Gezin

Ineens blijkt hij niet je echte vader: psychische hulp donorkind ver te zoeken

14 maart 2018 06:40 Aangepast: 14 maart 2018 14:19
Ilse van Gorp. Beeld © Privéfoto

Ilse van Gorp (39) kwam er drie jaar geleden achter dat ze het kind is van een donorvader. Haar wereld stortte in, vertelt ze. "Ik kreeg geen psychische steun. Ik moest het zelf maar uitvinden."

"In 2011 overleed Henk, mijn opvoedvader, aan een hersenbloeding", vertelt Ilse van Gorp aan RTL Nieuws. "Hij verliet ons gezin toen ik 11 jaar was. Daarna heb ik hem nooit meer gezien of gesproken." Henk verbleef in een huis voor verslaafden die niet meer te redden zijn. Een begeleider daar vertelde dat hij regelmatig riep dat zijn kinderen niet van hem waren. "Toen ik aan mijn moeder vroeg of dit klopte, beaamde ze dat. Henk kon geen kinderen krijgen."

Het was voor haar moeder lastig om meteen toe te geven, vertelt Ilse. "Ze zei: hier moet ik even over nadenken. Een halfuur later stond ze voor mijn deur en biechtte ze alles op. Bij de oudere generatie is het taboe op donoren nog groot. Mijn moeder doet alsof ze een staatsgreep heeft gepleegd. Ik denk dat als ik er niet per ongeluk was achtergekomen, ze het me nooit had verteld. Dat was ook het advies wat de dokter haar destijds gaf."

Identiteitscrisis

Toen Ilse achter de werkelijkheid kwam, stortte haar wereld in. "Ik belandde in een identiteitscrisis. In het begin zei ik nog tegen mezelf: het is maar zaad, waar maak ik me druk om? Maar ik voelde me incompleet. Ik twijfelde aan mijn identiteit. Bij alles dacht ik: wie ben ik? Ik heb er slapeloze nachten van gehad."

Ilse schreef zich in bij verschillende DNA-databanken, in de hoop zo haar biologische vader te vinden. Ze vond een halfzus en een halfbroer, maar de man die zijn zaad doneerde nog niet. "Mijn moeder kreeg op mijn 18de een relatie met een heel leuke man, hij is als een vader voor mij. Daarom ben ik niet op zoek naar een vader, maar naar herkenning. In de spiegel zie ik de ogen van mijn moeder, maar er zijn ook eigenschappen die ik niet kan herleiden. Van wie heb ik mijn mond? Mijn tanden? Maar ook: ik vind dansen heel leuk, maar mijn moeder heeft niet zo'n goed ritmegevoel. Heb ik dat van mijn spermadonor?"

Steeds meer donorkinderen zoeken naar spermadonor:

Een DNA-databank helpt daarbij.

Psychosociale hulp

Ilse krijgt veel steun van haar vriend en omgeving, maar mist psychosociale hulp. "Ik had het fijn gevonden om een buddy in de buurt te hebben, die hetzelfde heeft meegemaakt. Iemand met wie ik ervaringen kan uitwisselen: hoe is het voor jou? Stel ik me aan? Er is geen centraal punt voor donorkinderen. Ik moest alles zelf uitvinden. Ik had graag willen weten waar ik terecht kon."

Psychosociaal hulpverlener Marja Visser herkent het verhaal van Ilse. Zij vindt dat er beter moet worden gekeken naar de behoeften en begeleiding van ouders, spermadonoren en kinderen die op deze manier verwekt zijn. Daarom onderzoekt ze de ervaringen van deze groep en kijkt ze onder meer naar de hulpverlening in vruchtbaarheidsklinieken. Vandaag promoveert ze aan de UvA op het onderwerp (zie kader).

Psycholoog

Ilse zocht hulp bij een psycholoog met wie ze bespreekt hoe het is om er na zoveel jaren achter te komen dat ze het kind van een donor is. "De kans is klein dat ik mijn donorvader vind. Die gedachte vind ik heel vervelend. Ik hoop dat meer donoren zich laten overhalen zich bekend te maken. Het is iets goeds wat ze hebben gedaan. Zonder die donor was ik er nooit geweest."

'Er is veel behoefte aan psychosociale hulp'

Uit het onderzoek van psychosociaal hulpverlener Marja Visser blijkt dat alle partijen rondom een behandeling met gedoneerde sperma behoefte hebben aan psychosociale hulpverlening. Die vraag wordt groter, omdat het aantal behandelingen met donorzaad groeit. Volgens cijfers van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie waren er in 2005 303 behandelingen met donorzaad, in 2015 waren dit er 946. Hierbij gaat het alleen om behandelingen in vruchtbaarheidsklinieken, zelfinseminatie is bijvoorbeeld niet meegenomen.

"Ouders, kinderen en donoren willen dat er begeleiding beschikbaar is en dat ze vragen kunnen stellen als ze het moeilijk hebben", zegt Visser. "Wat moeten donoren bijvoorbeeld doen en zeggen als ze een kind ontmoeten? En hoe praat je er als donorkind over met je ouders en je omgeving? En als ouders met je donorkind?"

Het accent bij een behandeling met donorsperma heeft al die jaren op het medische aspect gelegen, zegt Visser. "Oftewel bij het tot stand brengen van zo'n zwangerschap. Naar het psychosociale deel is vrijwel niet gekeken. Tot 2004 was doneren anoniem en een taboe. Sinds de wetswijziging is dat taboe een beetje minder geworden, maar nog altijd zijn er donoren die aan niemand vertellen dat ze donor zijn. En ouders zijn nog steeds bang voor een afwijzing van hun omgeving of van hun kind als zij de waarheid vertellen."

Visser wil daarom dat er een landelijk informatiepunt voor donorconceptie komt met betrouwbare informatie. "Een punt waar je in contact kunt komen met anderen in een soortgelijke situatie en waar je betrouwbare hulpverleners kunt vinden. Niet alleen voor donorkinderen, maar ook voor de donoren zelf en de ouders. Want de hulp schiet nu echt tekort."

Meer op rtlnieuws.nl:

`