Magazine

Parijs is nog ver: de Tour de France voor dummies

29 juni 2017 16:00 Aangepast: 24 juni 2021 14:03
De slotetappe van de Tour de France van vorig jaar, geletruidrager (en latere winnaar) Chris Froome voorop. Beeld © Getty

De Tour de France is het ideale zomerspektakel. Wat is er mooier om te zien dan bijna tweehonderd wielrenners die zich drie weken lang in het zweet trappen terwijl je zelf je vakantiemiddag landerig onderuitgezakt doorbrengt op de bank? Nou ja, één klein probleempje misschien: je hebt geen idee wie er aan het winnen is en hoe zo'n wedstrijd in elkaar zit. Geen paniek! Aan die onzekerheid komt met dit verhaal in één klap een eind.

Sportfanaten kunnen het soms maar moeilijk geloven. En toch is het zo. Er zijn mensen die dertig, veertig jaar op deze aardbol rondlopen en geen idee hebben waar de Tour de France nu eigenlijk over gaat. Laten we eerst eens de dingen op een rijtje zetten die ze zelf nog wel kunnen verzinnen:

1. De Tour de France is een hardfietswedstrijd.
2. De wielrenner in de gele trui is de kampioen (of hoe dat ook maar heet). 

En laten we dan ook meteen maar afspreken dat in dit verhaal (a) geen domme vragen bestaan en (b) geen domme opmerkingen kunnen worden gemaakt. Zodat we even door de vingers zien dat de liefhebbers het niet hebben over een 'hardfietswedstrijd', maar over een wielerronde, en dat de drager van de gele trui pas na de allerlaatste etappe, na de traditionele finish op de Champs-Elysées, ook echt de kampioen is.

Tot die tijd is hij de leider van het algemeen klassement, de stand die aan het eind van elke etappe wordt opgemaakt. Best geinig, maar: een tussenstand. Het betekent alleen dat hij het kortst gedaan heeft over de afstand die tot dan toe is afgelegd.

Winnen van de Tour: het allerhoogste

Natuurlijk gaat het, ook in de Tour de France, om het winnen van het eindklassement. Sterker nog: in het wielrennen geldt de eindzege van de Tour als het allerhoogste. Van de drie grote rondes is het de belangrijkste: het is de oudste (sinds 1903) en vaak ook de meest veeleisende. Even die grote rondes op een rij:

naam afgekort gereden in
Tour de France
(Ronde van Frankijk)
Tour juli
Giro d'Italia
​(Ronde van Italië)
Giro mei
Vuelta a España
(Ronde van Spanje)
Vuelta aug./sept.

Omdat de Tour nu eenmaal die onaantastbare reputatie heeft, is het deelnemersveld dikwijls het sterkst. En om te zegevieren, is een bijna bovenmenselijke inspanning vereist. Ga maar na: de Tour de France is dit jaar 3540 kilometer lang, uitgesmeerd over 21 etappes. Twee keer krijgen de renners een dagje rust.

Kunnen die deelnemers allemaal de Tour de France winnen? Nou, ja, eh – er doen dit jaar 198 renners mee, verdeeld over 22 ploegen van elk negen man. En inderdaad: op papier kan iedereen die zaterdag in Düsseldorf aan de start verschijnt, op zondag 23 juli in Parijs gekroond worden tot winnaar. Maar van die 198 renners zijn er zeker 190 die nu al weten dat hen dat niet zal overkomen.

Kopmannen en knechten

Dat komt: je hebt een heleboel soorten renners. Om te beginnen zijn er de ploeteraars die oneerbiedig worden omschreven als 'knechten'. Hun inspanningen zijn erop gericht om hun meer getalenteerde ploeggenoten te laten uitblinken. Als het een beetje meezit, maakt zo'n knecht een keer deel uit van een 'ontsnapping': een groepje renners dat wegrijdt uit het peloton. Het ultieme geluk dat zo'n knecht ten deel kan vallen, is het winnen van een etappe: iets waar hij de rest van zijn leven mee kan pronken.

Maar zijn wedstrijd staat toch vooral in het teken van de dienstbaarheid. Hij moet een oogje houden op ploeggenoten die er in het algemeen klassement beter voor staan, en dan vooral op zijn 'kopman': de renner die door de ploeg is aangewezen als kanshebber. Daarnaast wordt de knecht geacht in de slotfase 'de sprint aan te trekken': heeft hij in zijn ploeg een sprinter die kort voor de finish een beslissende versnelling in de benen heeft, dan moet hij die in de ideale positie manoeuvreren. Dat is nogal een dingetje, als je ervan uitgaat dat misschien wel tien ploegen op hetzelfde moment hetzelfde proberen te doen voor hun eigen sprinter.

Eh, wacht even: 22 ploegen... die kunnen dus niet allemaal een etappe winnen. Waarom doen ze dan eigenlijk mee? Heel simpel: al die ploegen hebben sponsors. En die willen dat hun naam op de shirts zo veel mogelijk in beeld komt. Het geld dat een ploeg daarmee binnenharkt, is de kurk waarop de wielersport drijft. Het prijzengeld is mooi meegenomen, maar het vormt maar een klein deel van het budget. In de Tour is dit jaar bijna 2,3 miljoen euro aan geldprijzen te verdelen. Het winnen van een etappe brengt 11.000 dollar in het laatje, de winnaar van het eindklassement krijgt 500.000 euro.

Tijdrijden en klimmen

Om een grote ronde te kunnen winnen, moet je een 'klassementsrenner' zijn. Dat betekent dat je minstens moet uitblinken in één van de twee belangrijke disciplines waarmee je veel tijdwinst kunt boeken op de rest: het tijdrijden en het klimmen. Liefst alle twee tegelijk.

Die combinatie is zeldzaam, en daardoor is het aantal kanshebbers op de vingers van één hand te tellen. De belangrijkste is de Britse renner Chris Froome. Froome is een bijzondere renner. Tenminste, als je zijn Nederlandse collega Niki Terpstra mag geloven, die net als Froome in 2008 debuteerde in de Tour. Terpstra zei ooit over zijn Britse collega: "Hij kan niet in een waaier rijden, hij kan niet van de fiets pissen en hij zit op zijn fiets als mijn postbode." Toch is Froome (drie keer de Tour gewonnen) dit jaar de man die iedereen wil verslaan, terwijl Terpstra (nul keer de Tour gewonnen) niet eens meedoet.

Maar ook Terpstra is geen kleintje. Integendeel: hij is één van de renners die het Nederlandse wielrennen de afgelopen tien jaar kleur gaven. Want dat blijkt voor veel nieuwe intreders een belangrijke reden om, na de wielersport een leven lang te hebben genegeerd, aan te haken: het succes van de Nederlandse renners.

Twee van hen, Steven Kruijswijk en Tom Dumoulin, gooiden de afgelopen jaren hoge ogen in de Giro en de Vuelta. Dumoulin was vorige maand in de Ronde van Italië zelfs de eerste Nederlander die, sinds Joop Zoetemelk in 1980 de Tour won, één van de drie grote rondes op zijn naam schreef. Beetje een teleurstelling misschien voor al die aanstaande wielerfans: aan de Tour de France doen Dumoulin en Kruijswijk dit jaar niet mee. De ronde past niet in hun programma.

Nederlandse renners van wie we dit jaar in de Tour veel lol kunnen beleven, zijn er desondanks genoeg. Let vooral op oudgediende Robert Gesink, die in het hooggebergte prima mee kan en stiekem zal hopen op een ritzege. Jonkie Dylan Groenewegen (net 24 jaar geworden) zou in een massasprint best eens voor een uitschieter kunnen zorgen. Jos van Emden rijdt een formidabele tijdrit en hoopt in de eerste etappe in Düsseldorf te kunnen toeslaan. Bauke Mollema moet vooral oud-Tourwinnaar Contador bijstaan, maar kan verrassend uit de hoek komen.

Tourspel? Meedoen!

Dan nog even de allerbeste tip om de komende weken optimaal te genieten van de Tour de France, met óf zonder Nederlands succes: als het nog kan, speel op je werk of in het café vooral mee met een Tourspel (Tourtoto, Tourpool, et cetera). Meestal is het daarbij de bedoeling dat je een eigen ploeg formeert, die natuurlijk bestaat uit renners die deelnemen aan de Tour. Informeer voor een kansrijke samenstelling van je ploeg bij een insider, of spiek rustig bij de winnaars van de afgelopen jaren.

Zo'n Tourspel maakt dat je je drie weken lang zit te verheugen op elke etappe-uitslag, dat je je lekker boos kunt maken als één van jouw mannen het laat afweten, en dat je je elke dag weer kunt identificeren met de renners – of ze nu Nederlands zijn of niet. 

Geel, groen, wit, bolletjes: de truien en wat ze betekenen

Thumbnail

De leider van het algemeen klassement draagt dus de gele trui – dat weten we intussen. Maar er zijn nog een paar truien die net even wat minder schreeuwerig zijn dan de ploegenshirts die de renners het aanzien geven van een reclamezuil.

Alhoewel, de zogeheten bolletjestrui (wit met rode stippen) kun je in modetechnisch opzicht ook niet echt verantwoord noemen. Die wordt gedragen door de leider van het bergklassement. De beklimmingen zijn verdeeld in verschillende categorieën: van de vierde categorie (kort, niet supermoeilijk) via de derde, de tweede en de eerste naar de zogeheten buitencategorie: de allerzwaarste toppen in de Tour. Op de top van de beklimmingen zijn punten te verdienen voor de eerste renners die eroverheen gaan. Wie de meeste punten in het bergklassement verzamelt, draagt de bolletjestrui.

Thumbnail

Dan zijn er nog de bonuspunten waarmee je de groene trui kunt verdienen. Sinds de Slowaak Peter Sagan (foto links) zich er vijf jaar geleden mee ging bemoeien, is het leuk: hij is een allesvreter die zich continu vooraan in de strijd meldt. Het algemeen klassement zal hij nooit winnen, daarvoor kan hij niet goed genoeg klimmen en tijdrijden, maar door zijn vechtlust, zijn koersinzicht én zijn humor is hij uitgegroeid tot een geweldige publiekslieveling.

Ten slotte is er de witte trui, gedragen door de beste renner in het klassement die geboren is na 1 januari 1992. Vaak wordt de trui gewonnen door rasechte beloften die op punt van doorbreken staan, maar soms ook gaat de trui naar iemand van wie je later weinig meer hoort.

Door Henrico Prins

Wat leuk dat je er bent! Vind je ons ook leuk? Volg ons dan op Facebook of abonneer je op onze nieuwsbrief!

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore