Geld en Werk

Een leven lang werken: Nederlanders steeds later met pensioen

20 juni 2018 00:45 Aangepast: 20 juni 2018 08:54
Een gepensioneerd stel op vakantie. Beeld © Getty Images

Nederlanders gaan steeds later met pensioen. In 2002 stopten werknemers gemiddeld op 61-jarige leeftijd met werken, vorig jaar konden werkenden met 64 jaar en tien maanden genieten van hun welverdiende rust.

Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Die stijging heeft alles te maken met de veranderde wet- en regelgeving van de afgelopen jaren.

Zo werd er in 2004 een einde gemaakt aan de VUT, de vervroegde uittreding. Onder die regeling konden gepensioneerden die voor 1950 geboren waren met 62 jaar stoppen met werken. Ze kregen AOW en pensioen.

Meer regels, langer doorwerken

Ook kwamen er andere regels om werknemers te stimuleren om langer door te werken. Zo wordt de AOW-leeftijd sinds 1 januari 2013 stapsgewijs verhoogd. Vorig jaar kregen mensen met 65 jaar en 9 maanden een AOW-uitkering. De komende jaren zal de AOW-leeftijd verder stijgen tot 67 jaar en 3 maanden in 2022. Vanaf 2022 is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.

Miniatuurvoorbeeld

Vrouwen eerder dan mannen

Het percentage werknemers dat vóór hun 65ste verjaardag met pensioen gaat, is dan ook fors gedaald: van 88 procent in 2006 naar 38 procent in 2017. Het aantal 55-plussers met loon als voornaamste inkomensbron groeide tussen 2005 en 2016 met bijna 80 procent.

Vrouwen gaan eerder met pensioen dan mannen. Dat verschil was in 2017 bijna 9 maanden. Ook hoogopgeleide werknemers gaan eerder met pensioen: in 2017 gemiddeld met 64 jaar en 5 maanden. Laagopgeleiden stoppen gemiddeld tien maanden later met werken.

Meer op rtlz.nl:

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore

Dit is een artikel van