Mode & Verzorging

Drie duurzame mode-initiatieven in Nederland: transparantie is key

09 oktober 2020 11:08 Aangepast: 09 oktober 2020 14:54
Naz Kawan Beeld © A Beautiful Mess / Makerspace

De mode- en textielindustrie is de op een na grootste milieuvervuiler, direct na de olie-industrie. Dat kan en moet veel beter, vinden deze ondernemers. Zij doen er alles aan om hun kleding zo duurzaam mogelijk te produceren.

We kennen de verhalen van grote textielfabrieken, die zijn bepaald niet milieuvriendelijk, om over de arbeidsomstandigheden nog maar te zwijgen. En toch kopen we het liefst een spijkerbroek die niet meer dan vijf tientjes kost. De kledingindustrie is gigantisch en de consument wordt op haar wenken bediend. Maar ethisch laat deze sector nog behoorlijk wat te wensen over. Waterverbruik, CO₂-uitstoot, chemicaliën en overschot: kleding produceren is vervuilend.

Hoe maak je zo'n grote industrie nou een beetje groener? Dat is een complex vraagstuk waar steeds meer bedrijven een antwoord op zoeken. Redacteur Lizzy van Hees spreekt drie ondernemers die ieder op hun eigen manier een steentje bijdragen.

Naz Kawan van A Beautiful Mess: 'Ik wil de textielindustrie terughalen naar Nederland'

Naz Kawan (27) wist als tiener al dat ze iets in de mode-industrie wilde doen. "Maar dan wel helemaal anders dan in die tijd gebruikelijk was", verzekert ze. "Ik wil de textielindustrie terughalen naar Nederland." Na haar opleidingen fashion branding en bedrijfseconomie schreef Kawan haar businessplan voor A Beautiful Mess. Ze wilde een atelier opzetten in Nederland, waar zou worden gewerkt met duurzame materialen én met een sociale missie.

'We gebruiken de afvalstroom om nieuwe producten te maken'

"Kleermakers zijn grotendeels onzichtbaar in de hele supply chain", vertelt Kawan. "Het zijn de belangrijkste spelers, maar ze worden volledig weggestopt." Dat moet anders, in haar atelier werkt ze samen met mensen die, net als zijzelf, een vluchtelingenachtergrond hebben. "Het is niet ongebruikelijk dat deze mensen heftige situaties zijn ontvlucht in hun thuisland, daar moet je goed en begripvol mee omgaan. Ook wanneer thuiswerken ineens de norm wordt. Zo'n pandemie kan een heleboel onzekerheid en oud zeer omhooghalen."

Maar, het is niet de bedoeling dat je de sociale missie van het bedrijf verwart voor medelijden. Alle werknemers hebben een professionele achtergrond in textiel en kleding, het ambacht verdient meer aandacht. Kawan: "Er zit heel veel vakmanschap in de regio van Syrië en Afrika. Omdat de vaardigheden en het ambacht daar zo diep zitten geworteld, zou het zonde zijn om die talenten hier niet te benutten."

De volgende stap is volledig circulair produceren, verwacht Kawan. Alleen met een integrale aanpak kan deze industrie duurzamer worden. "Wij hebben bijvoorbeeld een samenwerking met Sympany, het bedrijf dat oude kleding inzamelt via containers op straat. We gebruiken de afvalstroom om nieuwe producten te maken." Net als de afvalstroom van grote bedrijven zelf. "We maken producten uit restmateriaal zoals pvc, en uit textiel afvalstromen produceren we onder andere denim schorten en andere soorten bedrijfskleding. In theorie kan het afval van een bedrijf een nieuw leven krijgen binnen datzelfde bedrijf."

Een andere grote vervuiler is de hoeveelheid dead stock van grote spelers. "Door corona zijn er nog meer onverkochte collecties dan normaal, daar kun je nieuwe kleding van produceren." Ook in de materialensector valt nog veel winst te behalen, zo hoopt Kawan dat er steeds meer textiel in Nederland zal worden geproduceerd. Er ontstaan steeds meer initiatieven en bedrijven begrijpen steeds beter dat ze op de lange termijn niet om duurzaamheid heen kunnen. "Daarom is het nu al een investering waard."

Studio Anneloes: 'Je kan niet verduurzamen als je niet weet waar je nu staat'

Anneloes van der Heijden (50) en haar man Jan-Willem van Loon houden zich al veertien jaar bezig met duurzaamheid. Hun kledingmerk Studio Anneloes wilde af van snelle en grote collecties die ver weg worden geproduceerd. De wens van de consument blijft centraal staan, maar de productie kan veel dichterbij huis. "Fast fashion heeft jammer genoeg een hele verkeerde wending genomen", vindt Van Loon. "Het zou eigenlijk moeten gaan over snel inspelen op de wens van de consument, maar nu staat fast fashion voor veel kopen en snel weggooien." Dat is helemaal niet nodig. "Onze stoffen komen uit Italië en de collectie wordt in Polen geproduceerd, we werken met leefbare lonen en we willen kwaliteit leveren, zodat je veel langer kan doen met een kledingstuk." Vivienne Westwood had het bij het goede eind volgens Van Loon: 'Buy less, choose well, make it last'.

Jan-Willem van Loon & Anneloes van der Heijden Jan-Willem van Loon & Anneloes van der Heijden

Daarnaast heeft het bedrijf een methode ontwikkeld om meer transparantie te bieden over de milieu-impact van hun kleding. "Je ziet dat iedereen duurzaam wíl zijn, maar vrijwel niemand vraagt zich af of een jas van petflessen ook echt minder uitstoot oplevert dan een gewone polyesterjas."

Vorig jaar kregen de ondernemers een verrassend cadeau van hun stoffenleverancier: zij hadden alle milieudata van het productieproces verzameld, van iedere meter stof. "De exacte milieu-impact van zestien verschillende elementen, waarvan watergebruik en CO₂-uitstoot de belangrijkste zijn", vertelt Van Loon enthousiast. Dat is een ongelofelijke schat aan kennis en informatie, maar er zat ook een opdracht aan vast: het was aan hen om de informatie aan te vullen met alle andere data, zoals transport- en productiekosten, om het plaatje compleet te maken.

'Wij weten precies waar de hotspots zitten in onze voetafdruk'

Zo gezegd, zo gedaan en vervolgens hebben ze een bedrijf gevonden om alle data aan elkaar te koppelen en exact uit te rekenen wat de milieu-impact is per kledingstuk. "Wat daar uniek aan is," legt Van Loon uit, "is dat onze data dynamisch aan elkaar is gekoppeld. Op het moment dat de stof wordt geverfd met een nieuwe, duurzame, verfmachine, die minder water verbruikt, is dat meteen terug te zien in onze verzameling van data." Op deze manier kunnen ze via een QR-code op het label van ieder kledingstuk laten zien wat de impact is op het milieu.

Van Loon: "Je kan niet verduurzamen als je niet weet waar je nu staat. Wij weten precies waar de hotspots zitten in onze voetafdruk. Op basis daarvan kun je doelen stellen en verduurzamen." Het is misschien een illusie om als kledingmerk volledig duurzaam te zijn, als je ziet hoe vervuilend de industrie nu is. "Maar je kan als bedrijf wel verduurzamen. Als wij nu 70 liter water gebruiken om een broek te produceren, kunnen we ons voornemen om daar volgend jaar 50 liter van te maken."

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook

Voor altijd je eigen stijl: ‘Je kleding weerspiegelt je identiteit’

Ondertussen wil Studio Anneloes eerlijk en transparant communiceren over de milieu-impact van de kleding. Zo kan de consument zelf een geïnformeerde keuze maken over wat ze kopen. "50 procent van de verantwoordelijkheid ligt bij de producent, maar de andere 50 procent ligt bij klanten en hoe zij kleding gebruiken, denk aan wassen, strijken en drogen. Daarnaast heeft de consument ook veel invloed met zijn of haar keuze. Als je besluit geen katoenen t-shirt te willen kopen waarvoor 2700 liter water is verbruikt, maar bijvoorbeeld een van travel-stof, waarvoor maar 40 liter is verbruikt, dan maak je impact."

Giselle van der Star: 'Met Atelier Jungles maken we een volledig Haags product'

"Ik heb altijd in de detailhandel gewerkt," vertelt Giselle van der Star (30), "eerst inkoop en later sales. Dus ik ken beide kanten van het vak." In haar laatste salesfunctie werd de Haagse steeds meer betrokken bij allerlei duurzaamheidsprojecten, van upcycling tot alternatieve materialen. "Het was alsof er een hele nieuwe wereld voor me openging, de weliswaar nog heel klein was, maar waar genoeg te ontdekken valt."

Giselle van der Star Giselle van der Star

"Ik ben nooit een grote shopper geweest zelf, ik vind het belangrijk om een paar kledingstukken te hebben die lang meegaan. Dan is het de moeite waard om er een beetje in te investeren." Toch viel het op dat duurzaam in de praktijk vaak gelijkstaat aan duur. "Ik heb me vaak afgevraagd hoe dat toch kan."

Die vraag was interessant genoeg om verder te onderzoeken, vond Van der Star. En niet veel later besloot ze haar baan op te zeggen en haar eigen merk te lanceren: Atelier Jungles. Eén van de dingen die je kan doen om kleding niet onnodig duur te maken, is ervoor kiezen om een goede basiscollectie produceren. "Geen onnodige tierelantijnen aan een jas, want daar zit veel arbeidstijd en materiaal in. En de kans dat je na één seizoen al bent uitgekeken op die jas is veel groter. Ik denk dat veel mensen terugvallen op clean."

Veel van de textielfabrieken in Europa houden hun deuren dicht voor startende ondernemers, dat maakt het moeilijk om te zien hoe de arbeidsomstandigheden écht zijn, of hoe duurzaam er daadwerkelijk wordt geproduceerd. "Doordat de transparantie vaak tegenvalt, is het moeilijk om echt duurzaam te zijn. Ik heb er daarom voor gekozen om de productie zelf te doen in Nederland en hier een atelier opgezet."

Van der Star had nog nooit achter een naaimachine gezeten en is daarom met de gemeente Den Haag in gesprek gegaan over een mogelijke samenwerking. Ze heeft een microkrediet gekregen en kon daarmee een aantal vakmensen aannemen. "Voor deze mensen is de banenmarkt een uitdaging, omdat ze de taal niet beheersen bijvoorbeeld, maar ze hebben wel de vaardigheden, omdat ze vroeger als kleermaker of coupeuse hebben gewerkt. Bij mij kunnen ze aan het werk tegen een eerlijk loon."

Bij Atelier Jungles werken ze met ecologische materialen waar relatief minder water voor wordt verbruikt. "De stoffen worden ook op een natuurlijke manier geverfd en bij het inkopen van stof kijken we naar keurmerken en transparantie." Een stof als satijn is in principe geen duurzaam materiaal, maar als Van der Star toch een satijnen blouse wil opnemen in haar collectie koopt ze dead stock. "Dat is het restmateriaal van grote fabrikanten en merken, het is zonde als dat wordt weggegooid of verbrand." Je bent dan wel afhankelijk van de stof die je vindt, maar dat is niet zo erg. "Soms krijg je maar vijf topjes uit een restant stof, en dan geldt: op is op." Dat heeft ook een voordeel, want zo zit het merk nooit met te veel voorraad of resten. "Op deze manier kunnen we transparantie garanderen naar onze klanten toe, en als klant koop je een product dat lokaal is ontworpen en geproduceerd, door echte Hagenezen."

Op zaterdag 10 oktober is het Dag van de Duurzaamheid.

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore