Joeri de Wilde

Inflatie het medicijn tegen ongelijkheid?

19 oktober 2021 07:18

Afgelopen week sloot De Nederlandsche Bank zich aan bij de wereldwijde club van gerenommeerde instituten die waarschuwen voor langdurig hogere inflatie. Deze inflatieangst komt niet uit de lucht vallen: rap stijgende energie- en huizenprijzen en nervositeit op de beurs wijzen al enige tijd op een mogelijke langdurige periode van fikse prijsstijgingen.  

Mochten we inderdaad aan de vooravond van zo’n nieuw inflatietijdperk staan, dan is de grote vraag wat dit betekent voor de wereldwijde strijd tegen ongelijkheid. Het afgelopen decennium waren inflatie en economische groei namelijk juist erg laag, en in deze periode is de vermogensongelijkheid in het overgrote deel van de ontwikkelde economieën (waaronder Nederland) toegenomen. Geen gekke gedachte dus dat hoge inflatie dan wellicht tot minder ongelijkheid in deze landen kan leiden.  

Dat de ongelijkheid is toegenomen door de lage inflatie van de afgelopen tien jaar heeft alles te maken met het rentebeleid van de centrale banken: zij hielden de rente kunstmatig laag, om op deze manier de economische groei en werkgelegenheid, en daarmee de inflatie, op te krikken. Het gevolg: een extreme stijging van de huizenprijzen en aandelenmarkten. Mensen met bezit waren hierdoor spekkoper, terwijl sparen nauwelijks meer loonde. Het gekke hierbij is dat centrale banken de prijsstijging van aandelen en huizen helemaal niet in hun inflatieberekening meenemen. Hierdoor leek de inflatie maar niet omhoog te gaan, en werd de rente dus laag gehouden. 

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Klaas Knot (DNB): hoge huizenprijzen en aandelenkoersen vormen risico

Daar zou nu verandering in kunnen komen, want momenteel zien we ook inflatie bij producten die de centrale banken wél meenemen bij het meten van inflatie (denk aan voedsel, energie en auto’s). Op die manier zou hoge inflatie zich dan weleens kunnen ontpoppen tot een onverwachte bondgenoot in de strijd tegen vermogensongelijkheid, zo is de hoop. Door inflatie neemt de reële waarde van schuld namelijk af, wat gunstig is voor huishoudens met meer schulden dan bezit (lees: de lagere inkomensgroepen).  

Daarnaast zien centrale bankiers zich bij langdurig hoge inflatie genoodzaakt de rente te verhogen, om zo de inflatie af te remmen. Op die manier worden de rijkeren onder ons, met meer bezit dan schuld, door de hogere inflatie juist getroffen: een hogere rente leidt tot een waardedaling van hun bezit. En voor wie nu denkt dat deze rentestijging ook nadelig is voor mensen met meer schuld dan bezit: vaak zijn rentes voor langere periodes vastgelegd (bijvoorbeeld bij hypotheken), waardoor schulden door de hogere rente niet snel onbetaalbaar worden. Tot slot heeft de grote groep huishoudens waar bezit en schuld ongeveer in balans zijn ook voordeel bij een lagere reële schuld (door de hoge inflatie) en lager reëel bezit (door bijbehorende hogere rente), omdat ze zo minder kwetsbaar worden voor schommelingen in huis- en aandelenmarkten en in de rente.  

Maar dit is niet het hele verhaal. Wie in Nederland in loondienst is, heeft namelijk meestal een pensioenregeling, en dit pensioengeld wordt in de regel belegd in aandelen en obligaties. Een hogere rente zou dan ook een waardedaling van het opgebouwde pensioen betekenen.

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Containers, personeel, chips: deze tekorten dreigen de economie te raken

En ondertussen moet de loonontwikkeling over de gehele linie natuurlijk ook nog eens gelijke tred houden met de inflatie, zodat de koopkracht van de middel- en lage-inkomensgroepen er niet op achteruit gaat. Maar bij een langdurige periode van hoge inflatie is dit helaas onwaarschijnlijk, omdat woekerende prijzen dan het vertrouwen van bedrijven aantasten. Hierdoor worden bedrijfsinvesteringen uitgesteld of helemaal afgeblazen. Deze terugloop in bedrijfsuitgaven leidt logischerwijs tot zwakkere economische groei en hogere werkeloosheid, en in zo’n situatie worden nou juist lagere inkomensgroepen relatief hard getroffen. Minder beschikbare banen dus, en zeker geen loonsverhoging voor bijvoorbeeld flexwerkers.  

We moeten kortom geen valse hoop koesteren dat een periode van hoge inflatie de heilige graal is in de strijd tegen ongelijkheid. Ja, als lonen blijven meestijgen en rentes langdurig zijn vastgezet,  dan zou hogere inflatie en bijbehorende hogere rente een duwtje in de juiste richting kunnen geven. Maar hoge inflatie alleen gaat de ongelijkheid niet oplossen. Hiervoor zijn toch echt structurele hervormingen nodig, zoals een grondige herziening van ons belastingsysteem of gerichte, groene overheidsinvesteringen voor de lange termijn.