Ik ben bang

Laura is ervan overtuigd dat ze lelijk is: 'Ik kan anderen mijn aanblik niet aandoen'

10 april 2020 08:00 Aangepast: 10 april 2020 09:34
archieffoto Beeld © iStock

Maar liefst één op de tien Nederlanders krijgt in zijn of haar leven te maken met een angst. Van angst voor gaatjes tot doodsbang zijn voor open water. In deze rubriek vertellen lezers hoe een bepaalde angst hun leven beïnvloedt. Dit keer: Laura (29) lijdt aan cacofobie, oftewel aan de angst om lelijk te zijn.

Laura (29) weet nog precies wanneer haar angst dat mensen haar lelijk vinden, begon. "Ik was dertien en mijn beste vriend, de jongen waar ik al een jaar ontzettend verliefd op was, vertelde me dat hij een ander meisje uit mijn klas verkering had gevraagd. 'Maar wij blijven gewoon vrienden hoor', zei hij. 'Met jou kan ik lachen. Ze is alleen, nou ja, veel knapper dan jij.' Hij bedoelde het als een plagerijtje, dat weet ik nu wel. Maar op dat moment brak mijn hart in duizend stukjes.

Nu is het natuurlijk niet heel erg uitzonderlijk dat je als puber onzeker bent over je uiterlijk, maar zelfs toen de verhoudingen in mijn gezicht weer wat meer in balans kwamen en mijn beugel eruit ging, vond ik mezelf nog steeds niet om aan te zien.

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Hypochonder Ella vreest corona: 'Het liefst sluit ik mijn hele familie op in de kelder'

Ik begon steeds langer voor de spiegel te staan voordat ik naar buiten durfde. Feestjes en stapavondjes met vriendinnen waren een hel. Ik stond uren in de badkamer te make-uppen voor ik het gevoel had dat ik anderen mijn aanblik 'kon aandoen', maar het allerliefste verzon ik een smoes om een afspraak af te kunnen zeggen. Uiteindelijk vroeg niemand me gewoon meer mee. Ik haakte toch altijd af. 

Ik wilde liever ook niet meer met mijn vriendinnen omgaan. Dat vond ik te confronterend. Zij waren allemaal zo knap, en het enige wat ik de hele tijd kon denken was: 'Waarom kan ik er niet zo uitzien?' Spiegels en winkelruiten op straat zijn ook horror. Ik kon er niet tegen als ik mezelf ineens zag zonder dat ik me daar psychisch op had voorbereid. Fel daglicht of het TL-licht in winkels vond ik ook afschuwelijk. Zo onflatteus.

'Als mijn ouders zeiden dat ik mooi was, dacht ik dat ze glashard tegen me logen'

Ik trok me steeds meer terug en hield bijna geen vriendin meer over. Mijn sociale leven is daarom nu heel beperkt. Mijn ouders maakten zich zorgen en probeerden me soms uit de badkamer te krijgen voordat ik mijn hele make-upritueel had afgewerkt, maar dan werd ik helemaal hysterisch.

Ze wisten ook niet goed wat ze moesten doen om me ervan te overtuigen dat ik niet lelijk was. Ik geloofde ze toch niet. Ze zeiden wel dat ik mooi was, maar ik dacht dat ze glashard tegen me logen. Natuurlijk moesten ze dat wel zeggen: het waren mijn ouders. Ik ging steeds minder de deur uit als het niet strikt noodzakelijk was, en ontwikkelde allerlei dwanghandelingen en rituelen. Die dwang bestaat inmiddels niet meer alleen uit het urenlang make-uppen, ook mijn kleding moet helemaal glad op mijn lichaam zitten. Ik trok bijvoorbeeld een aantal sporttopjes en corrigerende slips over elkaar aan om te zorgen dat er niets bewoog of heen en weer wiebelde.

Dagelijks gevecht

Mijn arts, mijn familie en de weinige vrienden die ik nog heb, zeggen nog steeds tegen me dat ik niet lelijk ben, maar het punt is: het doet er niet toe wat 'de waarheid' is. Omdat ik weet wat mijn waarheid is en het is mijn waarheid die mijn leven een dagelijks gevecht maakt. Ik denk dat ik lelijk ben en je kunt me nog zo vaak zeggen dat het niet zo is, maar ik kan het niet geloven. En omdat ik mezelf niet in de situatie wil brengen dat mensen me afwijzen, ga ik al die situaties zelf maar uit de weg."

Dit zegt de expert: 

Psychiater Bram Bakker: "Hier zie je, zoals wel vaker, verschillende angststoornissen in elkaar overlopen. Er is sprake van sociale angst, een abnormale verlegenheid om deel te nemen aan het 'gewone' sociale leven. Er zijn dwanggedachten (obsessies) en dwanghandelingen (compulsies) die we ook zien bij OCD (de dwangstoornis). Er is sprake van vermijdingsgedrag, een fobie. Vroeger werd vermijding in het kader van sociale activiteiten 'sociale fobie' genoemd.

Een relatief zeldzame, maar klassieke psychiatrische stoornis linkt ook aan het verhaal van Laura: dysmorfofobie. Dit betreft een niet-rationele overtuiging dat een bepaald lichaamsdeel niet normaal is. Iemand vindt zijn eigen neus scheef of abnormaal groot, terwijl werkelijk niemand in zijn of haar omgeving dit herkent, of deze opvatting deelt. Net als bij Laura kan het hele leven in het teken komen te staan van een overtuiging die niet objectiveerbaar is, maar wel het hele doen en laten kleurt. Donker kleurt, wel te verstaan.

In het verhaal van Laura staat geen specifiek lichaamsdeel beschreven dat ze lelijk (of erger) vindt. Ook het zoeken naar een plastisch chirurg die het 'defect' zou kunnen herstellen ontbreekt. Maar er lijkt wel sprake van een gestoord lichaamsbeeld: als niemand herkent wat zij gelooft gaat het om iets irrationeels. En dat zijn overdreven angsten uiteindelijk altijd."

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore