Piet Rietman

Wie raken in de problemen door de inflatie en hoe vinden we ze op tijd?

15 juni 2022 07:00

Eén van de dingen die ik mij afvraag is dit: waar en hoe wordt zichtbaar dat Nederlandse huishoudens te maken hebben met een dalende koopkracht?

Sinds het najaar van 2021 zijn de energieprijzen zo hoog dat de stijging van de consumentenprijzen voor de meeste mensen ver boven de stijging van de inkomens ligt. Laten we zeggen: voor 95 procent van de mensen is dat zo. Stel dat je net een nieuwe baan hebt, met een aanzienlijk hoger salaris. Of stel dat je huis is losgekoppeld van het gas en je nooit auto rijdt. Dan vorm je – misschien - de uitzondering.

Maar die 95 procent voelt de dalende koopkracht. En dat moet op de één of andere manier zichtbaar worden in de cijfers. We kunnen er op reageren door minder te consumeren, door ons spaargeld op te maken, door rood te gaan staan of door een creditcardschuld op te bouwen. Door andere schulden op te bouwen wellicht, of te stoppen met bestaande schulden af te lossen. Door eens een keer een betalingstermijn te missen, of een aanmaning ongelezen bij het oud papier te gooien.

In de eerste maanden van dit jaar was er nog niet één grote beweging zichtbaar in de Nederlandse economie. De consumptie werd op peil gehouden met coronaspaargeld zou je kunnen zeggen, maar op grote schaal ontspaard werd er nou ook weer niet. Op het gebied van schulden zag je nog niet veel gebeuren, maar dat kan ook komen doordat er over problematische schulden – een hele belangrijke indicator van het CBS – niet maandelijks nieuwe cijfers zijn.

Misschien gebeurt het allemaal een beetje tegelijk. En zakt de consumptie later in het jaar weg. Consumptie is iets dat nog enigszins te voorspellen is. Maar wanneer belanden Nederlandse huishoudens in de schulden? En om hoeveel huishoudens gaat het?

170.000 huishoudens zullen onvoldoende inkomen hebben voor noodzakelijke en vaste lasten, zegt het CPB. Maar voor die berekening gingen ze uit van hun inflatieraming in maart: 5,2 procent. Er is veel gebeurd sindsdien en de inflatie voor 2022 zal wel wat hoger uitvallen. Laten we zeggen dat het er 200.000 tot 250.000 worden. Bovenop de 500.000 die al betaalproblemen hadden, los van de hoge inflatie. Dus 700.000 tot 750.000 in totaal.

Schulden zijn voor niemand goed. Schuldenaren, schuldeisers, schuldvrije huishoudens, bedrijfsleven, overheid: ik kan geen actoren in de economie bedenken die er financieel van profiteren. Behalve misschien incassobureaus. Dus je zou die 700.000 tot 750.000 het liefst willen kunnen identificeren vóórdat de problemen beginnen. En er dan wat aan doen.

Het helpt als je je bij dat identificeren richt op lage inkomens, maar er belanden ook veel lage inkomens níet in de schulden. Eigenlijk is alleen de bijstand een inkomensniveau dat zó laag is dat schulden gegarandeerd zijn. Er zijn ook middeninkomens met schulden. Er is een tweede factor: de uitgavenkant. En hoe flexibel die kant is.

Van de door het CPB geïdentificeerde groep met betalingsproblemen is 39 procent werkend, 69 procent huurder en heeft 63 procent een auto. Weinig mensen in deze groep kunnen dus meer uren gaan werken, of de overwaarde van hun woning benutten. En waarschijnlijk ontkomt een aanzienlijk deel niet aan de gestegen benzineprijs.

Lage inkomens kun je tegemoet komen met koopkrachtreparatie. Maar voor niet-wendbare huishoudens weet ik geen snelle oplossingen. Als we ze überhaupt al kunnen identificeren door naar gangbare indicatoren te kijken. Het is lijdzaam afwachten totdat we in 2023 de schade opnemen.