Welkom bij RTL Nieuws! Hier vind je voortaan al jouw RTL Z nieuws, actuele beurskoersen, nieuwsuitzendingen en meer.

Heb je nog vragen? Check onze FAQ.

×
Geld en Werk

Hier moet je op letten als je belastingaangifte doet

01 maart 2018 06:00 Aangepast: 28 februari 2019 10:16
Beeld © ANP Foto

Het is 1 maart, en dus moeten we weer belastingaangifte doen. Leuk is het niet, makkelijker wordt het er ook niet op. Want ieder jaar verandert er wel iets in die aangifte. Waar moet je op letten? We zetten de belangrijkste wijzigingen op een rij.

1. Spaargeld

Heb je flink wat spaargeld of beleggingen? Dan kwam je de afgelopen jaren nogal eens bedrogen uit bij het doen van de belastingaangifte. Je spaargeld leverde met een beetje geluk misschien 0,2 procent aan rente per jaar op. Maar bij de fiscus moest je er toch gewoon 1,2 procent belasting over betalen. Eigenlijk teerde je dus in op je spaargeld.

Dat komt omdat de belastingdienst ervan uit ging dat je een fictief rendement van 4 procent maakte op je spaargeld of belegging. Daarover moest je dan 30 procent belasting betalen. Maar de rente staat al een tijd lang behoorlijk laag. Je haalt die 4 procent rendement dus bij lange na niet.

Niet makkelijker

Op het systeem was dan ook veel kritiek. De belastingdienst zou moeten rekenen met het werkelijke rendement dat je behaalt op je vermogen, in plaats van met die fictieve 4 procent. Dat lukt nu nog niet, maar het systeem is wel aangepast. Vanaf 1 januari 2017 is het fictieve rendement verlaagd.

Makkelijker is het er niet op geworden. Er gaan namelijk drie verschillende belastingschijven gelden voor de vermogensrendementsheffing, met elk een ander tarief. Op spaargeld tot 75.000 euro betaal je kort gezegd 0,86 procent belasting, van 75.000 tot 975.000 euro betaal je 1,38 procent, en op alles daarboven 1,62 procent.  

 

Miniatuurvoorbeeld

Mensen met veel vermogen betalen dus meer dan mensen met wat minder vermogen. Het idee is dat ze vaak meer beleggen, en hun vermogen dus harder zijn groeien dan kleine spaarders.

2. Heffingsvrij vermogen

Je hoeft trouwens niet over je hele vermogen belasting te betalen. Er bestaat ook zoiets als heffingsvrij vermogen: dat betekent dat over het eerste deel van je spaargeld geen belasting wordt geheven.

In 2016 was dat heffingsvrij vermogen nog 24.437 euro, en met een fiscaal partner 48.874 euro. In 2017 is dat bedrag iets opgehoogd, tot 25.000 euro. Heb je een fiscaal partner, dan geldt voor jullie samen een heffingsvrij vermogen van 50.000 euro.

3. Alimentatie

Wie alimentatie betaalt voor zijn of haar kinderen moet bij de aangifte van dit jaar even goed opletten. Vroeger mocht je die bedragen nog opgeven als schuld in box 3 (sparen en beleggen). Dat kon lonen als je met je spaargeld boven het heffingsvrij vermogen uitkwam. De alimentatie mocht je daar namelijk weer vanaf trekken.

Maar bij de aangifte van 2017 mag dat niet meer. Ontvang je alimentatie voor je kinderen? Dan hoef je daar geen belasting over te betalen.

4. Auto van de zaak

Heb je in 2017 een auto van de zaak gekregen? Dan gelden er nog maar twee percentages bijtelling, in plaats van vier. Hoe meer CO2 je auto uitstoot, hoe hoger de bijtelling.

Voor een auto die geen CO2 uitstoot, elektrische auto's dus, geldt een bijtelling van 4 procent. Voor alle andere auto's geldt in 2017 een bijtelling van 22 procent. De nieuwe tarieven gelden alleen voor leaseauto's die in 2017 op kenteken is gezet.

 

Miniatuurvoorbeeld

Het gekke van de aanpassing is dat een vervuilende auto aantrekkelijker geworden is. De bijtelling in 2016 was voor de meest vervuilende auto 25 procent. Voor 2017 is dat afgenomen tot 22 procent. Hybride auto's zijn daarentegen juist duurder geworden. In 2016 vielen die nog onder de 15-procentstarief voor de bijtelling, in 2017 vallen ook deze wagens in het 22-procentstarief.

5. Eigenwoningforfait

Heb je een eigen woning? Dan moet je altijd een bedrag bij je inkomen optellen: het eigenwoningforfait. Dat is altijd een percentage van de waarde van je huis. Voor de meeste woningen is dat in 2017 0,75 procent, evenveel als een jaar eerder. Daar verandert er dus weinig. 

Maar de grens verschuift wel een beetje. Dit percentage gold voor huizen met een waarde van 75.000 tot 1.050.000 euro. Vanaf 2017 ligt die grens op 1.060.000 euro. Tienduizend euro hoger dus.

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore

Dit is een artikel van