Ga naar de inhoud
Zahra Boufadiss

Iedereen verdient een tweede kans (of een honderdste)

COLUMN | Al zeven jaar is Tim een constante factor in mijn advocatenbestaan. Zoals mijn toga, twee mobiele telefoons en bomvolle agenda: hij hoort bij het behang. Een stuk of dertig van zijn strafzaken heb ik behandeld. Ook bezocht ik hem in allerlei gevangenissen op industrieterreinen, het soort dat niet in de Lonely Planet staat, zeg maar. Nou, dan leer je elkaar wel kennen. Zo weet ik dat Tim uit een 'normaal' nest komt, ergens diep in Gelderland. Zijn ouders waren 'gewoon' bij elkaar, hun vrijstaande huis altijd aan kant – en als kind had Tim een fascinatie voor dino's. Een veilig thuis. Dus dat hij een paar jaar later in jeugdgevangenissen terecht zou komen, had niemand voorspeld.

Inmiddels is hij halverwege de 30 en in het bezit van een strafblad met een rijke verzameling delicten. Niet alleen de standaard-en-redelijk-onschuldige-winkeldiefstallen. Tim heeft nogal een autoriteitsprobleem, zou je kunnen stellen. Als hij boos is, vliegt er ook weleens een wijnfles door een winkelruit heen, of illegaal vuurwerk tegen de tram waar hij net is uitgezet. Zijn strafblad is overgoten met een saus aan bedreigingen en beledigingen van politieagenten. Door dat autoriteitsprobleem aanvaardt Tim geen hulp. Reclasseringstoezichten, klinische behandelingen, begeleid wonen, you name it. Op de hulpverleningskaart had Tim allang bingo. Alles werd afgekruist, maar niets had het gewenste effect. Integendeel: elke behandelpoging eindigde in ruzie. Hierdoor wilde niemand hem nog begeleiden. Hij had al zijn kansen verspeeld.

Hoewel ik optimistisch ben, zag ik een verandering in de levensstijl van Tim niet bepaald voor me. Hij was inmiddels dakloos en verslaafd. Er stonden alweer drie zittingen in mijn agenda, en met zijn verleden zou Tim door de opeenstapeling van zaken maandenlang in de gevangenis verdwijnen. Tot overmaat van ramp kon ik Tim niet bereiken. We hadden zijn strafzaak nog niet voorbereid. Tja, en dan mag ik hem niet vertegenwoordigen.

Toch maar naar de rechtbank, want dan zou ik de uitspraak in ieder geval aan hem door kunnen geven. Je gelooft het nooit, maar toen ik bij de rechtbank kwam, stond Tim daar ineens. Er werden wat halve smoesjes geserveerd: door een kapotte telefoon kon hij mij niet bellen. Maar wat maakt mij het uit, het ging namelijk heel erg goed met hem!

Tim zag er zowaar gezond en vrolijk uit, en al snel bleek waarom: Marjolein, een medewerker van een speciaal team bij de gemeente, was hem komen bezoeken in het park. Eerst praatten ze alleen over ditjes en datjes, maar toen er eenmaal vertrouwen was, werd Tim open over zijn problemen en kon Marjolein gericht hulp aanbieden met haar team. Eindelijk aanvaardde hij die hulp. Inmiddels was hij van een parkbankje verhuisd naar een klein kamertje dankzij de hulpverlening. Twee keer per week sleutelt hij aan auto's als dagbesteding. Hij gaat zelfs in behandeling bij Jellinek voor zijn verslaving.

De politierechter was nog verbaasder dan ik. Bij de beoordeling van 'Casus Tim' had hij bedacht dat er weinig andere opties waren dan een gevangenisstraf. Maar een detentie zou alle hulpverleningstrajecten doorkruisen. Daar schiet niemand wat mee op, zowel Tim als de samenleving niet. Waarom had Tim – na al die jaren – besloten om zijn leven zo drastisch te veranderen, vroeg de rechter. Daar was ik ook wel benieuwd naar. Het antwoord was even simpel als opvallend: 'Mijn moeder is in juli overleden, dat hakte er nogal in. Toen Marjolein me kwam bezoeken, heb ik die kans met beide handen aangegrepen. Het roer moest maar eens om'.

Natuurlijk heeft Tim de afgelopen jaren al tientallen kansen gekregen om opnieuw te beginnen. Het verschil? Die kwamen altijd van anderen en niet van hemzelf. Deze keer gunde Tim zichzelf een tweede kans op een nieuw bestaan.

Zahra Boufadiss is strafrechtadvocaat in Amsterdam. Op deze plek deelt ze iedere twee weken haar visie op haar werk – en de rest van de wereld.