Gezin

Gestolde groei: als je kinderen maar niet uit huis gaan

16 augustus 2019 10:01 Aangepast: 16 augustus 2019 11:21
Beeld © Annet van den Ende

Jongeren gaan steeds later uit huis. Twintigplussers en dertigers die nog thuis wonen, dat is tegenwoordig geen uitzondering meer. Sommige ouders vinden dat hartstikke gezellig. Andere ouders vinden het op den duur wel welletjes met die kinderen in huis. Zo ook Karin: "Hoe gek ik ook op ze ben, ik zie ze heel graag vertrekken."

De drie kinderen van Karin* (51) wonen allemaal nog thuis. Ze zijn inmiddels 29, 26 en 22 jaar oud. "Het is leuk, handig en gezellig, maar ook jammer, vervelend, stressvol en genoeg", zegt Karin. "De stress komt vooral door praktische dingen. We hebben één badkamer en 's ochtends moet vaak iedereen rond dezelfde tijd douchen. Het is ook altijd een uitdaging om het avondeten rond te krijgen. De kinderen komen allemaal rond 18:45 uur binnendruppelen na hun werk. Maar mijn man en ik moeten vaak al om 19:00 uur weg om te sporten. Er is dus altijd wel iemand die een bordje moet opwarmen. Ik ervaar het niet als zwaar, maar ik word er wel heel moe van."

Vijftien jaar wachten

"Mijn kinderen zijn door persoonlijke omstandigheden niet allemaal op hun 18e ingeschreven bij de woninginstanties", zegt Karin. "We hadden op dat moment ook nog geen idee dat het zo lang zou duren. Achteraf gezien had ik ze als moeder misschien zelf moeten inschrijven, maar we hebben toentertijd gezegd dat ze die verantwoordelijkheid zelf hebben. De wachtlijsten voor een huurwoning zijn nu zo lang. Als je de instanties moet geloven is de wachtlijst bij ons in de regio negen jaar. Maar volgens mij loopt het al op tot tien jaar. En ik hoor zelfs verhalen over vijftien jaar."

'Als je nog thuis woont, is het heel makkelijk om je verantwoordelijkheden los te laten, want mama maakt toch wel schoon'

Een koopwoning zit er op dit moment ook niet in voor haar kinderen. "Er is geen budget om iets te kopen, ondanks dat ze allemaal een vaste baan hebben. Ik zag laatst een aanbod voor nieuwbouwwoningen, heel basic, met prijzen rond de 270.000 euro. Dan moet je een knap inkomen hebben als je dat wilt kopen. Met z'n tweeën is dat al lastig, laat staan als je geen relatie hebt. Het is niet alleen voor ons als ouders vervelend dat je kind daartegenaan loopt, maar ook voor de jongeren zelf. Hun kansen om een zelfstandig leven te starten, worden daardoor minder."

Karins kinderen weten dondersgoed dat hun moeder ze graag uit huis ziet gaan. "Ja hoor, dat zeg ik gewoon tegen ze: 'Ik ben stapelgek op jullie, maar het is weleens klaar'. Ik probeer ze ook te stimuleren en vraag regelmatig of er nog aanvragen openstaan voor huurwoningen. Het is echt tijd dat ze gaan. Het is gezond en belangrijk om op je eigen benen te leren staan. Als je nog thuis woont, is het heel makkelijk om je verantwoordelijkheden los te laten, want mama maakt toch wel schoon. Het is makkelijk om terug te vallen op het verzorgd worden. Dat gaat bijna vanzelf, want als ouder pak je dingen in huis toch automatisch op."

'Voed je kinderen op met het perspectief dat ze uiterlijk op hun twintigste uit huis gaan'

Begrijp het niet verkeerd, de kinderen van Karin helpen goed mee in huis. "Ik hoef niet voor ze te wassen, dat doen ze zelf. Ik hoef ook echt niet hun bed op te maken. Ze zijn heel zelfstandig: ik heb de zekerheid dat als ze uit huis gaan, ze alles zelf kunnen. Ze kunnen koken en het hele huishouden doen. Van het dak tot de kelderruimte; alles kunnen ze bijhouden. Daar heb ik wel voor gezorgd."

Rol van de overheid

Die zelfstandigheid van kinderen, dat is precies het punt waar het in de ontwikkeling van adolescent naar jongvolwassene vaak vastloopt, zegt klinisch psycholoog en psychotherapeut voor kinderen en jeugdigen Marga Akkerman. "Het overheersende beeld in de samenleving is dat een kind eindexamen doet, daarna een opleiding gaat volgen en vervolgens een keer uit huis gaat. Alsof het om afzonderlijke stappen gaat. Maar psychologisch gezien is zelfstandig worden een doorlopend proces, dat niet pas begint als je je eindexamen haalt. Het is een proces waar je kinderen al véél eerder op kunt voorbereiden. Vaak zie je dat het uit huis gaan van een student ineens een onderwerp is in een gezin. Maar als je je kinderen opvoedt met de vanzelfsprekendheid dat ze uiterlijk op hun twintigste uit huis gaan, is voor het kind dat perspectief er altijd al geweest en vertrouwd."

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook

Uit cijfers blijkt: jongeren van nu hebben het zwaarder dan hun ouders het hadden

Die voorbereiding op uit huis gaan ligt voor een belangrijk deel in de opvoeding, maar zeker ook bij de overheid, zegt Akkerman. "De overheid investeert in opleidingsmogelijkheden, maar niet in de psychologische ontwikkeling van adolescent naar jongvolwassene. Door op jezelf te wonen, leer je verantwoordelijk te worden op zoveel meer terreinen dan bij je ouders thuis. Je leert met geld om te gaan zodat je je internet kunt blijven betalen. Naar de nachtbioscoop gaan en toch de volgende ochtend op college zitten, of niet, net wat het je waard is.

Er is zoveel meer gelegenheid om maatschappelijke ervaring op te doen als je niet meer thuis woont. In deze fase leggen mensen relaties voor het leven. Dat gaat toch veel makkelijker op je eigen kamer, dan onder het toeziend oog van je ouders? De overheid zou veel meer de nodige voorzieningen voor studenten en jongeren mogelijk moeten maken. Ik vind het werkelijk een schande dat dat niet gebeurt. Je doet psychologisch gezien de jongvolwassenen veel te kort."

Beginnen op basisschoolleeftijd

En wat kunnen ouders bijdragen richting zelfstandigheid? "Je kind leren om voor zichzelf te zorgen. Dat is - vrees ik - nog een ondergeschoven kindje in de opvoeding", ziet Akkerman. "Begin met je kind van jongs af aan te betrekken bij corvee. Ze kunnen op hun achtste leren om de tafel te dekken. En op hun tiende dat als ze de wc vies achterlaten, dat ze daar zelf wat aan moeten doen. Dat je je fiets zelf binnen zet. Je gebruikte beker zelf naar de keuken brengt. Zo leert je kind dat hij zijn ouders daar niet voor nodig heeft."

'Sommige kinderen krijgen liever geen kleedgeld, want 'als ik met m'n ouders de stad in ga, krijg ik veel meer'. Zo leert je kind de realiteit niet'

"Begin daar al op de basisschoolleeftijd mee," zegt Akkerman, "want tijdens de puberteit wordt dat alleen maar lastiger. Tijdens de middelbare schoolperiode worden ouders helemaal beroerd van hun hangende kinderen, met hun benen op de salontafel , naast de vuile borden, en geen haar op hun hoofd die eraan denkt om die naar de keuken te brengen. Als je pubers wat wilt leren, duurt dat langer, want die hebben er geen zin in."

Ga de taken vervolgens uitbreiden: leer je kind z'n eigen was te doen, eens per week de boodschappen doen en koken, het vuilnis buiten te zetten. Geef je kind ook een budget waar hij elke maand mee moet uitkomen. Ik kom nog genoeg kinderen tegen die geen zakgeld of kleedgeld krijgen, en dat ook niet willen, want 'als ik met m'n ouders mee de stad in ga, krijg ik veel meer'. Dan leert je kind de realiteit niet. Al deze taken zijn ter voorbereiding op het uit huis gaan. Het zou heel onhandig zijn als je kind die dingen allemaal nog moeten leren op het moment dat hij de deur uitgaat."

Smoesjes

Hoe leer je je kind dat dan, als je puber er geen zin in heeft? "Pubers komen er vaak mee weg, want er zijn altijd smoesjes: examens, druk met hun baantje, met vrienden weg, en ouders willen liever geen conflicten met hun kind. Het lijkt me belangrijk dat ouders prioriteiten stellen en dat het meedoen aan huishoudelijke activiteiten hoog op de lijst staat. Thuis is geen hotel."

'Ouders vinden het ook nog weleens een bepaalde status geven als hun kinderen nog thuis wonen. Zo van: 'Kijk eens hoe gezellig ze het vinden bij mij''

Als je kind die huishoudelijke taken na z'n eindexamen nog niet kan, kan dat een belangrijke rem zijn bij het uit huis gaan. "Het is vaak een wisselwerking tussen niet willen van het kind en niet duwen van de ouders", zegt Akkerman. "Ouders vinden het soms ook wel een bepaalde status geven als hun kinderen nog thuis wonen. Zo van: mijn kinderen willen de deur niet uit, want ze vinden het veel te gezellig bij ons thuis. Maar het is psychologisch belangrijk om je kind te gunnen zelfstandig te worden. Want dat is het ook: een kwestie van gunnen."

Rust gunnen

Karin gunt het haar kinderen absoluut. En daarnaast gunt ze ook zichzelf weer wat rust. "Ik heb zo lang gezorgd. Ik was al jong moeder. Pas als iedereen op bed ligt en het huis stil is, dan heb ik rust. Vaak blijf ik daarom nog een uurtje langer zitten." Natuurlijk heeft het ook leuke kanten, drie volwassen kinderen in huis. "Het is erg gezellig dat je zoveel tijd met je kinderen kunt doorbrengen. Er is altijd aanspraak, altijd iemand om een kopje koffie mee te drinken. Ik heb superleuke kinderen, dus ik tref het echt wel. Het is ook handig als mijn man en ik een weekendje weggaan. Er is altijd iemand thuis om voor onze huisdieren te zorgen."

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook

Jongeren steeds later uit huis: 'Maar het zijn geen watjes'

Toch kijkt ze enorm uit naar het moment dat de kinderen uit huis zijn. "Vooral naar de rust. Ik zoek weer een stukje vrijheid: het niet hoeven afstemmen met anderen. Niet steeds rekening hoeven houden met vijf personen. Dat zou heel fijn zijn. En een eigen kamertje! Als de kinderen weg zijn, kunnen we heel veel gaan ruimen in huis. Dan wil ik weer een eigen hobbykamer, om te werken met mijn naaimachine, of te knutselen met glas. Dan trek ik na het knutselen de deur van die kamer dicht, zonder alles te hoeven opruimen, en kan ik de volgende dag weer verder gaan. Dat lijkt me heerlijk."

De ideale leeftijd om uit huis te gaan

Wat is eigenlijk de ideale leeftijd om het nest te verlaten? Dat hangt van het kind af, zegt Akkerman. "Het ene kind is er eerder aan toe dan het andere kind. Ook al heb je er als ouder van alles aan gedaan om hem klaar te stomen. Maar idealiter is de gemiddelde leeftijd rond de 20 jaar. Daar schrikken ouders weleens van, maar het is psychologisch gezien belangrijk dat een kind na zijn eindexamen, vanaf een jaar of 18 tot 20 jaar, zijn eigen huishouding gaat voeren. Dat is een vanzelfsprekende stap naar jongvolwassendheid."

Is jouw kind al 20-plus en is het - net als bij Karins kinderen - niet gelukt om uit huis te gaan, hoe kun je dat dan alsnog stimuleren? Kinder- en jeugdpsycholoog Marga Akkerman geeft tips:

• "Zet alsnog die voorbereiding in gang: geef je kind taken, een vaste dag waarop hij moet koken en de boodschappen moet doen. Accepteer geen smoesjes. Leer je kind alles wat hij gaat tegenkomen als hij straks het huis uitgaat. Dat geeft je kind niet alleen een praktische voorbereiding, maar ook het perspectief dat hij straks echt voor zichzelf moet gaan zorgen."

• "Laat je kinderen kostgeld betalen. Levensonderhoud kost nou eenmaal geld. En wie dat ook verschaft, daar moet voor worden betaald."

• "Stel een deadline. Ga met je kind om de tafel zitten en noem een moment, bijvoorbeeld: 'over een half jaar ga je op jezelf wonen'. Daar werk je samen naartoe, door mee te helpen met zoeken van een woning en een inventaris te maken."

• "Stel je eisen bij. Je kind gaat in deze woningmarkt geen complete woning vinden waar hij de komende tien jaar in vooruit kan. Die woning is nu niet beschikbaar. Maar dat is ook nog niet nodig. Laat je kind eerst op kamers wonen, of een huis delen met een huisgenoot. Als hij eenmaal in zo'n kamer zit, vindt hij via via vaak al snel een betere kamer. Dat rouleert heel snel. Als je maar blijft zoeken naar een complete woning, dan is de kans op succes nog veel kleiner."

• "Heb je meerdere thuiswonende kinderen, dan kunnen zij ook met z'n allen samen onder één dak wonen. Als je voor meerdere kinderen wat zoekt, scheelt dat geld. Samenwonen met huisgenoten is ook nog eens goed voor de sociale ontwikkeling: 'Wie heeft mijn shampoo gepikt? Als je het brood opmaakt, wil je dan wel zorgen dat er nieuw komt?'"

• "Begin met zoeken naar tijdelijke woningen: in de zomervakantie kun je vaak tijdelijk een studentenflat huren, omdat die dan leeg staat. Er zijn ook veel studenten die een lange reis maken. Dat is een prima moment om in het kamerbewonerscircuit te stappen. Als je eenmaal ergens tijdelijk terecht kunt en dat circuit binnen bent, dan kom je daarna makkelijker een volgende plek tegen."

• "Heb je als ouder moeite met loslaten? Besef dan dat je de ontwikkeling van je kind tegenhoudt. Je kind moet ook mogen leren dat het als jongvolwassene veel leuker is om zelfstandig te zijn en met leeftijdsgenoten op te trekken. En ouders, onthoud: ze komen echt wel weer op bezoek in de weekenden."

* Karins volledige naam is bekend op de redactie.

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore

`