Wimar Bolhuis

De olifant in de kamer: wie gaat dit coalitieakkoord uitvoeren?

07 januari 2022 07:15

De nieuwe coalitie heeft ongekende investeringsplannen. 27,9 miljard euro extra wil men in 2025 gaan uitgeven. Over de hele kabinetsperiode opgeteld 75,1 miljard euro. Het zijn duizelingwekkende bedragen. Mocht het echt gaan gebeuren, dan wordt Rutte IV het meest expansieve kabinet sinds de jaren ’70. Nederland lijkt een 'diep socialistisch land'.

Opvallend is dat deze voornemens veel verder gaan dan de verkiezingsprogramma's die VVD, D66, CDA en ChristenUnie lieten doorrekenen door het Centraal Planbureau, die de uitkomsten op 1 maart publiceerde. 27,9 miljard euro is 73 procent (!) meer dan de 16,1 miljard euro die de ChristenUnie toen voorstelde, en daarmee uitgavenkoploper van de coalitie was.

Dit akkoord lijkt bij elkaar 'gekocht' (eigenlijk geleend) door veel meer budgettaire ruimte beschikbaar te stellen, waarmee tegemoet gekomen kon worden aan veel – al dan niet nieuwe – wensen van de vier partijen. Zo werd een politieke deal bereikt.

Cynisch genoeg komt het coalitieakkoord met dit royale financiële kader het dichtst bij de programma's van GroenLinks (29,2 miljard) en de PvdA (33,3 miljard). Dus van de twee partijen die als blok van de onderhandelingen werden geweerd.

Ambitieuze begrotingscijfers en beleidsdoelen kunnen gemakkelijk op papier gezet en geven een proactieve uitstraling. Zo staat in het coalitieakkoord dat de ambitie voor het klimaatbeleid verhoogd wordt van 49 procent CO2-reductie in 2030 naar 60 procent.

Eind oktober berekende het Planbureau voor de Leefomgeving nog dat met de bestaande beleidsinzet de 49 procent waarschijnlijk al niet gehaald wordt. Het planbureau reageerde op het coalitieakkoord dat de nieuwe ambitie ‘grenst aan het praktisch maximaal realiseerbare’. Een hele klus dus.

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Vliegbelasting en groene boeren: 60 miljard naar stikstof en klimaat

Desalniettemin kijk ik graag vanuit een positieve houding naar Rutte IV. Het zet ambitieuze klimaatdoelstellingen neer en om deze te bereiken zijn de financiële middelen veel minder een beperking dan in het verleden. Dat is goed nieuws, een omslag waar decennia over is gedaan. Nu deze twee hobbels overkomen zijn komt de derde hobbel: de uitvoering.

De olifant is de kamer is natuurlijk: wie gaat dit coalitieakkoord uitvoeren?

Onderzoek wijst uit dat 23 duizend technisch geschoolde arbeidskrachten nodig zijn om de doelstelling van 49 procent CO2-reductie te halen en zelfs 28 duizend voor 55 procent. Helaas gaan de ontwikkelingen op de Nederlandse arbeidsmarkt juist de andere kant op. Het aantal mbo-studenten met een technische opleiding daalt naar verwachting met 24 duizend en ook het aantal gediplomeerden met een hbo-opleiding in de techniek krimpt.

Het coalitieakkoord noemt dit arbeidsmarktknelpunt niet, laat staan dat het een begin van een concrete oplossing opbrengt. Bij de bespreking van het Klimaat- en transitiefonds waarmee 35 miljard euro beschikbaar komt tot en met 2030 geen woord.

Mogelijk is wat bedacht onder 'maatregelen vervolgopleidingen en onderzoek' op de begroting van Onderwijs, waar 700 miljoen euro bijkomt voor onder meer 'het stimuleren van arbeidsmarkt relevante beroepsopleidingen en schakelprogramma's en het versterken van de techniekhavo en kleinschalig vakonderwijs'. Komende week komt het Centraal Planbureau met een doorrekening van het akkoord. De arbeidsmarkt verdient een prominente plek.

Een grote uitdaging voor de nieuwe minister van Klimaat en Energie is om een gewild binnenlands opleidingsprogramma voor technisch vakpersoneel van de grond te krijgen, via het beroepsonderwijs of on the job training bij bedrijven. Een andere mogelijkheid is om goed gekwalificeerd personeel uit het buitenland aan te trekken.

Zeker is dat, nu de doelen duidelijk zijn en de financiële middelen beschikbaar gesteld, we hard aan de slag moeten met de olifant in de kamer.