René Tissen

Geld zit bij de verkeerde partijen

14 april 2014 10:03

Het moment voor de burgereconomie van wonen, winkelen en werken is nu. Lees de column van René Tissen.

De een wordt rijk, de ander arm
Wel in Amerika, maar eigenlijk nergens in Europa wordt door burgers de vraag gesteld naar de effectiviteit van het crisisbeleid van de centrale banken. Ooit waren deze prestigieuze banken bedoeld als onafhankelijke instellingen die vanwege hun enorme deskundigheid en boven de partijen staande professionaliteit, de economische ontwikkeling, integratie en groei van landen met zachte hand konden begeleiden en waar mogelijk gezagvol konden bijsturen.

Na vijf jaar blufpoker te hebben gespeeld staat in Amerika de Federal Reserve zwaar onder druk omdat gaandeweg duidelijk begint te worden dat het pompen van overmatige hoeveelheden geld in de economie alleen maar heeft geleid tot een nooit eerder vertoonde vertekening van de werkelijke staat van de economie. Wie weet nog wat goed is en wat niet?

Gewone Amerikanen vragen zich inmiddels openlijk af hoe het toch kan dat na zoveel geldstimulering de officiële economie van Amerika maar nauwelijks boven het nulpunt wil komen, terwijl de burgereconomie een onverminderde puinhoop is. In razend tempo is Amerika een arm tot straatarm land geworden en zijn ook gewone Amerikanen hun geloof in de Amerikaanse droom verloren. In Europa is de ECB een schaduwmacht geworden die naar de willekeur handelt van de zelf verzonnen economische politiek. De ECB was nooit de droom van de burgers van Europa. Maar is nu wel hun nachtmerrie aan het worden.

De spanning tussen de officiële economie en de burgereconomie heeft te maken met de kredietcyclus en die is ook voor Nederland van belang. De banken zijn inmiddels wél enigszins hersteld en willen met mate ook wel geld uitlenen, maar er zijn te weinig ondernemers en burgers die geld willen, kunnen of durven lenen. Geld rolt nog wel, maar niet hard.

Geld rolt niet meer
Dat komt omdat de kredietcyclus doorbroken is. Er is een breuklijn ontstaan tussen de staat en de banken enerzijds en burgers en bedrijven anderzijds. Die breuk los je niet op door veel geld in het ene deel van de cyclus (banken) te blijven pompen, als het andere deel (burgers en bedrijven) het niet wil, kan of durft te lenen, omdat geld voor de één wel (banken) en de ander niet (burgers en bedrijven) gratis of bijna gratis en zonder risico is.

Vanwege de solidariteitsgedachte hadden met name de centrale banken in Europa ook wegen moeten vinden om burgers aan geld te helpen, in plaats van alleen de banken. De Nederlandse staat had bijvoorbeeld met hulp van de ECB goedkoop en risicoloos geld kunnen gebruiken om de gehele staatsschuld op een hoop te vegen en te herstructureren, misschien zelfs te neutraliseren. Dat had een hoop bezuinigingen gescheeld en ons land ademruimte gegeven. De ECB had zelfs geld aan Nederland gewoon weg kunnen geven, naar Zuid-Europees voorbeeld.

In essentie gaat het namelijk om de redding van de burgereconomie en die gaat over wonen, werken en winkelen. In deze driehoek is sprake van een ‘bezitscyclus’ en die vormt de keerzijde van de ‘kredietcyclus’. Stimuleer de bezitsopbouw, of maak in ieder geval een einde aan te sterk verlies van bezit en de kredietcyclus pikt als vanzelf weer op. Zo simpel is het echt. Centrale banken zijn aan de kredietkant bij banken begonnen, maar hadden ook aan de bezitskant van burgers moeten werken.

Het ene been is mank en het andere is er niet
Nederland moet per direct stoppen met bezuinigingen en de belastingen verlagen met terugwerkende kracht. De Nederlandse economie heeft shocktherapie nodig ten gunste van burgers en bedrijven: meer investeren, minder beperkingen. Het vertrouwen in de economie komt alleen terug als mensen dat in hun portemonnee merken, namelijk als er meer geld vrij besteedbaar is. Het moment voor de burgereconomie van wonen, winkelen en werken is nu.

In Nederland staan ongekend en angstaanjagend veel huizen onderwater, staan eindeloze vierkante meters kantoren en fabrieksterreinen onverhuurbaar leeg en staan burgers veel te kijken naar winkels maar wordt er nog altijd weinig gekocht. Mag je zeggen dat het goed gaat met de Nederlandse economie? Nee, want het geld zit bij de verkeerde partijen.