Ga naar de inhoud
Piet Rietman

Terug naar abnormaal

Het liefste denk ik middenin een crisis aan het oplossen ervan. Maar daar heb ik de kennis en vaardigheden niet voor. Gelukkig zijn de meeste mensen tijdens de coronacrisis afgegaan op wat de virologen zeiden. Ik kon binnen blijven en aan de toekomst denken. En als je aan de toekomst denkt, is het heel moeilijk om niet je wensen er op te projecteren.

Ergens begin 2020 zat ik in de één of andere projectgroep die filosofeerde over 'post-corona'. Hoe zou de economie en de samenleving er uit zien na de pandemie? Zouden we hiervan leren dat er een andere balans tussen natuur en mens nodig is? Hebben we een sterkere staat nodig? Zal de economie verder globaliseren of juist deglobaliseren?

Ik dacht destijds dat alles zou veranderen. Naïef wellicht, want ik ben van 1983 en heb de financiële crisis van 2008 dus heel bewust meegemaakt. Die veranderde ook niet alles. De verhouding tussen staat en samenleving enerzijds en financiële sector anderzijds, is er door veranderd. Maar meer eigenlijk niet.

Corona is voorbij en we zitten in de volgende crisis. Terugkijken willen de meeste mensen ook niet - u bent dus uniek als u deze column leest.

Ondertussen is de economie op een aantal vlakken weer gaan functioneren als voorheen. Er was veel te doen destijds over mensen die de steden zouden verlaten. De 'grote uittocht'. Als je toch moet thuiswerken, waarom zou je dat dan vanuit een peperdure woning in Amsterdam doen? Het kan ook vanuit Groenlo.

Toch bleven in Amsterdam de woningprijzen stijgen. De kopers bleven. En voor zover de huurders vertrokken, zijn ze nu alweer terug. Verhuurder Pararius berichtte eerder al over een stijging van de huren. In andere hoofdsteden gebeurt hetzelfde. Behalve mensen uit Groenlo zijn dat waarschijnlijk ook expats.

Hypotheekrente
Lees ook:
Hypotheekrente omhoog? Kantelpunt voor woningmarkt

Stijgende koopprijzen, stijgende huren en dus toenemende ongelijkheid: precies dezelfde ontwikkeling die we al kenden.

Er was nog een grote uittocht: steeds minder werknemers hadden een flexibele arbeidsrelatie. In het derde kwartaal van 2020 bereikte dat zijn piek: er waren 295.000 minder flexibele arbeidsrelaties dan in het derde kwartaal van 2019. Op zich is dat ook het idee achter flexwerk: in moeilijke tijden kan je er makkelijk vanaf. Iemand met een oproep- of uitzendcontract rooster je gewoon nul uur in de komende week. Een jaarcontract verleng je gewoon niet.

Maar wellicht was deze crisis anders. Wat als werkgevers door de crisis van hun flexwerkers af probeerden te komen - maar ze die na de crisis niet terug konden krijgen? Door bijvoorbeeld arbeidsmarktkrapte of door veranderende wet- en regelgeving zou de vaste baan na de crisis weer in opmars kunnen zijn. Dan keren de flexwerkers niet meer terug.

Maar uit cijfers van het CBS blijkt dat er vooral een verschuiving naar vastigheid is, niet naar vaste banen. Het aantal oproepkrachten daalt, het aantal uitzendbanen blijft gelijk. En het aantal werknemers met een tijdelijke aanstelling voor langer dan een jaar neemt toe. Op zich positief, maar het totale aantal flexwerkers groeit nog altijd met ongeveer net zoveel werknemers als het aantal vaste banen.

Het gedachtegoed dat een crisis alles verandert, werkt alleen als je instituties hebt die een crisis aangrijpen om alles te veranderen. De Europese Unie is een goed voorbeeld, of je het er nou mee eens bent of niet. Door corona kregen we het Europees Herstelfonds. Door de Russische inval in Oekraïne militariseert de EU.

Nederland heeft de coronacrisis niet aangegrepen om fundamentele ongelijkheden op de woning- en arbeidsmarkt aan te pakken. En ook dat is een keuze.