Gezin

Oneens over opvoeding : 'In een vaste bedtijd gelooft hij niet'

15 november 2018 11:04 Aangepast: 16 november 2018 14:04
Beeld © Annet van den Ende

De een zweert bij Rust, Reinheid en Regelmaat, de ander gelooft heilig in 'go with the flow'. Best lastig, als je samen de kinderen een beetje behoorlijk en leuk wil opvoeden... Hoe pak je het aan als je het maar niet eens kan worden over de regels?

Van papa mogen ze één snoepje, van mama twee. En als ze willen opblijven, weten kinderen vaak precies bij welke ouder ze het meeste kans maken. Vader doet het zus, moeder doet het zo: daar krijg je lekker flexibele kinderen van. Maar wat als ouders lijnrecht tegenover elkaar staan in de opvoeding? Anne Marijn en Willemijn pakken het thuis héél anders dan hun man. En dat wil nog weleens botsen. 

Anne Marijn is getrouwd met de Sri Lankaanse Thusitha, die sinds 2012 in Nederland woont en weinig Nederlands spreekt. Ze hebben een zoon van 4, een dochter van 2 en een dochter van 8 maanden. In de opvoeding lopen Anne Marijn en Thusitha regelmatig tegen cultuurverschillen aan.

Anne Marijn: “Als ik na een lange dag werken om half acht ‘s avonds thuiskom, lopen de kinderen soms nog in hun pyjama. Thusitha vindt het gewoon niet nodig om ze aan te kleden als ze de deur niet uitgaan: ze gaan toch straks weer naar bed? Wat hem betreft hoeft dat niet op een vaste tijd overigens, in Sri Lanka gaan de kinderen pas naar bed als ze moe zijn. Thusitha vindt het prima als onze kinderen op de bank in slaap vallen, dan legt hij ze wel in bed als hij zelf ook gaat slapen.”

Zelf is Anne Marijn meer van de Hollandse rust, reinheid en regelmaat. Half acht is volgens haar een prima bedtijd, inclusief gepoetste tanden. “Als we ‘s ochtends opstaan trek ik meteen de gordijnen open, kleed ik iedereen aan en smeer ik brood. Thusitha begrijpt daar niets van: hij vindt het nogal dwangmatig.

Ritme
Onze zoon was een huilbaby en sliep heel slecht. Mijn man pakte hem steeds bij het eerste geluidje al op: in Sri Lanka laten ze baby’s nooit huilen. Toen Thusitha een week lang ‘s avonds weg was, greep ik mijn kans. Ik legde onze zoon - toen 1,5 - op een vaste tijd in bed en liet hem huilen. Na die week had hij een ritme! Dat had ik dus eigenlijk veel eerder moeten doen. Gelukkig zag Thusitha dat toen ook wel in.”

Thusitha vond het heel belangrijk dat Anne Marijn zo lang mogelijk borstvoeding zou geven. “In het begin kwam mijn productie maar moeilijk op gang, dus ik wilde er eigenlijk mee stoppen. Maar Thusitha heeft me gemotiveerd om door te zetten. Met resultaat: inmiddels geef ik al vierenhalf jaar onafgebroken borstvoeding, mijn oudste zoon is gestopt toen hij naar de basisschool ging.”

Voeren met je handen
Ik eet graag op gezette tijden met z’n allen aan tafel, maar dat is in Sri Lanka niet gebruikelijk. Daar eet je als je honger hebt. Als je bij het avondeten geen trek hebt omdat je net iets heb gesnoept, neem je later op de avond toch nog een tosti? Onze oudste kinderen kunnen natuurlijk prima zelf eten, maar Thusitha voert ze graag met zijn handen. Hij loopt dan rustig met een bord achter ze aan tijdens het spelen.”

Voor de kinderen wordt het nu ingewikkeld, merkt Anne Marijn. “Als hij een dag met ze thuis is geweest, zijn ze ‘s avonds vaak van slag: dan beginnen ze van ontlading keihard te huilen als ik het huis binnenstap. Ze missen structuur, daar worden ze heel onrustig en verward van.”

Verrijking
Omdat Thusitha steeds meer inziet hoe belangrijk regelmaat is voor hun kinderen, zoeken Anne Marijn en hij nu naar de gulden middenweg. “Ik realiseer me hoe belangrijk het is om één lijn te trekken, maar omdat we zoveel verschillen, vind ik dat heel lastig. Toch zie ik vooral de mooie kanten: opgroeien met twee culturen brengt kinderen ook heel veel verrijking. Ze groeien drietalig op, leren denken vanuit verschillende referentiekaders en krijgen verschillende normen en waarden mee. Ik hoop dat ze zich daardoor later als mens nog beter kunnen ontwikkelen.”

Willemijn is getrouwd met Erik*, samen hebben zij twee zoons van 5 en 7 en een dochtertje van 10 maanden. Willemijn heeft mede door haar pedagogische achtergrond veel geduld met haar kinderen - soms teveel. Erik daarentegen is oud-militair en heeft af en toe een kort lontje. Dat vindt Willemijn dan lastig om te zien.

“Ons middelste kind is een dromer. Hij neemt graag de tijd voor dingen en opschieten is hem vreemd. Hoewel dat af en toe heel vervelend is, accepteer ik makkelijker dat hij nu eenmaal zo in elkaar zit. Erik heeft daar meer moeite mee. Hij is militair geweest en is van de discipline: er moet nú dit en dat gebeuren, hup hup hup! Erik is strenger en verwacht meer van onze kinderen, soms ook wel te veel.

Erik kan zich gewoon minder goed in hen verplaatsen. Hij wordt sneller boos dan ik en vindt het vaak vervelend als de kinderen huilen om iets wat in zijn ogen niets voorstelt.” Willemijn is opgeleid als pedagoog en kijkt daarom met heel andere ogen. “Opvoeden doe ik heel bewust, uitgaande van de behoefte van een kind. Ik laat ze vrij, geef ze de ruimte om te zijn wie ze zijn. Huilen is een uiting van emotie, het is niet aan ons om te bepalen of dat mag.”

'Hij vind het achteraf zelf ook vervelend dat hij zo snel boos wordt. Maar op het moment zelf kan hij zijn ongelijk niet toegeven'

Overal gevaar
Erik is inmiddels ambulancechauffeur en ziet - misschien wel daardoor - overal het gevaar van in. “Hij is heel voorzichtig, terwijl ik denk: laat ze het maar ontdekken, het moet af en toe ook misgaan. Daar leren ze immers ook van. En het is nog nooit fout afgelopen - misschien ook wel omdat hij altijd op tijd ingrijpt, haha! Door dat voorzichtige, is hij ook heel zorgzaam.”

Bedtijd is één van de dingen waar Willemijn en Erik het wél over eens zijn. Uiterlijk om half acht ligt iedereen er in. “Ik lees altijd een verhaaltje voor, tenzij het al heel laat is en ze beter kunnen gaan slapen. Erik zegt rustig dat hij geen zin heeft om voor te lezen, of hij belooft de kinderen dat ze er morgen twee krijgen. Maar vaak moet hij dan toevállig de volgende avond werken. Dan moet ík twee verhaaltjes lezen - wat ik dan overigens niet doe. Ik heb hem dus vriendelijk verzocht dat niet meer te beloven.”

Heel soms spreekt Willemijn Erik aan op zijn uitbarstingen, als ze het gevoel heeft dat hij er voor openstaat. “Dan hebben we altijd een goed gesprek, hij vindt het zelf ook vervelend dat hij zo snel boos wordt. Maar op het moment zelf kan hij zijn ongelijk niet toegeven, dan vindt hij gewoon dat de kinderen moeten luisteren. Als het voor mij niet goed voelt, neem ik het altijd voor mijn kind op. ‘Misschien moet je ook even naar hem luisteren’, zeg ik dan.

'Basisregels spreek je het liefst al af vóórdat de kinderen geboren worden'

Puberteit
De oudste weet inmiddels heel goed hoe hij ons kan bespelen. Soms brengt Erik hem naar bed, maar dan vraagt mijn zoon heel zachtjes aan mij ‘Wil jij mijn tanden poetsen?’ Dan zeg ik natuurlijk dat hij dat met zijn vader moet regelen. Wat dat betreft houd ik mijn hart vast voor de puberteit. Als pedagoog én als moeder lijkt het me belangrijk dat we vooral met elkaar en onze kinderen blijven praten, dat zouden we echt meer moeten doen. Die basis voor later, leggen we immers nu.”

Onenigheid maakt onrustig

Volgens kinderpsycholoog en opvoedkundige Tischa Neve zijn kleine meningsverschillen over de opvoeding niet erg, maar is het wel belangrijk dat ouders met elkaar een aantal basisregels afspreken. Het liefst al vóórdat de kinderen geboren worden, of in ieder geval voordat ze in de peuterleeftijd komen en het echte opvoeden begint. “Bespreek jullie standpunten met elkaar: hoe denken jullie bijvoorbeeld over eten, bedtijd, snoepen, schermtijd en straffen? Zitten jullie grotendeels op één lijn, of blijken jullie het over fundamentele opvoedkwesties compleet oneens te zijn? Als je daar pas achter komt op het moment dat jullie kind een slechte eter blijkt of niet naar bed wil, is het lastiger om daar rustig over te praten.”

Houvast
Neve zegt dat het kinderen veel onrust geeft als de basisregels in huis niet duidelijk zijn, of voortdurend wisselen. Als je van papa bijvoorbeeld altijd om zeven uur naar bed moet, maar van mama hoef je pas om half negen naar boven, is dat heel verwarrend. Neve: “Zonder routine en duidelijkheid heeft een kind geen houvast, waardoor het eerder geneigd is om grenzen op te zoeken en vervelend gedrag te vertonen. Jonge kinderen doen dat vaak niet bewust: als ze gisteren hun bord niet leeg hoefden te eten, hoeven ze dat vandaag toch ook niet?”

Water bij de wijn
Maar wat als ouders - bijvoorbeeld door verschillende afkomsten - structureel anders blijven denken over de opvoeding? Neve: “Belangrijk is om altijd met elkaar in gesprek te blijven. Probeer te begrijpen waaróm die ander zoveel waarde hecht aan ‘vrije’ bedtijden of samen eten aan tafel. Als je het echt niet eens wordt over een basisregel, kun je samen kijken waar je water bij de wijn kunt doen. Misschien kun jij het eten aan tafel laten gaan, als hij bereid is om de televisie uit te laten? Of je leert je kinderen om zelf beter aan te voelen wanneer ze moe zijn, zodat ze ook zonder vaste bedtijd op tijd gaan slapen.”

Neve adviseert om samen te blijven zoeken naar manieren om om te gaan met de verschillen, waarbij het belang van het kind altijd voorop staat. “En laat het soms ook los. Als ouders continu strijd hebben, hebben kinderen daar ook last van. Misschien kunnen ze best een keer zonder tandenpoetsen naar bed, als het dan thuis gezellig blijft.”

 

*De namen van Willemijn en Erik zijn om privacyredenen gefingeerd.

`