Hugo Erken

Kabinet moet sneller compenseren voor hoge inflatie

22 december 2021 10:48

De afgelopen maanden werd het (economische) nieuws gedomineerd door oplopende inflatie, ofwel een sterke stijging van het gemiddelde prijspeil. Daarbij gaat het in de volksmond eigenlijk bijna altijd over de stijging van de consumentenprijzen; de prijzen die u en ik betalen voor alle goederen en diensten die we maandelijks kopen. Maar wie wordt er nu eigenlijk het hardst geraakt door inflatie?

Het belangrijkste effect van inflatie is dat de koopkracht van ons geld daalt. Wanneer prijzen hoger worden heb je immers meer geld nodig om een bepaald mandje aan producten en diensten te kunnen kopen. Maar dat mandje verschilt echter aanzienlijk per individu.

Een algemeen inflatiecijfer van 5,2 procent, wat is gebaseerd op een gemiddeld uitgavenpatroon, zegt dus weinig over de mate waarin uw koopkracht wordt aangetast.

Laten we dat illustreren aan de hand van een fictief voorbeeld van twee huishoudens zonder kinderen, met een huurwoning en een kleine tweedehands auto. Het eerste huishouden heeft een kostwinnersinkomen rond het minimum van 1.700 euro bruto per maand, plus huur- en zorgtoeslag (400 euro in totaal). Het energiecontract is variabel. Hun kosten stijgen met bijna 129 euro, ofwel 6,6 procent.

Het tweede stel werkt beiden tegen een modaal inkomen en heeft dus een hoger budget. Dankzij een vast energiecontract is hun totale kostenstijging beperkt tot 83 euro, ofwel 2,4 procent. Hadden zij een variabel contract gehad, dan was hun kostenstijging in euro’s weliswaar hoger geweest dan die van het eerste stel, maar ook dan valt procentueel gezien hun 'persoonlijke inflatie' lager uit, namelijk 4,6 procent.

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Inflatie naar hoogste punt van de eeuw, stijgen de prijzen nog verder?

Zoals bovenstaand voorbeeld illustreert, is inflatie vooral vervelend als het gaat om producten en diensten die we écht nodig hebben, zoals energie en voedsel. En het raakt bovendien vooral huishoudens met een laag inkomen, omdat zij een relatief groot deel van hun totale inkomen kwijt zijn aan eerste levensbehoeften (zie ook deze studie van Wim Boonstra).

Omdat een hogere energierekening door de hoge gasprijzen voor lage inkomens nauwelijks tot niet op korte termijn is op te hoesten, is het verstandig dat Den Haag de energierekening van deze huishoudens met 200 euro eenmalig zal compenseren.

Dat komt overigens bovenop de generieke korting op de energiebelasting van 400 euro voor een gemiddeld huishoudens. Voor de langere termijn is beleid dat huishoudens helpt om hun gasverbruik te verminderen verstandiger.

Maar daarmee zijn we er helaas nog niet. Door de hogere kosten voor energie en logistieke verstoringen wereldwijd verwachten we dat ook dat de voedselprijzen de komende tijd nog behoorlijk zullen gaan stijgen.

Uit onderzoek van collega-economen Cyrille Filott en Sebastiaan Schreijen blijkt dat voedselleveranciers hun prijzen met 9 tot 10 procent moeten verhogen om hun gestegen productiekosten te dekken. Die prijsverhogingen zullen we als consumenten stapsgewijs volgend jaar terug gaan zien in de supermarkt.

De nieuwe coalitie verwacht dat de koopkracht van huishoudens gemiddeld met zo'n 1,9 procent zal stijgen. Maar hierbij is nog gerekend met 1,8 procent inflatie gemiddeld voor heel 2022. Wij gaan inmiddels al uit van 3,8 procent.

In het coalitieakkoord staat wel te lezen dat een nieuwe raming van de koopkrachtontwikkeling wordt gemaakt wanneer het CPB het macro-economische beeld heeft geactualiseerd. We voorspellen u alvast: daar komt een veel negatiever beeld uit, waarbij lage inkomens extra hard worden geraakt.

Weliswaar heeft het kabinet plannen om zowel het minimumloon als de vergoeding van de kinderopvang te verhogen, en daarnaast 3 miljard lastenverlichting door te voeren. Maar de effecten daarvan zijn pas in 2023 en latere jaren voelbaar en dat is dus te laat.

Het kabinet doet er daarom goed aan om de inkomstenbelasting sneller te verlagen, bijvoorbeeld door een hogere algemene heffingskorting. Dat levert iedereen op korte termijn al een voordeel op, zodat ook mensen met een laag inkomen kunnen rekenen op inflatiecompensatie. En dat lijkt ons zo vlak voor kerst een mooie boodschap.

Leontine Treur en Hugo Erken