Liefde & relaties

Het geheim van aantrekkingskracht: 'Ga voorbij aan de eerste indruk'

08 maart 2019 17:22 Aangepast: 15 maart 2019 09:44
Beeld © GettyImages

Wat maakt dat twee mensen bij elkaar passen? Dat is de vraag die het programma Married at first sight probeert te beantwoorden. Op 7 april begint het nieuwe seizoen. Wij spraken alvast met de experts die de kandidaten aan elkaar koppelen. Deze week psycholoog Pablo Bakarbessy.

Stel je eens voor: je hebt een prachtige bruidsjurk of -pak aan, de zenuwen gieren door je lijf. Aan de ene kant van de zaal zie je al je vrienden en familie, aan de andere kant een groep totale vreemden, die je allemaal vol verwachting aankijken. En dan staat daar je aanstaande. Die je voor de allereerste keer ziet. De man of vrouw met wie je misschien wel de rest van je leven gaat delen.

Dat is de realiteit voor tien deelnemers aan Married at first sight. Een team van vier experts zoekt uit honderden kandidaten vijf stellen uit die volgens hen kans hebben om samen een lang en gelukkig leven tegemoet te gaan. Maar waar baseren ze dat op? De komende vier weken vragen we het hen, te beginnen met Pablo Bakarbessy (47), die als gedragsdeskundige, coach en als mediapsycholoog al aan verschillende programma’s heeft meegewerkt.    

Wat is jouw rol binnen het team van experts?

“Ik heb vooral naar het grotere plaatje gekeken: waarom willen mensen meedoen aan zo’n programma? En zijn ze wel weerbaar genoeg? Het gaat uiteindelijk over dromen en verlangens, maar ook weleens over het instorten van die dromen, het omgaan met teleurstelling. Zo’n programma is een heftig traject en ik vind de mensen die zich opgeven heel dapper. We bespreken heel serieus met ze: besef goed waar je aan begint. Het is leuk en mooi en spannend, maar je laat je ook op een heel publiekelijke manier van een heel kwetsbare kant zien.”

'Ik druk iedereen op het hart: val niet over die witte sokken of die paar centimeter te lang of te kort'

Hoe gaan jullie te werk bij zoeken naar kandidaten?

“De kandidaten vullen allemaal een test in, een vragenlijst. Maar we nodigen ze ook uit op selectiedagen, want van papier kan je maar lastig een gevoel krijgen voor wie iemand echt is. We houden interviews en doen oefeningen met ze. Daarbij kijken we heel erg naar hoe kritisch ze zijn, en hoe zelfverzekerd.

We zoeken natuurlijk naar een zo groot mogelijke slagingskans voor de matches. Dan helpt het niet als iemand een heel specifiek beeld in zijn of haar hoofd heeft en daar geen millimeter van af wil of kan wijken. Het liefst wil je iedereen op het hart drukken: ga voorbij aan die eerste indruk. Val niet over die witte sokken of over die paar centimeter te lang of te kort.”

Pablo Bakarbessy Pablo Bakarbessy

Maar aantrekkingskracht is toch belangrijk?

“Absoluut. Het allerbelangrijkste. En tegelijkertijd is het ook het meest ongrijpbaar. De klik die mensen wel of niet voelen is een chemisch proces en daar kan je rationeel niet zoveel tegen doen. Tegelijkertijd hebben mensen voorkeuren en daar proberen we wel rekening mee te houden. Knapt iemand bijvoorbeeld enorm af op roken of overgewicht, gaan we daar natuurlijk niet een volslanke paffer naast zetten. Dat is voor allebei de kandidaten niet leuk. En we kijken ook veel dieper dan dat: naar levensbeschouwing, ervaring in de liefde, of iemand uit een warm of juist uit een meer rationeel gezin komt. Dat kan allemaal meespelen.”

'Het programma houdt een spiegel voor. Dat is hoe dan ook een verrijking, ook als het niet helemaal goed zit'

En, is het gelukt?

“We hebben vijf matches gemaakt. Bij sommigen kon ik er direct honderd procent achter staan, bij anderen dacht ik wel: nou, we gaan het wel zien. Maar dat is het voordeel van in een team werken: soms zagen de anderen een klik waar ik ‘m niet zag en andersom. Tegelijkertijd blijft het tot het altaar spannend. Ze kunnen op basis van allerlei lijstjes en testen nog zo goed bij elkaar passen, als de vonk niet overslaat, wordt het wel lastiger.”

Wat kunnen kijkers van het programma leren?

“Nou, je gaat wel bewuster naar je eigen relatie kijken. Zorg ik nog wel dat ik interessant ben voor de ander? En toon ik voldoende interesse? In die zin houdt het een spiegel voor. Bij mij ook hoor: je ziet ineens hoeveel facetten er eigenlijk aan zo’n verbintenis zitten. Bij mij zit dat gelukkig wel goed, maar het kan ook confronterend zijn. Als je je ergens in verdiept, doe je nieuwe inzichten op. Dat is hoe dan ook een verrijking, ook als je beseft dat het toch niet helemaal goed zit. Dan kan je besluiten eraan te werken, of om alleen verder te gaan – en dat is soms gewoon de juiste beslissing.”

`