Magazine

Liefde voor spullen: ‘Zonder mijn knuffel is er een leegte’

28 september 2017 11:37 Aangepast: 28 september 2017 17:21

Amsterdam krijgt steeds meer te maken met hoarders: mensen die héél véél spullen verzamelen en niets weggooien. Maar ook niet-verzamelaars kunnen supergehecht zijn aan spullen. We vroegen vier mensen naar hun lievelingsvoorwerp.


Miniatuurvoorbeeld

Fotografe Nienke Koedijk (39) slaapt nog altijd met knuffel ‘Poes’. Ze maakte een fotoboek van volwassenen die, net als zij, ook een innige band met hun pluchen dier hebben. 

“Ik weet nog toen ik haar voor het eerst zag. Ik was in de Hema met mijn vader en omdat mijn andere knuffel een pootje miste, mocht ik een nieuwe uitzoeken. Ik zag Poes liggen, in een bak bij het gangpad, en dacht: dit is ze. 

Sindsdien slaap ik met Poes in mijn armen. Nog steeds, ook al ben ik 39. Ik kan best zonder – op vakanties neem ik haar niet mee uit angst dat ik haar kwijtraak – maar dan voel ik toch een leegte in mijn bed. Poes en ik horen bij elkaar. Ik draai de hele nacht al slapend gezellig om haar heen, en als ik opsta leg ik haar bij het voeteneind, zodat ze kan ademen. Als klein meisje dacht ik dat ze kon stikken onder de dekens, maar nu doe ik het nog steeds. En heus, ik weet echt wel dat ze niet leeft, dat ze van pluchen is, en dat het onzin is, maar het is een gewoonte geworden. En ik weet dat ik niet de enige ben: ik heb tientallen volwassenen gefotografeerd die óók met knuffel slapen. Bijna niemand wilde met zijn naam genoemd worden: er is toch wel flink wat schaamte. Terwijl ik denk: we mogen toch allemaal weleens kind zijn? 

Mijn man vindt het schattig dat ik met een knuffel slaap. Ik grapte laatst nog tegen hem dat Poes zo oud is, dat ze aan het ontbinden is. Ik heb laatst haar kop er weer aan moeten naaien. Ooit had Poes van die lange haren; ze was heel fluffy. Nu is ze kaal en grijs. Maar hoe lelijk ook: Poes is voor mij onbetaalbaar. Natuurlijk, als ik haar kwijt zou raken, zou ik gewoon een normaal leven kunnen leiden. Maar liever niet. Ze heeft alle emoties die ik sinds mijn vierde heb gehad, meegemaakt. Er zitten zo veel herinneringen aan die kale knuffel en het is niet zo’n oud voorwerp dat je in een nostalgische bui uit de kast trekt. Poes zit nog dagelijks in mijn leven. Dat maakt haar onvervangbaar.”

Miniatuurvoorbeeld

Nada Golic (58) vluchtte weg uit Bosnië toen ze 35 was. Het enige wat ze meenam, waren porseleinen beeldjes. Ze heeft ze nog steeds: ‘Deze beeldjes staan voor grenzeloze vriendschap’.

Miniatuurvoorbeeld

“Mijn zoontje vroeg, vlak voordat we vluchtten en toen we onze spullen aan het inpakken waren, of hij zijn grote speelgoedauto mee mocht nemen. Ik moest als moeder zeggen dat we daar geen plaats voor hadden. Dat hij alleen kleren mocht meenemen. Dat deed hem pijn, en het deed mijn moederhart breken.

We konden écht bijna niets meenemen. Te veel ballast was veel te onpraktisch. Ik had twee kleine tassen die propvol zaten met kleren en eten, en onze paspoorten. Dat was het. Ik wist dat als ik iets waardevols mee wilde nemen, dat het klein moest zijn. Ik had ooit van mijn hartsvriendin kleine, breekbare beeldjes gekregen. Ze stonden jaren veilig in een mooie vitrinekast in de woonkamer, maar toen ik moest vluchten gingen ze met ons mee de grens over. Ik dacht: als ik nou iets meeneem van iemand die mij dierbaar is en zo dicht bij me staat, zal ik me altijd veilig voelen, waar ik ook naartoe ga.

Nu liggen ze in mijn nachtkastje naast mijn bed, ik bewaar ze daar angstvallig voorzichtig en durf ze niet meer op de tafel te zetten of in een kast. Ik ben veel te bang dat ze kapotgaan. En het is het enige wat ik nog heb uit het land waar ik ben geboren en getogen. 
Als ik naar de beeldjes kijk, dan denk ik aan Bosnië, aan mijn woonkamer, de vitrinekast waar ze in stonden. Maar ik denk ook aan mijn kostbare vriendschap met mijn Bosnische vriendin. Ze is onmisbaar in mijn leven. Nog steeds, ook al woon ik in Nederland. Die beeldjes zijn voor mij het bewijs dat geen enkele landsgrens of oorlog een goede vriendschap kan tegenhouden.”
 

Waarom houden we van (sommige) voorwerpen?

“Mensen zijn gehecht aan spullen, omdat ze daarmee hun eigen wereldje creëren”, zegt psycholoog Marcelino Lopez. “Mensen bakenen hun territorium af met spullen: mijn auto, mijn huis. Ze geven je een gevoel van thuiskomen.”

Het besef dat je iets kan bezitten, begint al vroeg: rond je tweede levensjaar. Lopez: “Ruzies in de zandbak tussen kleuters gaat ook bijna altijd over bezitsdrang: ‘Die schep is van mij!’” Bezit doet ‘iets geks’ met de mens, stelt Lopez. Uit onderzoek blijkt dat mensen een voorwerp aantrekkelijker en mooier vinden als ze het mogen houden. Dus: een voorwerp wordt meer waard als het van jou is. Daarnaast heeft ons brein een aangeboren mechanisme om spullen toe te eigenen en te herkennen. “Daarom voel je iets speciaals als je je eigen fiets in een overvol fietsenrek herkent.”

Dat een mens zich hecht aan spullen, kan meerdere redenen hebben. Het kan een praktisch nut zijn, maar een mens verleent ook soms status en identiteit aan een voorwerp. “Spullen zijn voor mensen ook een manier om uit te dragen hoe ze gezien willen worden.” Je kunt je ook aan een voorwerp hechten omdat er een persoonlijke geschiedenis achter zit. “De waarde van een voorwerp is afhankelijk van hoe vervangbaar die spullen voor je zijn. Sommige spullen zijn gekoppeld aan een persoon waar iemand sterk aan gehecht is.” Denk aan: oorbellen die van je oma hebt gekregen. Liefdesbrieven van je eerste serieuze verkering. Je allereerste knuffel. Lopez: “Daar zit een emotionele geschiedenis achter die losstaat van het praktisch nut, financiële waarde of schoonheid van het voorwerp.”

Miniatuurvoorbeeld

‘Deze jurk staat voor verbintenis’: Gerard Ram (67) en zijn zus Renate van den Brink (56) komen uit een gezin van tien kinderen. Alle kinderen hebben dezelfde witte jurk tijdens hun doopviering aan gehad.

Miniatuurvoorbeeld

Renate: “Als ik naar onze doopjurk kijk, dan denk ik meteen aan onze ouders. Die hebben ons deze jurk zorgvuldig en liefdevol aangetrokken voor onze doop – voor hen waren dat zeer bijzondere, kostbare momenten. Tien keer op een rij.” 
Gerard: “Bij mij is het eigenlijk pas sinds kort geland: hé, daar hebben we met z’n allen in gezeten. Onwetend, natuurlijk, want we waren piepjong. Nadat onze ouders overleden had onze oudste zus hem jaren in haar bezit.”
Renate: “Ik merkte dat ik op een gegeven moment meer ging vragen over mijn ouders, over wie ik was, hoe ons gezin was. Ik ben de jongste en heb daardoor op jonge leeftijd mijn ouders verloren; ik was 16 toen mijn moeder overleed en 27 toen mijn vader stierf. Ik heb alles minder bewust meegemaakt dan de rest, en daardoor ontstonden mijn vragen. Dus toen dacht mijn zus dat ik die jurk wel wilde hebben.”
Gerard: “Renates gezicht sprak boekdelen toen ze het aanbod hoorde. Natúúrlijk wilde ze dat kledingstuk hebben. Voor mij was de cirkel rond.”
Renate: “Dat de oudste de jurk doorgaf aan de jongste. Een bijzonder gebaar. Het is ook een heel mooie jurk. Maar ik moet wel eerlijk zeggen dat-ie nu gewoon in een plastic zak in de linnenkast ligt. Ik ben blij met de jurk, omdat-ie voor mij voor warme herinneringen staat. Ooit wil ik hem in mijn woonkamer ophangen, maar ik moet er nog even bekijken hoe je dat doet.”
Gerard: “Het is ons belangrijkste familiestuk. Als ik ernaar kijk, dan krijg ik een teder gevoel.”
Renate: “De jurk vertelt mij wat mijn ouders belangrijk vonden, welke normen en waarden ze ons mee wilden geven. En dat ze dat deden met héél veel zorg en liefde. Dit kledingstuk verbindt ons tienen aan elkaar en aan onze ouders.”

Miniatuurvoorbeeld

‘Boeddha geeft me een gevoel van veiligheid’: Suzanna Vieveen-Weemeijer (26) heeft al bijna haar halve leven een Boeddha-beeldje naast haar bed staan.

“Ik ben niet heel materialistisch ingesteld. Mijn vader heeft ons opgevoed met het idee dat als je spullen niet gebruikt, je ze ook niet nodig hebt en dat je ze dan beter weg kunt gooien. Maar mijn Boeddhabeeldje, dat eigenlijk altijd maar op mijn nachtkastje staat, zou ik nooit wegdoen. Ik kreeg het minstens tien jaar geleden van mijn ouders. Waarom en op welk moment? Ik heb géén idee meer. Maar het beeldje staat voor mijn ouders, en voor de band die ik met hen heb. En het staat natuurlijk voor het Boeddhisme. Ik ben niet gelovig, maar de deugden waar Boeddha voor staat, zijn ook de mijne. Vriendelijkheid, harmonie, acceptatie, compassie: ze maken de wereld een mooiere plek. 

Al vanaf het moment dat ik ’m kreeg, staat het beeldje naast mijn bed. Eerst in mijn slaapkamer in mijn ouderlijk huis, daarna is-ie mee verhuisd naar de woning waar ik bij mijn man in trok. Ik zet ’m altijd met zijn gezicht naar de deur: dan ben je veilig, zo heb ik ergens gelezen. Hij houdt slechte invloeden buiten de deur.
Maar zonder dat verhaal zou deze Boeddha mij ook, onbewust, een veilig gevoel geven. Omdat-ie er altijd trouw staat, iedere nacht en ochtend weer. Ik heb wat moeilijke dingen in mijn leven meegemaakt, en tastbare, mooie herinneringen zijn voor mijn een positieve stimulans om blij te blijven. Ik denk dat ik daarom die Boeddha ook heb bewaard. Hij zal altijd naast mijn bed blijven staan. En mocht er brand uitbreken in mijn huis, neem ik ’m mee. Als er tijd is, hè. Want het leven van mij en mijn man is altijd nog wel belangrijker dan spullen.”

Door Lisanne van Sadelhoff

`