Briefgeheim

'Jullie zetten mij tegenover de man die me wilde vermoorden'

27 september 2019 09:09 Aangepast: 27 september 2019 12:01
Beeld © iStock

In deze wekelijkse rubriek schrijven lezers een brief aan iemand die een belangrijke rol in hun leven heeft gespeeld, positief of negatief. Dit keer Anika (45). Ze schrijft een brief aan de hulpverleners die haar hadden moeten opvangen toen ze aangifte deed tegen haar gewelddadige ex.

Beste hulpverleners,

Ik kwam bij jullie binnen op mijn kwetsbaarst. Ik was een moeder van een zoontje van 5, maar ook een vrouw die fysiek en psychisch mishandeld was door haar man. De laatste aangifte die ik heb gedaan, mondde dan ook uit in een veroordeling. Mijn ex probeerde me te wurgen, de buurvrouw hoorde geschreeuw en heeft de politie gebeld. Gelukkig had ik haar als getuige.

Ik had nooit gedacht dat dit me zou overkomen. Huiselijk geweld was voor mij een ver-van-mijn-bed-show. Ik ben een zelfstandige vrouw met een goede baan, ik had het voor elkaar. En ik dacht altijd: als mijn man me ooit met één vinger aanraakt, ben ik weg. Maar toen ik er eenmaal in belandde, besefte ik dat het niet zo makkelijk is. Zeker niet omdat we een kind samen hebben.

Ik was zwaar getraumatiseerd en kwam via de politie bij jullie instantie terecht. Jullie hebben het politierapport gekregen, we hebben een intakegesprek gehad, en vervolgens werd besloten dat mijn ex en ik samen in één ruimte zouden worden gezet, met twee hulpverleners erbij, om 'positief met elkaar te communiceren'. In belang van het kind. 

'De eerste keer dat ik hem zag, kwam alles weer naar boven. Kippenvel over mijn hele lijf, totale paniek'

Maar er is niet gekeken naar mijn belang. Ik wilde niet meer met hem in één ruimte zijn, met de man die me wilde vermoorden. Ik heb onze relatie niet beëindigd omdat ik het even niet meer zat zitten met hem, maar omdat ik vreesde voor mijn leven en dat van mijn kind. Hebben jullie de politierapporten eigenlijk wel gelezen?

Ik moest meewerken. Anders zouden jullie een melding doen bij de Raad voor de Kinderbescherming, en dan zou ik mijn zoontje kwijt kunnen raken. Tja, dan heb je me. Natuurlijk wil een moeder haar kind niet verliezen. Dus ik deed netjes wat jullie vroegen, of nee: me opdroegen.

En het was vreselijk. De blik in zijn ogen, de minachting, de haat, de kilte… De eerste keer dat ik hem zag, kwam alles weer naar boven. Kippenvel over mijn hele lijf, totale paniek. Op een plek waar ik me veilig had moeten voelen, met professionals die ik had moeten vertrouwen, werden mijn trauma's alleen maar groter en groter.

'Ik vind het bizar dat dit kan, in Nederland. Dat je samen moet werken met de man die je probeerde te vermoorden'

Ondertussen liep ik bij een psycholoog, ik kreeg traumatherapie, maar ze kon me niet meer helpen. Ze zei: 'Zolang je hem blijft zien, kun je niets verwerken'. Ik heb zo vaak bij jullie aan de bel getrokken: ik ben bang voor hem, ik wil hem niet zien, ik dúrf niet meer. Waarom luisterden jullie niet?

Ik ben niet erkend. Het was alsof jullie boven me zweefden, me niet écht zagen. Jullie gaven aan te vertrouwen op de expertise van het team dat met mijn zaak te maken had. Pas een jaar later – een heel jáár – heeft de klachtencommissie me in het gelijk gesteld. Dit had nooit mogen gebeuren, was hun boodschap. Ik zat in een traject waar ik niet thuishoorde. De hulpverlening was niet de oplossing voor het probleem, maar deel van het probleem.

Ik vind het bizar dat dit kan, in Nederland. Dat je samen moet werken met de man die je probeerde te vermoorden.

Nu zit ik bij een andere instantie, waar het gaat zoals het hoort te gaan. Er wordt echt naar me geluisterd, ik voel me veilig, gehoord. Wat ik toen nodig had, heb ik nu pas gekregen.

'Een gesprek met de betrokken chulpverleners over hoe het gegaan was, was 'niet de bedoeling', kreeg ik te horen'

Ik heb nooit echt een excuus gehad. Maar weet je? Dat maakt me nu niet meer uit. Ik focus me op de toekomst. Mijn ex spreek ik niet meer, mijn zoontje gaat eens per veertien dagen naar hem toe. We hebben per mail contact over waar mijn zoontje kan worden opgehaald. Hij gaat een keer in de week naar een kinderpsycholoog, zij houdt hem in de gaten. En ik doe dat zelf ook.

Misschien vinden jullie me wel vervelend. Misschien willen jullie niets meer van me horen. Ik wilde een gesprek met de hulpverleners met wie ik destijds direct te maken heb gehad, maar dat mocht niet. Dat was 'niet de bedoeling' kreeg ik te horen.

Maar ik blijf mijn verhaal vertellen. Want hulpverleners maken ook fouten. Het is oké om dat toe te geven. Kijk niet alleen maar naar je collega's, maar ook naar de cliënt. Durf tegen je collega's te zeggen dat je niet weet of ze het juiste doen. Ook als hulpverlener mag je je kwetsbaar opstellen. We zijn allemaal mensen. Ik blijf positief, de ellende die ik meemaak zal me sterker maken, uiteindelijk. Maar dat heb ik niet aan jullie te danken.

Hartelijke groet,

Anika

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore

`