Geld en Werk

Cao-lonen in 2018: reken je nog niet rijk

12 juni 2018 06:24 Aangepast: 12 juni 2018 06:31
Beeld © Archieffoto ANP

2018 dreigt voor mensen met een vaste baan een minder vrolijk-makend jaar te worden dan gehoopt. Werknemers moeten dit jaar profiteren van relatief grote loonstijgingen. Maar uit cijfers van werkgeversorganisatie AWVN blijkt dat die loonstijgingen niet overal even fors zijn.

De vakbonden waren eerder dit jaar eensgezind. FNV liet weten in te zetten op een loonsverhoging van minimaal 3,5 procent. En CNV stelde dat 2018 het jaar van de werknemer moest worden. De werkgevers daarentegen stelden toen al dat 3,5 procent 'wat te ver weg' zou zijn.

Halverwege 2018 lijken de werkgevers het gelijk aan hun zijde te hebben, zo blijkt uit een inventarisatie van de AWVN zelf. Er werden tot nu toe 170 akkoorden afgesloten, voor 1,5 miljoen werknemers en de gemiddelde contractloonstijging op jaarbasis bedraagt 2,3 procent.

'Niet waar we op hoopten'

In sommige sectoren – met name waar er een tekort is aan (goed) personeel – stijgen de lonen gemiddeld harder: in de bouw bijvoorbeeld, de industrie en de zorg. Maar ook daar komen de percentages nog niet aan de gehoopte 3,5. Arbeidseconoom Ton Wilthagen van de Universiteit Tilburg noemt de gerealiseerde stijgingen dan ook 'niet waar we op hoopten'.

De lonen gaan weliswaar omhoog, maar het gaat geleidelijk, trager en met lagere percentages dan verwacht. Het zou kunnen, zegt Wilthagen, dat wat werknemers er in loon niet bijkrijgen, in secundaire arbeidsvoorwaarden wordt gegoten: in afspraken over scholing en duurzame inzetbaarheid bijvoorbeeld.

Langer doorwerken

In 76 procent van de tot dusver in 2018 afgesloten cao's worden inderdaad afspraken gemaakt over duurzame inzetbaarheid. Het gaat dan om afspraken die er voor moeten zorgen dat werknemers langer kunnen doorwerken, omdat ook de pensioenleeftijd omhoog gaat. Vakcentrale FNV presenteert woensdag 13 juni een eigen tussenevaluatie van het cao seizoen.

`