Geld en Werk

CE-markering weinig waard: 'Ook gevaarlijke producten met logo'

19 januari 2017 12:07 Aangepast: 19 januari 2017 13:53

Het CE-logo, dat aangeeft dat een product aan de Europese veiligheids- en gezondheidseisen voldoet, is maar weinig waard. Door gebrekkige handhaving en versplintering in de controle komen er veel producten die eigenlijk niet voldoen alsnog op de markt.

Dat blijkt uit een onderzoek van de Algemene Rekenkamer. De impact van zo'n onterechte markering kan erg groot zijn. Zo kan er bijvoorbeeld gevaarlijk kinderspeelgoed met loszittende delen waarin kinderen kunnen stikken als veilig zijn aangemerkt. Ook de mogelijk dodelijke PIP borstimplantaten hadden onterecht zo'n logo.

Een gasstel met CE-markering, dat zomaar kan ontploffen

Honderden producten

De CE-markering, zoals het logo officieel heet, heeft twee doelen: aan de ene kant zorgt het ervoor dat een product meteen in alle landen van de EU kan worden verkocht en aan de andere kant biedt het zekerheid aan de consument dat het product aan strenge Europese veiligheids- en gezondheidseisen voldoet.

Althans, zo zou het moeten zijn. Maar in de praktijk blijken er toch heel veel producten met zo'n CE-logo op de markt te komen, die niet deugen. Jaarlijks melden toezichthouders ongeveer 800 gevaarlijke of schadelijke producten met een CE-markering aan in de Europese waarschuwingsdatabase. Daarin kunnen de autoriteiten in ieder afzonderlijk land zien welke producten er uit de schappen gehaald moeten worden wegens een veiligheids- of gezondheidsrisico.

Toezicht vaak zwak

Dat er zo veel foute producten toch op de markt komen, komt vooral doordat het toezicht op productveiligheid per lidstaat enorm verschilt. Zo zijn er in Malta, Ierland en Roemenië minder dan vijftig voltijdsinspecteurs bezig met de controle op CE-producten.

In Polen zijn het er bijna 2500. Dat toezicht is juist belangrijk omdat producenten zelf verantwoordelijk zijn voor het aanbrengen van CE-markeringen. Daar komt vooraf, in de meeste gevallen, geen controlerende instantie aan te pas. In Nederland zijn er 50 tot 100 man belast met het toezicht op CE-regelgeving, maar zelfs die betrekkelijk kleine club is alweer verdeeld over vijf inspectiediensten.

Strenger

De Rekenkamer concludeert verder dat de ene toezichthouder ook nog eens strenger dan de andere. Daardoor is het in sommige landen makkelijker om een ondeugdelijk product op de markt te brengen dan in andere landen, en dat is nu juist niet de bedoeling van een Europees systeem.

En zelfs de veiligheidssystemen worden niet overal even actief gebruikt. Dat betekent dat meldingen van gevaarlijke producten bijvoorbeeld niet aan andere landen worden gemeld of dat meldingen van gevaarlijke producten uit een ander land niet worden gezien.

De combinatie van zwak toezicht en slecht gebruik van de meldingssystemen zorgt voor een situatie die ook in andere landen voor gevaar kan zorgen: "In een Europese markt is het toezicht immers zo sterk als de zwakste schakel", schrijft de Rekenkamer.

Ingebakken kwetsbaarheid

De Rekenkamer constateert ook dat het eigenlijk al mis gaat bij het begin. De producent, die zichzelf dus een veiligheidscertificaat moet geven, kan namelijk geneigd zijn om zich niet (helemaal) aan de regels te houden, als dat financieel gewin oplevert. Opmerkelijk genoeg doet de instantie niet de aanbeveling om het systeem van zelfcertificering te wijzigen.

Wel wordt er onder andere aanbevolen om het toezicht te stroomlijnen, dat er beter gebruik wordt gemaakt van de beschikbare gegevens en dat er in Nederland meer samenhang moet komen tussen de instanties die CE-markeringen moeten controleren.

RTL Z
`