Magazine

‘Dat mijn schoonvader zoiets deed. Ik ben er nog altijd ziek van’

08 december 2016 15:51 Aangepast: 12 december 2016 15:00

Een vader of een oppasopa die een kind seksueel misbruikt: soms gebeurt het onvoorstelbare. Hoe praat je met je kinderen over hun grenzen, zonder dat de wereld een enge plek wordt? Wat zijn de signalen van misbruik? En hoe kom je – als je misbruikt bent – daar ooit overheen? ‘Ik had niets aan mijn kinderen gemerkt.’

Angela* had net haar schoonvader, die regelmatig op zijn kleinkinderen paste, gedag gezegd. Haar man had hun kinderen (toen 3 en 5) in bad gezet en was de keuken aan het opruimen toen Angela naar boven liep om bij de jongens te kijken. Ze zag hoe haar ene zoontje een speelgoedauto in het achterste van de ander proberen te duwen. Kalm vroeg ze: “Wat doen jullie daar?” De oudste antwoordde: “Dat doet opa ook altijd bij ons.” 

Angela liep overstuur naar beneden en waarschuwde haar man. Hij belde vervolgens de politie, zij haalde de kinderen uit bad en deed ze naar bed. “Ik had geen idee hoe ik hier op moest reageren. Ik was woest en verdrietig, maar wilde niet paniekerig zijn in de buurt van de kinderen. Ik had niets aan ze gemerkt. Dat mijn schoonvader zoiets deed. Ik ben er nog altijd ziek van.”

Pedofilie is een beladen onderwerp, waarover weinig harde cijfers bekend zijn. Schattingen gaan er vanuit dat 1 tot 3 procent van de volwassenen pedofiel is. Voor Nederland komt dit uit op ruim 100.000 mannen. “In elke stad, dorp of wijk woont er wel één”, zegt seksuoloog Erik van Beek die mensen met pedofilie behandelt. Een klein deel, de pedoseksuelen, vergrijpt zich aan kinderen, zegt hij. Meestal zijn het mannen, en heel soms een vrouw.

Voor de slachtoffers maken deze cijfers weinig uit. Zij moeten de rest van hun leven zien om te gaan met angsten, verlies van vertrouwen in mensen, een verstoorde seksuele ontwikkeling en psychische, en soms lichamelijk, schade. Wat aan Angela knaagt, is dat zij niets door heeft gehad, en dacht dat ze een familielid de zorg van haar kinderen kon toevertrouwen.

Praten over misbruik, zonder dat de wereld een enge plek wordt
Seksuologen, ervaringsdeskundigen en behandelaars van pedofielen vinden dat het onderwerp, hoe gruwelijk ook, meer uit de taboesfeer moet komen. Van Beek: “Het is een pijnlijk onderwerp dat walging oproept. Mensen willen er niet over nadenken, maar het bestaat wel.”

Moet je een kind hierover vertellen? Ja, zegt de Belgische seksuoloog Gerard Gielen, die uitgebreid over het onderwerp heeft geschreven op zijn website over seksuologische hulpverlening. “Sommige ouders willen hun kinderen niet bang maken met verhalen over kinderlokkers en pedofielen. Toch zijn kinderen beter op hun hoede wanneer ze iets weten over deze verschijnselen. Het gebeurt nu eenmaal in onze samenleving en dan kunnen we onze kinderen er maar beter bewust van maken, als dat helpt om ze te beschermen.”

Marianne Kimmel werd misbruikt door haar vader. Zij vindt juist dat je op moet passen met wat je een kind vertelt. “Je moet de wereld geen enge plek voor ze maken. Vertel een kind regelmatig: jouw lijf is van jou en helemaal niemand heeft het recht om het aan te raken of hier iets lelijks over te zeggen.” Zij zegt daarnaast dat een kind er meer aan heeft als het van zich af leert bijten, stevig in zijn schoenen staat, weerbaar is. “Voed ze op met kracht. Daar hebben scholen ook een belangrijke rol in.”

Thumbnail

Dit zijn de alarmsignalen
Als ouder kun je pedofilie niet voorkomen. Maar helemaal machteloos sta je niet. Evelyn Klein-Haneveld, hoofd behandelzaken bij De Waag, een centrum voor ambulante forensische psychiatrie: “Pedofilie zie je niet aan iemand, en deze mensen leven vaak een dubbelleven omdat ze zelf ook weten dat hun seksuele voorkeur veel emotie en agressie oproept.”

De beste beveiliging noemt zij ‘goed contact met je kind’. “Zorg voor een open band zodat je kind weet dat het met je kan praten en laat hem weten dat niemand zomaar aan zijn lijf mag zitten.” Daarnaast kun je letten op bepaalde signalen die kinderen die zo’n traumatische gebeurtenis hebben meegemaakt, of nog meemaken, afgeven.

Naast algemene ‘alarmsignalen’ als slaapproblemen, verlies van eetlust of constante buikpijn, plotselinge stemmingswisselingen, angst voor andere mensen en bedplassen noemt de Belgische pedagoog en seksuoloog Gerard Gielen ook het “weigeren om over een ‘geheimpje’ te praten dat het kind met een andere volwassene heeft en niet bij de leeftijd passend seksueel gedrag vertonen”.

Geheimpjes zijn niet oké
Seksuoloog Yuri Ohlrichs van Rutgers, een kenniscentrum voor seksualiteit, vindt dit een belangrijk punt. Hij zegt dat kinderen al jong geleerd moet worden dat “het bewaren van geheimpjes oké is als het gaat om iets leuks of het verrassen van iemand, maar dat het niet oké als dat geheimpje een kind in de war maakt, of dat het kind zich er niet prettig bij voelt.”

Hij vindt dat ouders kinderen moeten leren ‘nee’ te zeggen en dat het niet erg is als iemand dan misschien kwaad wordt. “Zijn er vermoedens van seksuele mishandeling, laat je kind dan weten dat je niet boos op hem of haar bent, maar dat jij er juist bent om te helpen.”

Wat volgens Ohlrichs absoluut niet helpt zijn opmerkingen als: “Als er ook maar iemand aan jou zit, dan hang ik ‘m op”. “Vaak zijn de daders bekenden: een buurman, familielid, vader van een vriendje. Het idee dat diegene dan misschien opgehangen wordt, kan een kind juist weerhouden om aan zijn ouders te vertellen wat er gebeurd is.”

Maak kinderen bewust van gevoelens, en van hun lijf
Grenzen leren stellen, letten op je kind, het weerbaarder maken, kunnen een kind dat met seksueel misbruik te maken heeft, helpen. Wat ook helpt, zegt seksuoloog Ohlrichs, is “bloot en seks uit de taboesfeer halen”. “Bespreek het thema vanaf jonge leeftijd, vanaf 4, 5 jaar. Dan weten kinderen ook wat wel en wat niet kan. Maak ze bewust van gevoelens en hun lijf en benadruk dan keer op keer dat alleen jij mag beslissen over jouw lichaam. En helemaal niemand anders.”

Angela en haar man hebben het contact met opa, die een jaar de gevangenis in moest en een taakstraf heeft gekregen, inmiddels verbroken. De kinderen zijn in therapie geweest en lijken er vooralsnog geen psychische of lichamelijk schade aan te hebben overgehouden. Angela: "Ik ben voor altijd wantrouwend gebleven tegenover mensen die op mijn kinderen passen. Gelukkig weten ze nu waar de grens ligt en dat zij de baas zijn over hun lichaam."

Het kost haar nog altijd veel moeite om erover te praten. "Dat een opa zoiets doet, daar kan ik nog steeds niet over uit."

‘Hij was mijn vader, de persoon die je als kind moet kunnen vertrouwen’

Thumbnail

Marianne Kimmel werd van haar 4de tot haar 9de misbruikt door haar vader. Haar moeder kon haar niet beschermen, en wil er niet met haar over praten. Marianne kwam er weer bovenop door therapie, de liefde van haar hond Happy en door het taboe te doorbreken.

Wanneer ze haar vader hoorde binnenkomen, kreeg Marianne Kimmel (44) het als klein meisje altijd ijskoud. “Ik werd misselijk en wist wat er ging gebeuren. Ik moest hem aanraken en hij zou mij gaan betasten. Ik deed altijd wat hij zei: ik was ongelooflijk bang voor hem. Terwijl je vader eigenlijk degene moet zijn die je als kind kunt vertrouwen.”

Marianne werd tussen haar 4de en 9de seksueel misbruikt. Het maakte van haar een angstig, kwetsbaar kind dat op school werd gepest. Haar vader was ook nog eens een dominante man. In zijn ogen kon Marianne niets goed doen. “Eigenwaarde had ik daardoor niet.”

Ze groeide op als enig kind. Haar moeder noemt ze een ‘lieve vrouw’. “Ik was echt een mama’s kindje en durfde niets zonder haar. Ik was overal bang voor. Ook voor geluid. Andere kinderen op school deden niets liever dan mij aan het schrikken maken.” Toch kon haar moeder haar niet beschermen tegen haar vader. “Het was geen intelligente vrouw. Ze was naïef en in allerlei opzichten heel afhankelijk van haar man.”

Marianne’s ouders ontkennen nog altijd dat hun dochter seksueel misbruikt is. “Toen ik mijn moeder vertelde wat mijn vader allemaal had gedaan, stopte zij haar vingers in haar oren en begon te neuriën. Ze wil het er nog steeds niet over hebben.”

Pas op haar 20ste durft Marianne een therapeut te bezoeken. Intense emoties en herinneringen tegenhouden, lukt haar dan niet meer. Aan hem vertelt ze beetje bij beetje haar verhaal. Jaren van therapie bij verschillende hulpverleners volgen. “Mijn trauma bleek heel complex. Niet alleen was ik seksueel misbruikt, ik had ook geen gevoel over mijzelf. Ik vond mezelf niets. Ik voelde geen liefde en vond niet dat ik de moeite waard was om geholpen te worden.”

Marianne speelde weleens met de gedachte zelfmoord te plegen. “Ik was zo leeg en durfde geen mens meer te vertrouwen.” Dit veranderde door de komst van hond Happy, nu elf jaar geleden. “Bij de fokker kwam de hond op mij af, sprong in mijn armen en begon mij te likken. Happy leerde mij hoe je lief kuny hebben. Ik vertrouwde haar meteen.”

Haar vader had haar altijd verteld dat ze niet voor kinderen of dieren zou kunnen zorgen. Marianne voelde zich in het begin met Happy dan ook onzeker. “Maar aan het gedrag van Happy merkte ik dat ik het goed deed en dat gaf zelfvertrouwen. Ze bevestigde bovendien vaak dat ze bij mij wilde zijn.” De hond voelde bovendien aan wanneer ze afstand moest houden. “Als ik een paniekaanval had, ging ze liggen en bleef me in de gaten houden. Alsof ze zei: ‘Je voelt je onveilig maar ik ga je laten zien dat het hier veilig is’.”

Marianne vertelde aan RTL Nieuws wat het misbruik met haar deed, en hoe ze dat te boven kwam.

Die angst- en paniekaanvallen had Marianne tijdens de puberteit meerdere keren per dag. Later nam de frequentie af en vijf jaar geleden hielden ze op. Dat was rond het ‘grote omslagmoment’, toen Marianne was gevraagd door een televisieprogramma om haar hele verhaal te vertellen: in beeld, met haar volledige naam.

“Pas toen kon ik mijn angsten loslaten. Erover praten gaf mij kracht.” Marianne richtte Stichting Poject Speak Now op voor lotgenoten en geeft nu lezingen over seksueel misbruik. Haar missie: een wereld waarin seksueel misbruik niet bestaat, waar kinderen beschermd zijn en slachtoffers hun vrijheid terugkrijgen.

“Ik wil vooral het taboe doorbreken. Voor veel mensen is seksueel misbruik een soort oerangst. Iedereen is immers zelf kind geweest of heeft misschien kinderen.” Marianne wil om die reden ook de seksuele handelingen benoemen. “Het bestaat dat kinderen worden gedwongen een volwassene te pijpen of twee vingers in hun vagina gestoken krijgen. Ren hier niet voor weg zodat slachtoffers erover durven te praten.”

Met Marianne gaat het inmiddels beter. Ze heeft verschillende relaties gehad en heeft een paar goede vrienden. Een partner heeft ze niet. “Ik zou dat wel willen ervaren. Liefde en echte hechting, maar er is zoveel gebeurd en het ligt nog zo gevoelig.”

Marianne lacht: “Ik moet eigenlijk een man hebben die net als mijn labrador is.”

Wat is pedofilie?

Een pedofiel voelt zich seksueel aan getrokken tot kinderen die nog niet in de puberteit zijn. Pedofielen komen in alle lagen van de bevolking voor. Een eenduidig profiel is er niet. Volgens Evelyn Klein-Haneveld, hoofd behandelzaken bij De Waag, zijn pedofiele mannen wel vaker dan andere mannen in hun jeugd zelf ook misbruikt. De oorzaak van pedofilie noemt zij “een combinatie van erfelijke aanleg en invloeden uit de omgeving”.

Zij wijst er op dat een kindermisbruiker niet altijd een pedofiel hoeft te zijn. “Bij mensen die hyperseksueel zijn (een hoge seksdrive hebben), of mensen die verslaafd zijn aan seks, kan het voorkomen dat ze pakken wat ze pakken kunnen, dus ook kinderen. En er is een groep die bij veel stress, zoals schulden of een slechte relatie met weinig intimiteit, zich op deze manier op kinderen afreageert.”

*Angela is niet haar echte naam.

Door Maaike Homan

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore

`