Ga naar de inhoud
Zahra Boufadiss

Blijf af van de plicht van advocaten om geheimen te bewaren

COLUMN | Advocaten hebben één ding gemeen: we houden enorm van praten (lees: slap lullen). Maar juist wij moeten ook goed onze mond kunnen houden. Door die geheimhoudingsplicht ga ik al zeven jaar door het leven als schatkist vol geheimen. Zonder toestemming vertel ik niets. Niet wie mijn cliënten zijn, waarvan zij verdacht worden of wat wij bespreken.

Die informatie neem ik mee tot in mijn urn. Dat is niet altijd makkelijk: ik maak heftige dingen mee en het zou fijn zijn om dat te kunnen delen met mijn naasten. Maar mijn geheimhouding doorbreek ik voor niets en niemand. Kijk, als mij ter ore komt dat er vanmiddag een bom ontploft in de Kalverstraat, en alleen ík dat kan voorkomen, schakel ik direct de politie in. Dat mag gelukkig ook, want levensbedreigende noodgevallen zijn belangrijker dan mijn geheimhoudingsplicht. Maar in andere gevallen is het gebod 'gij zult over uw cliënt zwijgen' heilig.

Toch zijn cliënten in het begin vaak wantrouwend. Zit je daar, in een donker celletje en dan komt er opeens een vreemde vrouw binnen. Soms denken ze bijvoorbeeld dat ik samenwerk met de politie. Daarom vertel ik direct na binnenkomst over mijn geheimhouding, en dat ik zelfs strafbaar ben als ik uit de school klap.

Want zonder vertrouwen kan ik m'n werk niet doen. Dus een cliënt moet geloven dat zijn of haar geheimen veilig zijn bij mij. Dat ze niet terechtkomen in het politiedossier, tegen hem worden gebruikt in de zittingszaal en ik niet gedwongen kan worden om tegen hem te getuigen. Alleen dan is er voldoende vertrouwensbasis om alle pijnlijke details van een zaak te delen. Alleen dan kan ik alle risico's goed afwegen en het juiste advies geven, bijvoorbeeld of iemand een verklaring moet afleggen of niet.

Wel
Lees ook:
Wel advocaat, géén gewetenloze graaier

Het vertrouwen van een cliënt moeten wij eerst verdienen, door onze geheimhouding bloedserieus te nemen en op te treden tegen advocaten die dat minder doen. Onlangs werd er nog een advocaat van het tableau geschrapt, omdat hij meerdere keren zijn geheimhouding gebroken.

Die vakbroeder had namelijk aan de ouders van een vermist meisje verteld dat zijn cliënt de dader was. Daarmee wilde hij een einde maken aan de jarenlange onzekerheid van de ouders. De tuchtrechter was streng: dat hij inmiddels geen advocaat meer was, en dat het om een zaak uit 1988 ging en zijn cliënt was overleden, maakte niets uit.

Bovendien had hij zijn geheim ook verteld in een NRC-artikel én een Videoland-documentaire, terwijl hij de officier van justitie jaren geleden al had ingelicht. Dat die advocaat met een knagend geweten zat, begrijp ik heus. Maar met zijn 'goede daad', heeft hij de maatschappij vooral schade berokkend. Mensen zullen advocaten nu minder vertrouwen, daardoor minder vertellen en zelf op pijnlijkere blaren zitten.

Niet iedereen is fan van onze geheimhouding. Die zogenaamde crime fighters zouden maar al te graag bij mij op schoot zitten tijdens mijn besprekingen. Maar dat zou nogal opvallend zijn. Onze geheimhouding wordt wel op allerlei andere manieren omzeild door het opsporingsapparaat; vertrouwelijke telefoongesprekken worden 'per ongeluk' en hartstikke onrechtmatig opgenomen en beluisterd, duizenden e-mails illegaal gelezen. 

En helaas komt onze zwijgplicht mogelijk nog verder onder vuur te liggen, want in Den Haag en de opiniekaternen gonst het van doodenge ideeën, zoals dat onze vertrouwelijke besprekingen in gevangenissen zouden moeten worden opgenomen, of dat advocaten in sommige gevallen gedwongen kunnen worden om een getuigenverklaring af te leggen. Al die proefballonnen vloeien voort uit één incident met één advocaat. Nou, onze beroepsgroep bestaat uit duizenden advocaten. Over incidentenpolitiek, gesproken.

"Rechten die je eenmaal kwijt bent, krijg je niet meer terug."

Steeds vaker wordt er gezaagd aan het fundament van mijn werk. Maar zonder vertrouwelijkheid kan ik mijn toga net zo goed aan de wilgen hangen. En dan kan je direct ook een dikke streep door de rechtsstaat trekken. Als het verleden ons iets leert, is het dat grondrechten nooit in één keer worden afgepakt. Dat zou tot ophef leiden en daar hebben politici helemaal geen zin in.

Het is veel slimmer om basisrechten stapje-voor-stapje in te perken, want daar kraait geen haan naar. Voor je het weet, is er niets meer over. Rechten die je eenmaal kwijt bent, krijg je niet meer terug. Daarom zal ik over de inperking van mijn geheimhouding níét zwijgen. 

Zahra Boufadiss is strafrechtadvocaat in Amsterdam. Op deze plek deelt ze iedere twee weken haar visie op haar werk – en de rest van de wereld.