Elwin de Groot

Helpt Rusland Europa de winter door?

10 november 2021 07:01

"Help de Russen de winter door." Sommigen van jullie herinneren zich wellicht nog de gelijknamige Nederlandse televisieactie in december 1990 die ruim 24 miljoen gulden inzamelde om voedsel en medicijnen te sturen naar het toen feitelijk failliete Rusland.

Op het vlak van de gasvoorziening zijn de kaarten inmiddels omgedraaid. De vraag is nu of Rusland Europa de aanstaande winter door helpt. Dat de crisis nog niet voorbij is, zien we ook weer deze week, die begon met een forse stijging van de marktprijzen van gas omdat – ondanks beloftes van president Poetin – de gasleveranties aan Europa achterblijven.

Veel experts zien de lagere Russische leveranties als een van de oorzaken van de crisis. Een groep Europarlementariërs schreef in september een brief waarin zij het Russische staatsbedrijf Gazprom ervan beschuldigen de gasprijzen te manipuleren in een poging het goedkeuringstraject van de Nord Stream 2 (NS2) gaspijplijn – die Oekraïne omzeilt – te bespoedigen.

De Russen ontkennen dat en zeggen dat zij voldaan hebben aan hun contractuele verplichtingen. Diverse malen herhaalde Poetin dat zijn land energie niet als een wapen gebruikt en dat Rusland bereid is Europa te helpen, desnoods zelfs door meer gas te leveren via de huidige Oekraïense pijplijn.

Maar tegelijkertijd suggereerde de Russische vicepremier Novak dat (snelle) certificering van NS2 zou kunnen bijdragen aan lagere gasprijzen, net als een grotere verkoop van gas via het elektronische platform van Gazprom. Rusland beweert namelijk ook dat 'speculatie' een oorzaak is van de sterk gestegen prijzen, vooral op de korte-termijn ('spot') markt. Het Kremlin, in tegenstelling tot de Europese Unie, prefereert langetermijngascontracten.

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Poetin: Rusland gebruikt energiecrisis niet als wapen

Wat dan ook de intenties van Poetin mogen zijn, Europa is sterk afhankelijk geworden van Russische gasleveranties. In 2020 kwam 37 procent van de Europese gasimport uit Rusland. In 2016 was dat minder dan de helft hiervan, zo'n 18 procent. Geen enkele andere afnemer komt in de buurt: Algerije volgt met 15 procent, en daarna komt Noorwegen (11 procent). De huidige hoge nood én deze afhankelijkheid verklaart waarom Europa nu weer haar ware geostrategische gezicht laat zien.

Het beoogde geostrategische gezicht van Europa is 'open strategische autonomie'. Europese leiders hebben dat eerder verwoord als het streven om "autonoom te handelen om zo haar belangen, waarden en manier van leven te beschermen en de rol van de EU in de wereld te versterken." In de praktijk komt het vooral neer op investeren in 'digitaal' en 'groen' en het smeden en/of versterken van handelsrelaties en allianties.

En dus ligt de nadruk bij energie in de EU vooral op 'open' in plaats van 'strategisch'. Ja, er was die bovengenoemde brief en, ja, Europees Energie Commissaris Kadri Simson zei eind oktober dat de Commissie een onderzoek is begonnen naar concurrentiebeperkend gedrag in de energiemarkt, maar nog geen twee weken daarvoor had zij al aangegeven dat haar initiële inschatting was dat 'Rusland zijn langetermijncontracten honoreert'.

Met andere woorden: de EU lijkt het Rusland niet al te moeilijk te kunnen of willen maken. Want het gas moet tenslotte stromen.

Acceptatie hiervan noopt Europa tot een herijking van haar strategische energieagenda. Er wordt natuurlijk ingezet op verduurzaming. Uiteindelijk kan dat ook er voor zorgen dat Europa ook echt van het gas af kan, zeker als de capaciteit voor waterstofproductie groeit. Maar dat zal nog even duren en in de tussentijd zien de meeste Europese landen gas juist als een relatief schoon alternatief voor kolen.

Misschien dus handig om na te denken over diversificatie van gasleveranciers. Of moet de EU toch langetermijncontracten uitonderhandelen met Rusland?

Het zou mij in ieder geval niets verbazen als er na de goedkeuring van Nord Stream 2 snel wat ademruimte komt voor Europa – met dank aan Vladimir Poetin. Maar dat zou wel voor iedereen duidelijk maken dat strategische autonomie, in ieder geval op het gebied van energie, voorlopig meer droom is dan werkelijkheid.