Menu Zoeken Mijn RTL Nieuws

16 juli 2017 13:02

Wielerteams zijn een speeltje voor rijke oliesjeiks

Is het je ook opgevallen dat er dit jaar opeens wielrenners in het peloton fietsen met Bahrein en UAE Emirates op hun tricot? De steenrijke oliesjeiks lijken hun weg naar het wielrennen te hebben gevonden.

Het is de vraag hoe lang de oliesjeiks zo'n team leuk vinden, vertelt oud-wielrenner en sportmarketeer Aart Vierhouten. "Het zijn geen stabiele teams, ze willen zo graag een eigen team dat ze het heel snel opbouwen. Dat kan alleen met geld. Maar er zit geen fundament achter, ze willen alleen maar winnen."

Om dat voor elkaar te krijgen proberen ze de beste wielrenners zo snel mogelijk binnen te halen. Maar daarvoor moet je een goed salaris bieden. Zekerheid krijgen de renners volgens Vierhouten niet, want het is vaag hoe lang zo'n team blijft bestaan. "Daarom zie je vaak de oudere renners naar zo'n team gaan. Die kunnen daar meer verdienen en vinden een tweejarig contract prima."

Lastig geld verdienen

De Arabieren stappen niet in het wielrennen om er geld mee te verdienen. Het is heel moeilijk om met wielrennen inkomsten te genereren. Waar in de meeste sporten geld binnenkomt door de verkoop van kaartjes voor wedstrijden, kan iedereen gratis langs het parcours van een etappe staan.

Ook over de tv-inkomsten wordt al jarenlang gesteggeld. De Tour de France wordt wereldwijd massaal bekeken, maar dat levert de wielrenteams nauwelijks iets op. Ook het prijzengeld is laag.

Honderd man op straat

Armlastige teams hebben het hierdoor de laatste jaren moeilijk. Zo dreigde het Italiaanse team Lampre eind vorig jaar zijn licentie kwijt te raken. Uiteindelijk schoten geldschieters uit de Verenigde Arabische Emiraten te hulp. Nadat ook luchtvaartmaatschappij Emirates zich bij het Arabische team aansloot, ging Lampre voortaan door het leven als UAE Team Emirates.

"Voor de werkgelegenheid in de profsector is het goed dat teams die stopten toch konden doorgaan", vertelt Vierhouten. Er werken al gauw bijna honderd man bij een wielrenteam, die zouden anders op straat hebben gestaan.

Team Bahrein is overigens geen opgekocht team. Sjeik Nasser bin Hamad Al Khalifa, lid van de koninklijke familie in Bahrein, begon in augustus vorig jaar met het samenstellen van zijn team. Naar eigen zeggen ter promotie van zijn land.

Kazachstan en Rusland

Emirates en Bahrein zijn overigens niet de eerste landen die met veel geld het wielercircus betraden. Het Kazachse Astana is betaald door het staatsfonds Samruk-Kazyna. Die heeft weer grote belangen heeft in onder meer Kazachse gas- en oliebedrijven. Astana is sinds 2006 actief in het wielrennen.

'Wat de Kazachen kunnen, kunnen wij ook', dachten ze waarschijnlijk in Rusland. In 2009 nam Katusha een ander Russisch team over. Doel: het Russische wielrennen naar een hoger niveau tillen.

Suikerooms

Ook de Russische miljardair Oleg Tinkov zag in het wielrennen een leuk speeltje. Tot vorig jaar had hij zijn eigen team Tinkoff. Onder meer de wielrenmiljonairs Peter Sagan en Alberto Contador reden voor hem.

Dichterbij huis: het Belgische team Quickstep heeft een Tsjechische suikeroom. Miljardair Zdenek Bakala zorgt ervoor dat sprinter Marcel Kittel jaarlijks 2,5 miljoen op zijn rekening bijgeschreven ziet worden. Het zorgt ervoor dat wielrennen steeds meer het voetbal achterna gaat. 

Hogere budgetten

De tien grootste wielerteams hebben hun budgetten de afgelopen jaren flink zien toenemen. Inmiddels schommelt het gemiddelde budget rond de 15 miljoen euro, volgens het boek The Economics of professional Cycling. Team Sky heeft het grootste budget, met zo’n geschat jaarlijks bedrag van 35 miljoen euro.

Het Nederlandse wielrennen is er financieel op achteruit gegaan. Rabobank was vroeger één van de rijkste teams met een budget van 15 miljoen euro. Lotto-Jumbo moet het tegenwoordig doen met zo'n 9 miljoen, schat Vierhouten.

Topnieuws