Piet Rietman

Stille armoede: je wordt armer, maar cijfers laten dat nog niet zien

13 juli 2022 07:03

De laatste tijd moet ik vaak aan de uitdrukking 'stille armoede' denken, maar dan niet op de manier zoals het bedoeld is.

De uitdrukking zegt iets over mensen die in armoede leven, maar dat niet aan de grote klok hangen. Vluchtig bekeken zou je dat Nederlands of calvinistisch kunnen noemen. Privézaken blijven privé, geldzaken al helemaal. Waarom een ander lastig vallen met je problemen, als je ook kunt doorbijten?

Dat Nederlandse, of dat calvinistische, is natuurlijk wel een sociaal-cultureel verschijnsel. Maar als we iets minder vluchtig naar een vraagstuk kijken, is de verklaring vaak sociaaleconomisch.

In Nederland anno 2022 wordt succes gezien als het resultaat van talent en hard werken. Die manier van denken wordt bevorderd door ons economische systeem en vice versa. Een manier van denken met een duistere keerzijde: wie geen succes heeft, zal wel geen talent hebben of niet hard werken.

Eigen schuld. Alsof er geen structurele factoren zijn die het hebben van succes, of het uitblijven daarvan verklaren. Sociale voorzieningen, onderwijs, privileges, netwerken, de jubelton.

Tegen die achtergrond van structurele factoren belandde Nederland in een fenomeen dat we niet meer snapten: torenhoge inflatie. Elke euro werd minder waard de afgelopen tijd. Een euro beleggingswinst, een euro uit een hoog salaris, een euro uit een laag salaris, en een euro uit een pensioen of uitkering.

Rijke en arme Nederlanders reageerden grofweg hetzelfde. Dankzij coronaspaargeld stonden de midden- en hoge inkomens goed aan de startstreep. En Nederlanders die tijdens de lockdowns geen spaargeld opbouwden hebben die periode vaak gebruikt om schulden af te lossen. Per saldo steeg het vermogen van beide groepen. Beide groepen creëerden ruimte om door te kunnen consumeren.

In de eerste maanden van 2022 bleef de consumptie op peil. De spaarsaldi werden nog niet op grote schaal aangesproken en zelfs het aflossen van schulden ging nog een beetje door. Als tegelijkertijd de inflatie hoog is kan er dan maar één verklaring zijn: de consumptie in euro’s blijft weliswaar op peil, maar het aantal producten en/of de kwaliteit ervan neemt af.

Minder vaak met de auto, de verwarming lager, van A-merken naar huismerken. Minder producten in je boodschappenmandje. Maar dan wel in totaal voor hetzelfde bedrag.

Omdat we in de economie dingen in euro’s uitdrukken – spaargeld, schulden, consumptie – zie je niet veel gebeuren. Maar in je boodschappenmandje zie je het resultaat. Voor hoge inkomens is dat wat minder leuk, voor lage inkomens is dat een groot probleem. De inkomensterugval voor bijstandsgerechtigden betekent dat zij moeten kiezen: geen gezond voedingspatroon meer, of een betalingsachterstand oplopen op huur of zorgverzekering.

'Stille armoede' is dus ook het verschijnsel dat we armer worden terwijl de economische indicatoren zeggen dat er nog niet veel gebeurt. Behalve het dalende consumentenvertrouwen dan.

Twee volgende stappen tekenen zich uit, naarmate de koopkracht nog langer daalt. Ten eerste zullen lage middeninkomens voor keuzes komen staan, zoals die van de bijstandsgerechtigde.

Ten tweede zal inmiddels de consumptie – in euro’s - ook gewoon dalen. De financiële ruimte die ontstond door coronaspaargeld of het aflossen van schulden, is niet oneindig. Als de consumptie daalt wordt dat snel zichtbaar in het groeicijfer van de economie. Pas dan denken we, ons blindstarend op dingen die je in euro’s uitdrukt, dat de problemen beginnen. Maar deze ontwikkeling komt bovenop de stille armoede die er al langer was.