We zien dat je waarschijnlijk onze advertenties blokkeert. RTLNieuws.nl heeft de inkomsten uit advertenties nodig om goede, onafhankelijke verhalen te blijven maken. Ook kan het zijn dat door het gebruik van een adblocker bepaalde functies op de website niet goed werken. Maak je een uitzondering voor onze pagina's? Voor meer informatie, klik hier.
Menu Zoeken Mijn RTL Nieuws

10 december 2016 10:09

'Bijna helft transgenders ontevreden over zorg die ze krijgen'

De 29-jarige Rowan kwam er vorig jaar achter dat hij transgender is, maar een geslachtsoperatie zit er voorlopig nog niet in. Daarvoor moet hij eerst psychologen overtuigen. "Dat voelt bevoogdend", zegt hij. "De behandelaars van het genderteam gedragen zich als een soort poortwachters van de zorg."

Rowan is niet de enige die dat zo voelt. Uit een onderzoek van belangengroep Principle 17 dat vandaag verschijnt, blijkt dat 43 procent van de Nederlandse transgenders negatieve ervaringen heeft met de transgenderzorg. De redenen daarvoor lopen uiteen.

Weigering van zorg

"Een deel van de transgenders is ontevreden omdat er vaak bot en met weinig inlevingsvermogen gecommuniceerd wordt in de transgenderzorg", zegt CB Berghouwer, een lid van Principe 17. "Ook zeggen veel mensen dat afspraken vaak afgezegd of verzet worden en dat het zorgtraject erg lang duurt, met veel wachtlijsten."

"Daarnaast kunnen psychologen de toegang tot de zorg weigeren, en daar zijn veel transgenders bang voor. Ze hebben het gevoel dat ze beoordeeld worden door de psychologen, die beoordelen of ze wel trans genoeg zijn. En de zorg kan ze geweigerd worden als ze psychische problemen hebben, maar die hangen vaak samen met het trans zijn. Mensen zijn bijvoorbeeld depressief omdat ze niet in het juiste lichaam zitten, maar ze krijgen dan te horen dat ze eerst hun depressie moeten oplossen voordat ze het traject van geslachtsverandering in mogen."

'Beeld klopt niet'

VUmc, de grootste aanbieder van de transgenderzorg, is het niet eens met het beeld dat het onderzoek schetst. "Ik heb mijn twijfels over het onderzoek", zegt Martin den Heijer, voorzitter van het Kennis- en Zorgcentrum voor Genderdysforie van VUmc. "Het is onder 241 mensen uitgevoerd, maar die zijn gevonden met het domino-effect, een soort mond-tot-mondreclame. De kans is dus groot dat vooral ontevreden mensen aan dit onderzoek hebben meegedaan. Wij herkennen hun klachten in ieder geval niet en zien ook een hoop tevreden mensen."

Rowan maakte zelf mee dat het proces van een transitie erg lang duurt. Hij had al zijn hele leven het gevoel dat hij niet op zijn plaats was in een vrouwenlichaam, maar was zich er niet van bewust dat hij transgender was. Totdat hij naar een bijeenkomst van een transgendergroep ging. "Toen realiseerde ik me dat ik me meer een man voelde."

"In het begin was dat een opluchting. Maar het was ook heel verwarrend." In de maanden die volgden, stelde Rowan zichzelf allerlei vragen. "Is dit gevoel wel echt? Voel ik niet wat anders? Of is het misschien onzekerheid? Het duurde wel een paar maanden voordat ik dacht: dit gevoel klopt." Hij kwam uit de kast en vertelde het zijn omgeving, die overwegend positief reageerde.

Lange wachtlijst

Door de huisarts werd Rowan doorgestuurd naar het VUmc. Daar stond hij een half jaar lang op de wachtlijst. "En als ik contact had met het VUmc, waren ze soms een beetje bot en ongeduldig." Ook sprak het ziekenhuis Rowan verkeerd aan. "Bovenaan brieven bleven ze mij met de verkeerde term aanschrijven: mevrouw. Maar zo voelde ik mij allang niet meer. Toen ik ernaar vroeg, zeiden ze dat iemands geslacht niet aangepast kan worden in het systeem. Dat is vreemd als je bedenkt dat het VUmc de grootste aanbieder van transgenderzorg is."

Dus Rowan stapte over, en ging naar het transgendercentrum in Assen. In eerste instantie voelde dat heel goed voor hem: de wachttijden waren korter en de communicatie ging beter. Maar zodra hij begon aan de gesprekken met de psycholoog, ging het fout.

Behandeling door therapeut

"Voordat ze de behandeling starten, willen ze zeker weten dat mensen stabiel genoeg zijn voor de transitie. Bij mij was dat niet zo, vonden zij. Omdat ik als kind traumatische ervaringen met mijn ouders heb gehad, vonden ze dat ik eerst een half jaar lang therapie moest volgen voordat ik aan mijn transitie kon beginnen. En dat terwijl ik daarvoor allang naar een therapeut ben gegaan, en het volledig los staat van mijn genderidentiteit."

Zelfs in overleg met zijn therapeut kwam het team in Assen niet tot een compromis en mocht Rowan niet beginnen met zijn hormoonbehandeling. "Dus dat heb ik toen op eigen houtje gedaan, ik heb hormonen besteld op internet. Ik voelde me een man, ik wilde de transitie echt niet langer uitstellen. Het gaat nu heel goed, mijn lichaam verandert langzaam. Mijn stem zakt en mijn vetverdeling wordt anders. Ik voel me een stuk beter."

Betuttelend

Omdat hij de transitie echt wil ondergaan, heeft hij weer contact opgenomen met het centrum in Assen. "Ik hoop dat ik de operatie via hen kan ondergaan, maar dat is afhankelijk van het genderteam. Het voelt heel betuttelend. Ik ben zeker van wie ik ben, maar ik ben in mijn transitie compleet afhankelijk van andere mensen die mij moeten keuren."

"Er is binnen de transgenderzorg meer vertrouwen in boekjes en protocollen, maar niet in wat mensen zelf denken en voelen. Terwijl het een heel persoonlijk proces is. Toegang krijgen tot die zorg is bijna als een soort test, maar ik heb geen idee wat ik moet doen om ervoor te slagen."

Kwaliteit zorg

Martin den Heijer van VUmc legt uit dat het zorgtraject als betuttelend kan worden ervaren door sommige mensen, maar dat het ziekenhuis wil voorkomen dat mensen spijt krijgen van hun beslissing. "Het traject duurt lang zodat mensen voldoende tijd krijgen voor hun transitie. Nadat we mensen hormonen hebben gegeven, wachten we altijd een jaar met een geslachtsoperatie. In dat jaar krijgen mensen nog meer tijd om na te denken over of ze het wel echt willen, maar ook om hun sociale transitie in gang te zetten, om aan hun omgeving te laten zien dat ze van geslacht veranderen."

"We kijken dus samen met de patiënten of de behandeling wel het gewenste effect heeft, en of het een goede stap is. Dat hoort bij goede zorg. Uiteindelijk heeft, mede door deze manier van behandelen, bij ons hooguit 1 procent van de mensen spijt van hun beslissing. In andere landen ligt dat percentage hoger."

Het is waar dat VUmc de behandeling soms uitstelt op het moment dat iemand last heeft van psychische klachten. "Wij zijn een behandelcentrum voor genderdysforie, maar we hebben hier niet de mogelijkheden om ook mensen met een depressie te behandelen. Daar zijn de GGZ-instellingen voor, waar we mee samenwerken. Omdat het behandeltraject voor mensen met een genderidentiteitsstoornis intensief is, verwijzen we soms mensen met psychische klachten door voordat ze aan hun behandeling bij ons beginnen."

Topnieuws