Interview

Hoe de groene energierevolutie netbeheerder Stedin onder druk zet

13 maart 2016 12:28 Aangepast: 01 augustus 2017 03:30

Zonnepanelen, windmolens, warmtepompen. Ons energiesysteem is in rap tempo aan het veranderen. Een crime voor netbeheerders zoals Stedin, die 40 jaar vooruit moet denken. "We kunnen het nu nog aan," zegt strategiedirecteur David Peters. "Maar als die exponentiële groei in duurzame energie komt, weet ik niet of dat nog lukt."

Het is druk, in de 'war room' van netbeheerder Stedin. Achterin een ruimte met grote schermen en rinkelende telefoons staat Jan Vinke.

Hij is de baas van zo’n 10 mannen die alle storingen doorkrijgen en ze ook zo snel mogelijk moet oplossen. Op Vinkes scherm is grafische weergave van een lokaal netwerk aan kabels en kastjes te zien. Het lijkt een beetje op een kaart van de NS met verschillende stations.

Thumbnail

Storingen
Vinke kan nu alleen storingen op wijkniveau signaleren. Maar met het toenemend aantal zonnepanelen en elektrische auto’s zou de warroom-baas eigenlijk informatie op adresniveau moeten hebben. Hoe zijn scherm er over tien jaar uitziet? "Ik heb geen idee. Weet je, in Utrecht hebben we nu zo’n proef, dat je lokaal energie van huishoudens op kunt slaan in de accu van je elektrische auto, en vervolgens weer kunt ontladen bij een energietekort. Misschien is dat wel de toekomst. Aan de andere kant: je auto staat toch het grootste deel van de dag bij je werk aan de lader? Dus misschien gaat het wel helemaal niet werken. We weten het niet."

Jan Vinke formuleert exact het probleem waar Stedin en andere netbeheerders mee zitten: het energiesysteem is in rap tempo aan het veranderen en niemand weet welke technieken gaan 'winnen'. Heel lastig voor bedrijf dat een product voor tientallen jaren in de grond moet stoppen.

Thumbnail

Langetermijnplannen
Als netbeheerder moet je er, kort gezegd, voor zorgen dat het elektriciteit- en gasnet ‘werkt’. Dat de juiste kabels op de juiste plek liggen, dat iedereen op alle momenten de lamp aan kan doen. Dat vergt veel langetermijn-denkwerk. De kabels die de grond ingaan moeten er, bij voorkeur, de komende 40 jaar niet meer uitgehaald worden.

Maar wat doe je als je enige zekerheid is dat over 20 jaar alles er anders uitziet? Als je niet weet welke energietechnieken het beste gaan werken? De directeur Strategie van Stedin, David Peters, heeft een pittige taak. Hij moet het nutsbedrijf op deze onzekere toekomst voorbereiden.

Systeemverandering
"We hebben nu nog een centraal, fossiel en vraaggestuurd energiesysteem. Kijk je naar de toekomst, dan wordt dat een decentraal, duurzaam en aanbodgedreven systeem. Dat klinkt makkelijk, maar het heeft lokaal extreem veel impact," vertelt Peters in een kamer met uitzicht op de Rotterdamse Erasmusbrug. "Als mensen zonnepanelen, warmtepompen en elektrische auto’s krijgen, dan moeten wij dat faciliteren." Krijgt een wijk bijvoorbeeld ineens heel veel zonnepanelen erbij, dan is de huidige kabel niet dik genoeg. Maar een nieuwe kabel moet wel ‘goed zijn’ voor de komende veertig jaar.

Over het auto-accu experiment in Utrecht was intern en extern ook veel discussie. Want: wie weet hoef je in de toekomst je auto maar 5 minuten aan de lader te zetten (dat laden gaat immers steeds sneller). En gaan we van decentrale laders (bij je thuis) wel gewoon weer naar laadstations langs de snelweg. "Er is een kamp die inderdaad zegt dat het die kant op zal gaan, anderen zeggen weer dat het zo’n vaart niet zal lopen. Precies die discussie moeten we voeren," zegt Peters.

Thumbnail

Wat nu?
Andere grote bedrijven die de disruptie op zich af zien komen besluiten flexibeler te worden. Door hun product flexibeler te maken en meer in te stellen op een veranderende wereld. Maar dat gaat bij Stedin nog niet zo gemakkelijk. "Het gaat er niet om dat je kabels maakt die in plaats van 40 jaar, 20 jaar meegaan. Want de kosten zitten ‘m niet zo zeer in de kabels, maar in het opengooien van straten. En dat blijft. We moeten er vooral voor zorgen dat je de juiste investeringen doen, en dat die efficiënter worden."

Het tempo van de veranderingen in de energiesector kan de netbeheerder nu nog aan, zegt Peters. "Maar als die exponentiële groei komt, is het de vraag of dat nog lukt."

Financiële risico's
En dat is niet alleen organisatorisch een risico, maar ook financieel. "Wij doen een investering, die je gedurende veertig jaar terug moet verdienen. Als je de warmtevraag gaat elektrificeren met een warmtepomp, dan moet je het net aanpassen. Als de eerder aangelegde kabels dan maar tien jaar meegaan, dan zit je met die kostenpost en worden de kosten verdeeld over de weinige mensen die nog wel gas hebben."

Omdat Stedin een nutsbedrijf is, komen de kosten van deze verliezen uiteindelijk bij de energieverbruiker te liggen. We betalen nu ook via onze energierekening voor netbeheer. Lopen die kosten op, dan wordt die rekening gewoonweg hoger.

To do lijst
Aan Peters de taak om zich door deze uitdaging heen te worstelen. Zijn to do lijst:

1. Praten, praten, praten.
Meer in gesprek met (lokale) overheden, om te voorkomen dat er onnodige of juist te weinig investeringen worden gedaan.

2. De netten slimmer maken.
"We hebben nu een dom net. De energiecentrale stuurt gewoon elektronen naar jou toe. En straks gaat dat variëren: consumenten worden producenten. Daar moet je de netten op aanpassen."

3. Het bedrijf hervormen.
De processen van Stedin verlopen vaak te traag, te hiërarchisch. Peters wil, in navolging van Spotify en experimenten bij ING, meer horizontaal gaan werken, met zelfsturende teams. Maar, zo geeft hij toe, die ontwikkeling staat nog heel erg in de kinderschoenen.

De grootste uitdaging blijft: het vooruitkijken. Proberen in te schatten wat er met het energiesysteem gaat gebeuren. Peters: "Het is misschien wel gemakkelijker om te voorspellen hoe 2050 eruitziet, dan de weg ernaar toe. Onze uitdaging is om met die onzekerheid om te leren gaan."  

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore