Geloof

Paula was 18 toen ze de Jehovah's Getuigen verliet: 'Ik wist dat ik alles zou kwijtraken'

13 maart 2020 09:34 Aangepast: 13 maart 2020 14:28
Paula Keessen Beeld © privéfoto

Paula Keessen (43) groeide op bij de Jehovah’s Getuigen. Op haar achttiende brak ze met haar geloof. Daardoor werd ze verstoten door haar hele familie. "Ik heb mijn ouders nog één keer gezien op een begrafenis. Ze zeiden geen woord tegen mij."

"Het is mij nog steeds een raadsel waarom mijn ouders zich bekeerd hebben. Rond hun twintigste sloten zij zich aan bij de Jehovah’s Getuigen. Er werd nooit gesproken over hun beweegredenen. Ik vermoed dat ze eenzaam waren en ergens bij wilden horen. Ze zochten een warm bad en dat was precies wat deze kerk hen kon bieden – mits ze zich aan de regels zouden houden, wat zij ook braaf deden.

Ik heb een oudere broer en twee zussen en wist toen ik opgroeide niet beter dan dat wij tot de Jehovah’s Getuigen behoorden, ik kende niet anders. De rest van onze familie was katholiek, hen zagen we dan ook bijna nooit. Met ooms, tantes, neven of nichten had ik amper contact. Buiten de kerk was ons wereldje heel klein. En in de eerste jaren van mijn leven voelde onze geloofsgemeenschap ook als een veilige cocon. Een cocon die mij later juist vreselijk ging benauwen.

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Rechter: rapport over seksueel misbruik Jehova's mag openbaar

Natuurlijk merkte ik op school dat ik anders was dan mijn klasgenootjes. Wij vierden thuis geen feestdagen zoals Kerst, Sinterklaas, Pasen of verjaardagen. We mochten thuis geen tv kijken. Ook moest ik verplicht met mijn ouders langs de deur om ons geloof te verkondigen. Maar ik was nog jong en had veel vriendinnen binnen de kerk die hetzelfde deden. Dus was het normaal voor mij. Net als de urenlange vergaderingen die ik al van jongs af aan drie keer per week moest bijwonen. Dat vond ik best leuk want dan zag ik veel andere kinderen met wie ik daarna kon spelen.

Ook thuis was het gezellig. Mijn ouders probeerden het gebrek aan tv en feestdagen te compenseren door veel spelletjes met ons te doen. Ook zaten we allemaal op muziekles en hadden we een biljarttafel. En ik mocht dan wel niet mijn verjaardag vieren, maar kreeg wel een cadeau voor een mooi rapport. Ik zat op een openbare basisschool waar wel meer kinderen niet meededen aan christelijke feestdagen, dus viel het niet zo op dat ik ook geen Kerst vierde. Ik werd nooit gepest en had genoeg vrienden. En op mijn manier omzeilde ik toen al soms de regels. Zo mocht ik eigenlijk nooit op school een traktatie aannemen als er iemand jarig was. Dan hield mijn juf een traktatie voor mij apart en at ik het de volgende dag op, dan 'mocht' het wel.

''Het is nu eenmaal zo', kreeg ik als antwoord als ik doorvroeg. Daar nam ik geen genoegen mee.'

Alles veranderde toen ik naar de middelbare school ging. Ik kwam in contact met kinderen die veel meer vrijheid hadden en heel anders leefden. Het gevoel dat ik 'anders' was werd meer benadrukt. Ik ging meer nadenken over wat mij door de kerk werd verteld en zette vraagtekens bij het geloof. Mij werd gezegd dat Adam en Eva volmaakt waren. Maar als zij zo perfect waren, waarom aten zij dan toch van de verboden appel? Dat snapte ik niet. Of waarom roken bij ons verboden was, maar alcohol niet. 'Het is nu eenmaal zo', kreeg ik als antwoord als ik doorvroeg. Daar nam ik geen genoegen mee.  

De kledingvoorschriften – geen strakke truitjes en als ik langs de deuren ging een nette lange rok – gingen me tegenstaan. Ook mocht ik niet mee op schoolkamp. Ik was inmiddels vijftien en werd doordat ik afweek van de standaard, op school gepest. Dat deed pijn en dat reageerde ik thuis af. Ik werd brutaal en opstandig, en rebelleerde. Mijn ouders vonden mijn kritische vragen niet prettig en er ontstonden steeds meer ruzies.

Fulltime langs de deuren

Omdat ik op school werd buitengesloten, besloot ik van weeromstuit dan maar heel goed mijn best te doen voor de Jehovah’s Getuigen. Ik stopte met school en ging fulltime langs de deuren om het geloof te verkondigen. Zo graag wilde ik ergens bij horen. Wanhopig zocht ik houvast, maar terwijl ik langs de deuren ging merkte ik al: hier geloof ik zelf helemaal niet in. Hoe kan ik dit dan anderen wijsmaken? Ik voelde dat ik moest breken met de kerk.

In die tijd had ik een bijbaan in een fabriek. Daar ontmoette ik leuke meiden met wie het klikte. Ze vroegen of ik mee ging carnavallen. Natuurlijk mocht ik dat niet, contacten met mensen buiten de gemeenschap waren niet de bedoeling. Maar ik ging stiekem mee. Ik had zo’n behoefte aan vrijheid. Aan me even normaal voelen, zoals ieder ander meisje van mijn leeftijd. En daar in het feestgedruis ontmoette ik Ruud. De vonk sloeg over en we zoenden. Ook daarna bleven we elkaar zien.

''Ik heb seks gehad, dat mag niet en nu moet ik worden uitgesloten', bekende ik tegen de ouderlingen van de kerk'

Uiteindelijk gingen we ook met elkaar naar bed. Ik wist dat wat ik deed streng verboden was en dat dit een manier was om weg te komen bij de Jehovah’s Getuigen: uitgesloten worden vanwege buitenechtelijke seks. Ik stapte zelf naar de ouderlingen van de kerk. 'Ik heb seks gehad, dat mag niet en nu moet ik uitgesloten worden', zei ik. Dat was eng, want ik wist dat ik dan alles zou kwijtraken. Mijn familie en vrienden zouden geen contact meer met mij mogen hebben. Maar ik had Ruud en dat gaf me kracht.

Het gesprek verliep daarna simpel. Ik moest berouw tonen en dan mocht ik blijven. Dat weigerde ik. Daarna praatte ik met mijn vader. 'Je kent nu de consequenties', zei hij. Dat beaamde ik en ik pakte mijn spullen. Dat was de laatste keer dat ik mijn ouders heb gesproken. Ik heb ze nog één keer gezien op een begrafenis. Ze zeiden geen woord tegen mij.

Mijn eerste verjaardag 

Achttien jaar was ik, en ik moest helemaal opnieuw beginnen zonder familie. Eerst woonde ik bij een hospita op zolder, daarna ging ik samenwonen met Ruud. Met hem vierde ik mijn eerste Kerstmis. Dat vond ik een gekke ervaring. Vooraf stuurde ik kerstkaarten, maar ik kreeg van niemand een reactie of een bedankje. Dus ging ik polsen of mensen mijn kaartje wel hadden ontvangen. Wist ik veel dat je daar helemaal niet op hóeft te reageren. Overigens heb ik nog steeds niets met de feestdagen, het blijft onwennig en ik zie er niet zo het nut van in.

Mijn eerste verjaardag vond ik wel heel bijzonder. Ik gaf een feestje en genoot van de gezelligheid en de cadeaus. Er was een verjaardagskroon voor mij gemaakt met een 1 erop, het was tenslotte mijn 'eerste' verjaardag. De allereerste keer dat ik naar een kroeg ging, was ook een belevenis. Eigenlijk vond ik het een teleurstelling. Of het viel mee, het ligt eraan hoe je het wilt zien. De wereld wordt door de Jehovah’s Getuigen zo slecht afgeschilderd. Ik dacht dat in café’s iedereen dronken zou zijn, drugs gebruikte of seks had op de dansvloer. De werkelijkheid was dus een stuk saaier, lachte ik met Ruud.

'Ik heb mijn ouders uitgenodigd voor mijn bruiloft. Ze kwamen niet. Van mijn kant was er geen enkele familie'

Ik investeerde veel in nieuwe vriendschappen omdat ik niet steeds aan Ruud wilde hangen. Maar als ik alleen thuis was, voelde ik me diep eenzaam. Hoewel ik van te voren wist dat het zo zou gaan en ik iedereen kwijt zou raken, viel het me toch zwaar. Af en toe stuurde ik mijn ouders een kaartje en in 1998, toen ik trouwde, nodigde ik hen uit voor mijn bruiloft. Ze kwamen niet. Van mijn kant was er geen enkele familie op ons trouwfeest en ik heb ze toen echt gemist.

Dat was mijn laatste poging, daarna gaf ik het op. Niets horen is namelijk ook een afwijzing. Ik wilde niet steeds teleurgesteld worden en heb uit zelfbescherming geen contact meer opgenomen. Soms, als ik niet lekker in mijn vel zit, verlang ik naar een moeder die voor me zorgt. Die mij vertroetelt en zegt: 'Kind, ga lekker in bad, ik kook iets lekkers voor je.' Hoe volwassen je ook bent, af en toe wil je gewoon even kind zijn bij je ouders. Dat mis ik weleens.

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Sonya's dochter werd misbruikt: 'Wat heeft Jehovah's Getuigen te verbergen?'

Bij de Jehovah’s Getuigen is alles heel duidelijk, je moet leven zoals 'het hoort'. Misschien komt het daardoor dat ik nog steeds van duidelijkheid en richtlijnen hou. Toen ik brak met het geloof en mijn familie, had ik ineens geen regels meer waaraan ik me moest houden. Dat was bevrijdend, maar ook gek. Ik was heel kwetsbaar. Gelukkig is er nooit misbruik van mij gemaakt en ben ik niet losgeslagen met bijvoorbeeld drank of drugs. Maar dat komt echt omdat ik Ruud als basis had. Wie weet hoe het anders met mij was afgelopen, als ik destijds als behoorlijk naïef en wereldvreemd meisje de verkeerde persoon was tegengekomen. Lang niet iedereen die de Jehovah’s Getuigen verlaat, heeft zoveel geluk als ik had.

Mijn relatie met Ruud heeft zestien jaar geduurd. Tien jaar geleden zijn we gescheiden. Hij is nog steeds mijn beste maatje, maar we groeiden uit elkaar. Ik moest verder. Ik heb snel een beklemmend gevoel en had een grote drang naar vrijheid. Vrijheid is heel belangrijk voor mij. Dat is ook de reden waarom ik geen moeder wilde worden. Die verantwoordelijkheid wil ik niet hebben.

'Ik vind het heel lastig om te geloven dat iemand echt van mij houdt, als mijn eigen ouders dat niet eens doen'

Vorig jaar verscheen mijn boek De Goddeloze – Vlucht uit een religie waar ik niet in geloofde. Er is weinig bekend over de Jehovah’s Getuigen, daar wilde ik verandering in brengen. Het beeld dat veel mensen van hen hebben is dat van 'zulke vriendelijke en aardige mensen die vrolijk langs de deur gaan'. Terwijl er veel pijn en liefdeloosheid achter schuilgaat. Daarom geef ik ook dit interview. De pijn van zo’n breuk met familie en vrienden doet echt iets met je. Het verstoten worden door mijn ouders heeft een grote impact op mij gehad. Ik vind het heel lastig om te geloven dat iemand echt van mij houdt, als mijn eigen ouders dat niet eens doen. Hoe weet je nou of iemand werkelijk van je houdt? Ik vind het heel moeilijk om iemand daarin echt te vertrouwen. 

Met mijn twee zussen heb ik weer contact, ook zij zijn uitgesloten door de kerk en onze ouders. Soms vraag ik me af of onze ouders nog aan ons denken. Ik vermoed dat ze het nooit over ons hebben, dat wij een onbesproken onderwerp zijn. Heel graag zou ik nog één keer met hen willen praten. Zij kennen mij alleen nog als lastige, rebelse puber, niet als de vrouw die ik inmiddels ben geworden. Maar zij mogen geen contact met mij hebben van de ouderlingen. Het is pijnlijk dat hun angst voor straf groter is dan hun liefde voor mij. Maar ik heb nooit getwijfeld aan mijn keuze om te breken met het geloof. Echt geen seconde. Had ik dan de rest van mijn leven iets moeten doen waar ik niet achter sta? Dat was voor mij simpelweg geen optie. Ik moest trouw blijven aan mezelf."

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore