Magazine

Lang leve Max én zijn baasje: een hond houdt je gezond

23 november 2017 12:11 Aangepast: 23 november 2017 18:38

Ze zijn een medicijn tegen eenzaamheid, zorgen voor gezelligheid. En uit onderzoek blijkt nu ook dat je langer leeft als je een hond hebt. Daarom: drie baasjes die een ode geven aan hun Fikkie. 


Miniatuurvoorbeeld

Mellanie Frerichs (23) uit Rijswijk durft eindelijk weer naar buiten dankzij haar Cavalier King Charles-spaniël Lucca (4). ‘Dankzij Lucca ben ik van mijn angsten af’

“Ik heb het niet makkelijk gehad, vroeger: mijn vader was agressief, had psychische problemen. Dan stond hij weer met een hamer voor mijn deur, of belde hij me midden in de nacht op. Toen ik klein was, trok hij mij eens aan mijn haren over de vloer. Ik was doodsbang voor hem. Op mijn achttiende ben ik zelfs voor hem gevlucht, mijn moeder en ik zijn samen naar mijn tante gegaan. Dat was heel heftig, en daardoor heb ik een posttraumatische stressstoornis gekregen. Ik durfde niet meer naar buiten, zat alleen maar binnen, zag niemand meer. Ik voelde me doodongelukkig, angstig en zag mezelf ook nog eens steeds dikker worden. 

Miniatuurvoorbeeld

Tot mijn moeder en stiefvader me een hondje gaven. Dat hielp. Lucca voelde al gauw als een kind voor me, en voor een kind moet je zorgen. Dus ik móést de deur wel uit. En ik durfde het weer, beetje bij beetje, stapje voor stapje, omdat Lucca naast me liep. Ik was niet meer alleen, ik was veilig. 

Ik begon met een rondje om het huis, daarna naar het eind van de straat, en binnen een paar weken liepen Lucca en ik aan de bosrand. Wat een verademing was dat! Nu durven we zelfs hele boswandelingen te maken. Lucca heeft me echt van mijn angst afgeholpen en hij gaf me zelfvertrouwen: ik was zo trots dat ik weer naar buiten durfde en besefte dat ik toch meer aankon dan ik dacht. 

Door die wandelingen door het bos, drie keer per dag, voelde ik me ook steeds fitter, gezonder. Dat was ook te zien: ik ben flink afgevallen en zie er nu veel beter uit, met meer kleur in mijn gezicht. 

Ook de nachten zijn minder eng. Ik woon nu op mezelf en durf dat dankzij Lucca. Als ik ’s nachts weer een paniekaanval heb, of bang ben, kruip ik uit bed en geef ik mijn hondje even een knuffel. Dan voel je: ik ben niet alleen. Ik weet dat Lucca me mijn verleden niet kan doen vergeten. Dat verwacht ik ook niet van hem. Maar hij steunt me wel met alles te verwerken. Daarvoor zal ik hem altijd dankbaar blijven.”

Het viervoeter-effect
Als een mens een lief uitziende hond aait, dan zakt zijn hartslag en bloeddruk. Dat is wetenschappelijk bewezen, zegt Nienke Endenburg. Zij is psycholoog en promoveerde aan de Universiteit Utrecht op de relatie tussen mens en dier. Uit ander, groot onderzoek in Australië blijkt dat honden- en kattenbezitters een lager cholesterolgehalte hebben en minder tryglyceride: een stofje dat het risico op hart- en vaatziekten vergroot. 

Daarnaast komt er oxytocine vrij in onze hersenen als we een huisdier aaien. “Dat stofje komt ook vrij als een vrouw een kind baart”, vertelt Endenburg. “Het zorgt ervoor dat er een band ontstaat tussen moeder en kind.” Of tussen mens en dier, dus. Daarnaast zorgt dat stofje voor stressreductie, een betere weerstand en een verhoogde pijngrens. Je voelt je beter, minder agressief. 

Een ander positief effect op je geestelijke gezondheid: bij een hond kun je jezelf zijn. “Ieder mens denkt iets over de ander. Maar dieren oordelen niet en zijn authentiek. Een hond vindt jou aardig – of niet. Hij zal nooit aardig tegen je doen omdat-ie iets van je nodig heeft.” Daarnaast – cliché maar waar – is een hond, als hij goed is opgevoed en een goede band heeft met zijn baasje, te vertrouwen. “Hij laat je nooit in de steek. Dat is belangrijk voor een mens.”

Miniatuurvoorbeeld

Willem Izeboud (55) is baasje van Asha (7), een groenendaeler, en boomer Choo Choo (5). ‘Honden maken je een stukje gelukkiger.’ 

Miniatuurvoorbeeld

"Ik kan me geen betere vriend bedenken dan een hond. Een hond heeft the will to please; hij vindt het fijn om iemand die hoger in de rang staat – zijn baasje dus – te pleasen. Een hond kan dat gevoel niet onderdrukken; hij kan niet liegen. Als je een goede band hebt met je viervoeter, dan laat hij gegarandeerd trouw elke dag kwispelend en blaffend zien dat hij blij is om je te zien. Wat is er nou leuker dan iemand die altijd en eeuwig vol overgave zijn blijdschap toont omdat-ie je heeft gemist? Daar ga je als mens van glimlachen. En ja, ik ben ervan overtuigd: dat maakt je een stukje gelukkiger.

Ook naar bed gaan en wakker worden, doe ik met een glimlach. Choo Choo ligt namelijk bij ons in bed. Vindt ze heerlijk, ze komt altijd tegen me aan liggen en is altijd blij en dankbaar dat ze erbij mag zijn.

Ik woon in een bosrijke omgeving, dat heb ik speciaal voor die honden gedaan. Ik ga elke dag met ze naar het bos: als je wilt wandelen, is dát de beste plek. Daar is de meeste zuurstof, stilte, daar zijn geen mobieltjes of televisies die kabaal maken. Ik zeg ook altijd: ik hoef niet naar de sportschool, ik heb een hond. En ik hoef ook geen yoga te doen of andere ontspanningsoefeningen, want je gaat vanzelf genieten als je buiten bent en je honden hebben de tijd van hun leven. Dat is pure ontspanning. Hoe gezond is dat?! Ik denk dat ik dankzij die honden 95 word.’ 

Dier of mens? 
We hebben zo’n goede band met onze hond omdat we dieren vermenselijken, zegt Endenburg. 76 procent van de mensen die tegen hun huisdieren praten, denkt dat hun huisdier alles begrijpt. “Als zij thuiskomen en vertellen over hun bad day at the office, dan zijn ze ervan overtuigd dat hun hond luistert en het snapt.” En dat is fijn, zegt Endenburg, want het zorgt ervoor dat we sociale steun van die hond krijgen. “Social support is heel belangrijk voor ieder mens: het zorgt ervoor dat je je beter voelt, dat je minder suïcidale neigingen hebt, minder eenzaam bent en je gesteund voelt.” Ook hier zijn weer lichamelijke effecten te bespeuren: mensen die voldoende steun krijgen, hebben een betere weerstand en hebben minder kans om bepaalde vormen van kanker te krijgen. 

Maar er zijn ook negatieve kanten aan het vermenselijken van je huisdier. “Sommige mensen gaan te ver”, zegt Endenburg. “Die weten dan niet meer het onderscheid tussen hun eigen emoties en die van hun hond. Soms hoor ik iemand zeggen: ‘Ik zie in de ogen van mijn hond dat hij verdrietig is’. Dan is zo iemand vergeten dat een hond geen mens is. Een hond is een gedomesticeerde wolf.” 

Of mensen die hun hond kleren aantrekken: die zijn er ook. “Ik weet niet of honden dat fijn vinden of niet, maar het gaat om het principe. Het lijkt wel of die hond dan als een kind wordt behandeld. Dat is niet goed. Mensen kunnen zo het dierenwelzijn uit het oog verliezen.”

De psycholoog zegt dat het belangrijk is om te beseffen dat een hond dingen anders ervaart, voelt en – vooral – uit dan een mens. Bedenk goed: wat wil mijn hond? Waar heeft hij behoefte aan? Waarom vertoont hij dit gedrag? “Ik zeg niet dat het vermenselijken van dieren niet goed is: we kúnnen niet anders, het gaat vanzelf, en het is ook goed voor je. Tot op zekere hoogte. Ik snap dat dierenliefde heel diep kan zijn, maar je moet ook proberen om van mensen te houden. Focus je niet alleen op je hond, want als het goed is, overleef je meerdere honden. En als je hond overlijdt en je hebt verder niemand, dan is het heel stil om je heen.”

 


Miniatuurvoorbeeld

Jeannet Weggeman (49) woont met haar man en kinderen in Zuidhorn en is baasje van teckel Doortje (8) en golden retriever Scout (10). ‘Zonder die honden was mijn reuma tien keer zo erg geweest.’

“Doortje, Scout en ik zijn acht poten en twee handen op één buik, zeg ik altijd. Ik voel me geen seconde eenzaam als mijn man en kinderen het huis uit zijn, want de honden zijn er. En zodra ik ze aai of knuffel, vergeet ik al mijn zorgen even. Doortje en Scout hebben het ook meteen door als ik me niet zo goed voel: hup, dan drukken ze met hun natte neus tegen je aan. Zo waardevol. 

Miniatuurvoorbeeld

Als klein kind kreeg ik al veel troost van honden. We hadden een bouvier, een súperlief dier. Ik kletste tegen hem en hij was er altijd voor me als ik het moeilijk had. Ik weet nog dat we gingen verhuizen, naar een flatje, en die hond niet mee mocht. Ik was in alle staten toen ik het hoorde en werd zonder die hond diep- en diepongelukkig. We gingen ’m na de verhuizing nog één keer opzoeken op de boerderij waar we hem naartoe hadden gebracht. Hij herkende het geluid van ons auto – we hadden zo’n oude Simca – meteen. Koppie omhoog, oortjes gespitst. Toen dachten mijn ouders dat de hond over die drukke weg zou rennen, dus we zijn er gauw vandoor gegaan. Ik heb nog nooit zo veel hartenpijn gehad. 

Als je in de ogen van een hond kijkt, dan voel je magie. Dat contact tussen mens en dier gaat diep, heel diep. Daarom vind ik het ook belangrijk dat mijn kinderen opgroeien met honden. Het is goed om een maatje, een zielsverwant, in huis te hebben voor wie je je verantwoordelijk voelt. 

Ik praat de hele dag tegen die beesten. ‘Vrouwtje komt zo weer terug!’ ‘Daar is vrouwtje weer’. Elke dag wandel vier keer een uur met ze. Ik heb reuma, waardoor ik met mijn eigen zaak aan huis moest stoppen, maar ik blijf door die Scout en Doortje in beweging. Ik hardloop ook nog. Ik denk dat mijn reuma-pijn veel erger zou zijn zonder die honden; je beweegt toch minder. Het is voor mij ook méér dan alleen maar even wandelen. Het is voor mij ook even tot bezinning komen en één zijn met de natuur.

Zonder Doortje en Scout was ik minder fit geweest, bewegen is belangrijk. Ik zorg dan wel voor die honden, ik geef ze te eten en te drinken, maar eigenlijk heb ik ze nog meer nodig dan zij mij. Of: we hebben elkaar nodig. Doortje en Scout mogen ook echt niet doodgaan. Pas als ik ga, dan mogen ze mee.”

Door Lisanne van Sadelhoff

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore

`