Geld en Werk

Griekse noodhulp nu echt voorbij, problemen nog lang niet

20 augustus 2018 05:24 Aangepast: 29 januari 2019 11:51
Een daklozenwasserette in Athene. Beeld © EPA

Vandaag is het officieel: het noodhulpprogramma voor Griekenland is afgelopen. Sinds het begin van de Griekse crisis zijn we acht jaar en 289 noodmiljarden verder. Maar het land is er nog lang niet bovenop.

De Grieken kregen in 2010 voor het eerst miljardensteun van de andere Eurolanden en van het IMF, toen bleek dat het land jarenlang zijn financiële problemen had verdoezeld en in een diepe crisis raakte. In één klap kon het land onmogelijk nog aan geld komen en een faillissement lag op de loer.

Vanaf dat moment ging het bergafwaarts. Uiteindelijk moest er tot driemaal toe een steunprogramma worden opgetuigd.

Noodoplossing

Toen de nood aan de man was in 2010, was Europa helemaal niet voorbereid op het helpen van een land dat aan de rand van de afgrond stond. Omdat er geen mechanisme was, werden de eerste leningen direct verstrekt door andere EU-landen. Voor 52,9 miljard euro in totaal, het Nederlandse deel was 3,2 miljard. Het IMF maakte 20,7 miljard over.

Het bleek niet voldoende en in 2011 ging het weer mis. De rentes die landen moesten betalen op leningen liepen rap op, omdat er weer werd gevreesd dat de crisis naar andere landen zou overslaan.

Lees ook: Gewone Griek nog steeds in crisis: leven van 70 euro per maand

Nog een keer en nog een keer

Inmiddels was er een eerste noodfonds opgetuigd, dat in totaal 141,8 miljard uitkeerde aan de Grieken en ook het IMF sprong weer bij met 12,1 miljard euro. Dat leek enige tijd voldoende te zijn, maar de Griekse regering viel en werd vervangen in 2015.

De nieuwe regering wilde veel pijnlijke economische hervormingen niet meer doorvoeren en kwam op ramkoers met de geldschieters. Uiteindelijk konden de Grieken al snel weer niet aan hun verplichtingen voldoen en er kwam toch nog een steunpakket: in drie jaar tijd werd er nog eens 61,9 miljard euro uitgeleend.

Totaal: 289 miljard aan noodsteun.

Bezuinigen, bezuinigen

Maar tegenover dat geld stonden ook bitterharde bezuinigingen, die hun sporen hebben nagelaten in Griekenland. Een vijfde van de mensen zit nog altijd werkloos thuis en de jongerenwerkloosheid is zelfs bijna 44 procent.

Het land moest het pensioenstelsel hervormen, sociale zekerheid versoberen, de belastingen verhogen, staatsbedrijven verkopen en vooral: heel veel bezuinigen om de overheidsfinanciën op orde te brengen.

Voor de economie van het land is de crisis desastreus geweest. Tussen 2008 en 2016 kromp de economie met bijna 30 procent.

 
Miniatuurvoorbeeld

De omvang van de economie van Griekenland in miljarden euro's.

Dat is extra pijnlijk als je het afzet tegen een land als Nederland. Ondanks de crisis groeide onze economie in die periode juist met bijna 10 procent. En sinds 2016 gaat het nog harder.

 
Miniatuurvoorbeeld

Groei economie van Griekenland (blauw) en Nederland (geel). 2006=100

Hoewel het noodprogramma nu afgelopen is, blijft Griekenland nog lang een hoofdpijndossier. De torenhoge schuld moet namelijk afgelost worden, maar gezien de kleine omvang van de economie wordt dat een hels karwei.

Het IMF maakte de laatste jaren regelmatig inschattingen van de Griekse staatsschuld over de komende decennia, en dat ziet er niet rooskleurig uit. Hoewel de schuld eerst zal afnemen door een groeiende economie, stijgt die in de zwarte scenario's op termijn naar meer dan 250 procent van het BBP.

Zelf lenen is veel duurder

Dat komt omdat Griekenland nu kan teren op buitengewoon goedkope leningen die het van Europa heeft gekregen. Maar als die leningen moeten worden terugbetaald, moet Griekenland zelf geld daarvoor ophalen op de kapitaalmarkt. En dan moet het land gewoon de marktrente betalen, die vele malen hoger zal liggen. Gevolg: er is meer geld nodig en dus moeten er meer schulden gemaakt worden.

Dat moeten we niet willen, daar is iedereen het over eens. En dus moet er iets aan de schuld gebeuren. Deels kwijtschelden zou het makkelijkst zijn, maar dat is een absolute no-go voor veel Eurolanden. Onder andere Nederland en Duitsland hebben deze optie altijd pertinent van tafel geveegd.

Draaglijker

Gelukkig zijn er andere opties. Zo kunnen de Eurolanden bijvoorbeeld besluiten om de looptijden van de leningen te verlengen, de rentes te verlagen of lange rentevrije periodes in te lassen. Daarmee wordt de schuld niet kwijtgescholden, maar wel draaglijker voor de Grieken.

Hoewel er in letterlijke zin geen schuld wordt kwijtgescholden, wordt de schuld door de inflatie over tientallen jaren wel veel minder waard. Met andere woorden: 289 miljard terugbetalen in 2060 doet minder pijn dan in 2018. Het omgekeerde geldt ook voor landen en instanties die geld hebben uitgeleend: als je dat pas jaren later terugkrijgt, is het ook veel minder waard.

Al met al komt er aan het steunpakket officieel een einde, maar de indirecte steun voor Griekenland gaat dus nog tientallen jaren door.

Kan Griekenland de schulden wel terugbetalen? Bart Reijnen zocht het uit:

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore