Vriendschap

(Ex-)Vriendin op de werkvloer

18 oktober 2018 09:00 Aangepast: 18 oktober 2018 10:48
Beeld © Illustratie: Annet van den Ende

Het klinkt leuk: een collega waar je het ook privé goed mee kunt vinden. Of een vriendin die bij jou in het bedrijf komt werken: hoe gezellig! Maar wat als de één promotie krijgt en jij niet? Of als die leuke hartsvrienden ineens een draak van een collega blijkt? Laura, José en Jennifer maakten het mee. "Mijn nieuwe motto: met vrienden moet je wandelen, niet handelen."

Laura werkte bij een werving- en selectiebureau, toen ze een nieuwe collega kreeg waar ze meteen een klik mee had. “Michelle was een welkome aanvulling op de gladjakkers waar ik mee samenwerkte. Ik vond haar meteen interessant, ze was op een leuke manier een beetje vreemd. Ik moest haar inwerken, daardoor hadden we vrij snel intensief contact. We raakten bevriend en spraken ook geregeld buiten kantoor af. Ze had net met haar vriend een huis gekocht, een opknapper. Ik hielp haar met klussen, ik heb eens een weekend lang vloeren staan schuren. Wat een grafklus was dat, dat deed ik echt alleen omdat ze zo’n goede vriendin was.

No deal

We hielpen elkaar ook met zakelijke opdrachten. Alle recruiters hadden een persoonlijk omzettarget. Als de één een vacature had en de ander een geschikte kandidaat, deelden we de bonus. Ik was al jarenlang de meeste succesvolle recruiter, omdat ik een eigen, afwijkende werkwijze had. Ik hield me niet aan alle regeltjes, maar vulde toch met gemak al mijn vacatures in. Zeker als ik mijn lange benen in de strijd gooide, daar waren mijn mannelijke klanten altijd gevoelig voor. Daar kreeg ik van collega’s wel eens opmerkingen over: Laura verdient haar geld wel heel makkelijk. Maar dat maakte me niets uit: zij pakten het gewoon zelf niet zo handig aan. Michelle worstelde soms ook met haar target, maar ze deed niets met mijn tips. Tja, dan moest ze het zelf weten.

Op een dag kreeg ik een vacature waarvoor Michelle de perfécte kandidaat had. Toen ik daar enthousiast over begon, reageerde ze een beetje flauwtjes. De volgende dag liep ik naar haar bureau en vroeg om de gegevens van haar kandidaat. Toen zei ze in mijn gezicht: “Je krijgt mijn kandidaat niet, want ik gun jou je bonus niet.” Ze vond dat ik wel genoeg geld verdiend had en was niet bereid om de marge te delen. Ik viel helemaal stil, waar kwam dit opeens vandaan? Maar Michelle hield voet bij stuk: no deal. Kandidaat de dupe, vacaturehouder de dupe en onze vriendschap kapot. Want ik wist meteen, hier gaan we samen niet uitkomen.  

Rivaliteit

Ik heb daarna nog een half jaar bij het bedrijf gewerkt, waarin we een soort koude oorlog voerden. Michelle en ik zeiden alleen ‘hoi’ en ‘goedemorgen’ tegen elkaar en ook met de andere collega’s werd het niet meer gezellig, omdat zij achter Michelle stonden. Uiteindelijk ben ik voor mezelf begonnen als recruiter, toen kreeg ik nog een rechtszaak aan mijn broek omdat het bedrijf dacht ik klanten meenam. Dat is allemaal opgelost, maar het deed wel pijn.

Ik geniet nu van mijn vrijheid als zelfstandig ondernemer en vertel mijn medewerkers vaak over hoe rivaliteit een vriendschap én een bedrijf kan beschadigen. Tot op de dag van vandaag begrijp ik niet waarom Michelle ineens de deur dichtgooide.”

José zat samen met dertien vrouwen op een secretariaat, maar had met één collega een bijzondere vriendschap. “We konden het vanaf het begin heel goed met elkaar vinden. Sylvia en ik zagen elkaar ook regelmatig buiten kantoor: na het werk gingen we vaak samen een drankje doen op het terras. We hadden het echt leuk samen, het was een toegevoegde waarde op mijn werk.

Reorganisatie

Op een dag kondigde het management een grote reorganisatie van het secretariaat aan. Sylvia werd gepromoveerd tot leidinggevende en moest vanuit die rol alle taken en werkprocessen in kaart brengen, om te kunnen adviseren over de reorganisatie. Ze wilde graag een stap maken, dus ik was hartstikke blij voor haar. Zelf had ik helemaal geen leidinggevende ambities, dus prima zo.

'In een groep van veertien vrouwen wordt natuurlijk snel geroddeld'

Tussen ons veranderde er in eerste instantie niets, we bleven vriendinnen en gingen ook gewoon met elkaar het terras op. Maar in een groep van veertien vrouwen wordt natuurlijk snel geroddeld. Het was best ingewikkeld dat ‘one of the girls’ nu boven ons kwam te staan, daar moest Sylvia zelf ook aan wennen. En voorheen was onze vriendschap geen punt, maar nu leverde het ineens scheve ogen op. Als ik in een vergadering mijn mening gaf over de reorganisatie, rolden de andere dames met hun ogen: Sylvia zal toch wel weer naar háár luisteren. Ook over onze terras-sessies werd gepraat, ze gingen ervan uit dat Sylvia en ik daar samen even het secretariaat zaten te herschikken. Daarom lieten mijn collega’s me al snel links liggen.

Afstand

Dat deed veel pijn, want het was namelijk écht niet zo dat Sylvia mij voortrok. Maar ik kon me ook wel voorstellen dat onze collega’s dat dachten, het was natuurlijk ook een lastige situatie. Om alle schijn van partijdigheid tegen te gaan, besloot ik daarom afstand te nemen van onze vriendschap. Niet omdat ik dat wilde, maar omdat ik het gevoel van ongelijkheid wilde tegengaan. Sylvia vond dat heel jammer, maar begreep het wel, zij worstelde er ook mee.

We zagen elkaar daarna alleen nog op kantoor, niet meer daarbuiten. Maar het haalde eigenlijk niets uit: onze collega’s wilden niet geloven dat we geen persoonlijk contact meer hadden. Het is dan ook nooit meer echt goedgekomen. Inmiddels werken we allebei ergens anders en zien we elkaar weer wat vaker. Maar het is nooit meer de vriendschap geworden die het ooit was.”

'We zouden delen in de winst en samen schatrijk worden'

Jennifer weet het inmiddels zeker: vriendschap en zaken gaan niet samen. Daar kwam ze achter toen ze in zee ging met een goede studievriend. “Rob en ik deden dezelfde opleiding. We brachten zoveel tijd samen door, dat we heel snel naar elkaar toegroeiden. We voerden samen opdrachten uit, gingen naar feestjes en liepen premières af: we hadden het echt leuk samen.

Ik runde toen al een pr-bureau en toen Rob zei dat dat ook zíjn grootste droom was, was het snel beklonken: Rob kwam als partner bij mij in de zaak. Hij had goede ideeën en kende veel mensen in het vak, dus we maakten grote plannen. We zouden delen in de winst en allebei schatrijk worden. Hij had al een baantje voor twee dagen, op de andere dagen en ‘s avonds zou hij voor ons bureau werken. We had it all figured out.

Achter mijn rug om

De eerste maanden verliepen soepel, we hadden mooie klanten en gingen samen naar feestjes in de business. Het was leuk om te werken met iemand die je privé ook gezellig vindt en ik investeerde dan ook veel tijd en energie in onze samenwerking.

Maar toen ging het mis: Rob kwam ineens niet meer opdagen. Overdag was er altijd wel iets waardoor hij niet naar kantoor kon komen en ‘s avonds zat hij niet achter de computer, maar dronk hij wijntjes met vriendinnen. Daar sprak ik hem natuurlijk wel op aan, maar hij vond dat ik er geen probleem van moest maken. Sterker nog, hij ging míj vertellen hoe ik mijn bedrijf moest runnen. Achteraf bleek dat hij achter mijn rug om vanuit zijn eigen onderneminkje deals aan het sluiten was met klanten. Daar verdiende ik dus geen cent aan. “Dat onderhandelen heb ik van jou geleerd”, zei hij later.

Genaaid

Als ik aan hem vroeg waarom hij nooit op kantoor was, kwam hij met allerlei smoesjes. Op een gegeven moment hoorde ik helemaal niets meer van hem, toen ben ik gestopt met geld naar hem overmaken. Ik was beter af zonder hem. Na een paar maanden stond hij ineens op de stoep, met een enorme rekening: of ik hem even wilde afbetalen. We hebben nog geprobeerd om er met een mediator samen uit te komen, maar toen ik hoorde over zijn eigen onderneminkje, was ik er klaar mee. Ik voelde me zó genaaid.

Ik heb hem in één keer alles gegeven wat hij wilde.  Dat was financieel best even pittig, maar ik wilde alle negativiteit loslaten. Ik ben blij dat we uit elkaar zijn, ook al gun ik hem als vriend toch nog steeds het beste. Maar ik heb mijn lesje wel geleerd: met vrienden moet je wandelen, niet handelen.”

Om privacyredenen zijn de namen van Laura, Michelle, José, Sylvia en Rob gefingeerd.

Waarom worden we eigenlijk zo graag vrienden met collega’s? En hoe voorkom je scheve ogen en gebroken harten? Invloedtrainer en coach Tim Nonnekes van Bureau Zuidema geeft advies.

“Van nature hebben mensen behoefte aan contact, aan verbinding. In een werkomgeving werk je met z’n allen naar een doel toe, vaak ook onder enige vorm van (tijds)druk. Dat schept een band: op de werkvloer kunnen heel hechte vriendschappen ontstaan.

Maar die vriendschap kan onder druk komen te staan als zaken niet goed lopen of als iemand zijn werk niet goed doet. Omdat mensen graag aardig gevonden willen worden, vinden ze het lastig om elkaar op dingen aan te spreken. Om de lieve vrede te bewaren, blijven belangrijke kwesties hangen in de onderstroom. Dat kan gaan broeien en zowel op persoonlijk als zakelijk vlak tot problemen leiden.

Communicatie is key

Toch is communicatie in dit geval de sleutel: blijf met elkaar gesprek. Als je gaat samenwerken met een goede vriend, je gezelligste collega ineens jouw baas wordt of als je je bedreigd voelt door de vriendschap van andere medewerkers: praat erover.

Vertel eerlijk hoe je je voelt over de situatie en vraag ook hoe de ander daar in staat. Bijvoorbeeld: ‘Nu je mijn leidinggevende bent geworden, voel ik me soms onzeker of ik nog wel alles met je kan bespreken. Hoe zie jij dat?’ Of andersom: ‘Ik merk dat je vaak te laat komt. Ik vind het, vanuit mijn leidinggevende rol, lastig om daar wat van te zeggen, omdat ik onze vriendschap niet onder druk wil zetten. Hoe sta jij daar in?’.

Balans

Verzandt niet in aannames, maar stel open vragen en spreek wederzijdse verwachtingen uit. De kunst is om als collega’s de balans te vinden tussen het behalen van jullie zakelijke doelen en het behouden van een goede relatie.”

`