zich ook bij die kliniek had laten behandelen. Die was heel tevreden.” Tegenover zijn vrienden en collega’s hield hij het zoveel mogelijk geheim. “Niet omdat ik me ervoor schaamde, maar omdat ik geen zin had me te verantwoorden. Mijn vriendin zei: ‘Dat heb je toch helemaal niet nodig? Ik vind je zo ook leuk’, maar daar ging het niet om. Ik wilde dit gewoon voor mezelf.”

De uiteindelijke behandeling duurde lang, maar was alleen aan het begin even pijnlijk. “En daarna heb ik nog een dag met verband om m’n kop en een hoed op door Istanbul gelopen. Een heel rare ervaring.” Maar wel een die de moeite loonde. “Ik ben er achteraf heel blij mee, hoewel het niet overal even goed gepakt heeft. Ik heb in ieder geval weer haar. Het is donkerder dan eerst, maar ziet er toch heel natuurlijk uit.”

Al met al vond het Eddie het een grappig avontuur. “En nu kan ik ’s ochtends lekker met gel en wax in de weer. Dat vind ik leuk. Het geeft toch net wat meer zelfvertrouwen, ik heb ook vaker sjans. Aan wie ernaar vraagt, vertel ik er nu open over. Er zijn ook mannelijke collega’s die komen informeren of het niet ook iets voor hen zou zijn.”

En als die goedkope variant er nou niet was geweest? “Dan was ik waarschijnlijk gewoon steeds kaler geworden. Maar wie weet. Uiteindelijk is het toch gewoon een beslissing uit ijdelheid.”

Miniatuurvoorbeeld

Patrick (31) heeft zijn kaalheid juist omarmd. Hij werd er al op jonge leeftijd mee geconfronteerd. “Het lag in de lijn der verwachting, want mijn vader en andere familieleden waren ook vroeg kaal. Al was ik wel wat eerder: mijn haarlijn begon te wijken toen ik begin twintig was.” Net als Jef probeerde hij de eerste jaren ‘tegen beter weten in’ zijn kale plekken te bedekken door middel van een combover. “De zijscheiding was toen heel erg in. Kon je het mooi naar de zijkant kammen, dan viel het niet zo op.”

Maar na een paar jaar kon het echt niet meer, zegt Patrick. “‘Het wordt nu toch eens tijd dat je de tondeuse eroverheen haalt’, zei mijn toenmalige vriendin. Dat hebben we toen maar gedaan.” Alles eraf, dat was wel even slikken. “Het was een dingetje. Op het moment dat die tondeuse eroverheen gaat, voelt dat toch raar. Je moet echt over een drempel heen. Vanaf dat moment ben je kaal. Dat is best confronterend. Ik was de eerste in mijn vriendengroep die kaal werd.”

Inmiddels zijn ze met velen. Dat zijn vrienden hem al tijden ‘kale’ noemen, trekt hij zich niet aan. “Ik heb vrienden van 2 meter, die heten ook ‘lange’. Dat vat ik niet negatief op.” Met de vriendin van toen is Patrick inmiddels getrouwd. “We waren 16 toen we verkering kregen, dus zij heeft het hele proces meegemaakt. Zij was eerder klaar met mijn overgebleven haar dan ik. Als het weer een beetje begint te groeien, is ze nu nog degene die als eerste zegt: ga je haar eens doen. Volgens mij vindt ze het mooi, kaal.”

Patrick heeft nooit overwogen om iets tegen zijn kaalheid te doen. “Ik zag laatst op tv nieuwe technieken voorbijkomen, maar ik zou niets meer laten doen. Die kale kop hoort bij me. Iedereen is eraan gewend, ikzelf ook. Het zou gek zijn als je ineens wel weer met haar verschijnt. Die behoefte voel ik helemaal niet. Het is nu eenmaal zo.”

‘Absoluut nog een taboe’

Miniatuurvoorbeeld

De meest bekende vorm van kaalheid is alopecia androgenetica. Dat is de ‘mannelijke kaalheid’, waarbij erfelijkheid een grote rol speelt. Bij mannen wordt het veroorzaakt door de gevoeligheid van de haarzakjes voor het mannelijke hormoon DHT (dihydrotestosteron). Ook bij vrouwen komt deze vorm van alopecia voor, maar bij hen spelen mannelijke hormonen geen rol en uit de kaalheid zich anders. Waar het haar bij mannen vaak op bepaalde plekken uitvalt – de inhammen, de kruin – , wordt bij vrouwen het haar dunner en gebeurt dat meer verspreid over het hoofd. In Nederland krijgt naar schatting ruim 70 procent van de mannen vroeg of laat te maken met deze vorm van kaalheid. Bij vrouwen is dat ruim 40 procent.

Marion Kremer van de Alopecia Vereniging signaleert dat mannen steeds vaker iets laten doen aan hun kaalheid. “De meeste mannen willen niet kaal worden en staan open voor oplossingen. Over toupetten werd altijd lacherig gedaan, maar de haarstukjes van nu zijn zo goed, dat mannen er niet meer zo voor terugdeinzen. Ook haartransplantatie is veel bereikbaarder geworden.”

Miniatuurvoorbeeld

Toch zou de Alopecia Vereniging veel liever zien dat mensen hun kaalheid niet bedekken en het als normaal gaan beschouwen. Volgens Marion Kremer is kaalheid nog lang niet maatschappelijk geaccepteerd. “Een groeiende groep mannen kiest ervoor om het helemaal af te scheren en het wordt steeds normaler, maar we zijn er nog lang niet. Wat dat betreft hebben we nog een lange weg te gaan. Kaalheid is absoluut nog een taboe. Mensen blijven haar associëren met schoonheid, met kracht. Verlies je je haar, dan word je oud en takel je af, is het idee. Terwijl het ook op jonge leeftijd voorkomt.”

Zelf heeft Marion alopecia universalis, ze is helemaal kaal. “In de zomer draag ik geen haarwerk, dan heb ik altijd veel bekijks. Mensen denken dat je kanker hebt, of ze vinden het raar. In die oordelen heb je niet altijd zin. Ik heb mijn kaalheid jarenlang verborgen gehouden. Ik droeg altijd een haarwerk en durfde dat niet meer af te zetten. Dat is enorm belastend, om zo’n geheim bij je te dragen. Nu zie ik een haarwerk meer als een accessoire, dat ik draag als ik uitga. Maar ik moet hem de volgende dag wel weer af kunnen doen.”

Door Roxanne Vis

*De naam en leeftijd van Eddie zijn gefingeerd.

`