Ester Barendregt

Hoog tijd om breder te kijken naar ongelijkheid tussen mannen en vrouwen

13 oktober 2021 10:03

In de laatste weken was er volop aandacht voor economische ongelijkheid tussen mannen en vrouwen in Nederland. Zo was daar de publicatie van de Dutch Female Board Index 2021.

Hieruit bleek wederom dat het aantal vrouwelijke bestuurders bij beursgenoteerde ondernemingen nog altijd ver achterloopt bij het aantal mannelijke bestuurders. Bovendien is de groei van het aantal vrouwelijke commissarissen in het laatste jaar afgevlakt.

Het was wellicht het laatste zetje voor sommige senatoren in de Eerste Kamer om in te stemmen met het wetsvoorstel voor een 'ingroeiquotum' voor beursgenoteerde ondernemingen.

De media besteedden terecht ook veel aandacht aan een studie van Netspar die aantoonde dat Nederland bijna de grootste genderpensioenkloof heeft van de EU: gepensioneerde vrouwen ontvangen in ons land ruim 40 procent minder dan mannen uit AOW en arbeidsvoorwaardelijk pensioen.

Tijdens de coronacrisis zijn de welvaartsverschillen tussen mannen en vrouwen vergroot

De bevindingen waren tegelijk schokkend - want het is een zeer onwenselijke uitkomst - en niet verrassend. De pensioenkloof, zo toonden de onderzoekers aan, wordt immers vooral veroorzaakt door het welbekende gegeven dat Nederlandse vrouwen minder uren werken en vaker in sectoren werkzaam zijn waar de pensioenopbouw relatief sober is.

Wél verrast waren we door de uitkomsten van recent (eigen) RaboResearch onderzoek, namelijk dat tijdens de coronacrisis welvaartsverschillen tussen mannen en vrouwen zijn vergroot. En daarbij gaat het nu eens niet over verschillen in arbeidsvoorwaarden en carrièrekansen. Nee, sinds corona zijn vrouwen er vooral relatief op achteruit gegaan op het vlak van gezondheid, persoonlijke ontwikkeling en maatschappelijke betrokkenheid.

Mannen gingen erop vooruit in hun balans tussen werk en privé, maar vrouwen niet of nauwelijks

In dezelfde periode gingen mannen erop vooruit in hun balans tussen werk en privé, maar vrouwen niet of nauwelijks. Opvallend genoeg zijn deze resultaten niet te verklaren door factoren zoals gezinssamenstelling of de sector waarin men werkt.

Ook een intuïtief aantrekkelijke verklaring zoals 'vrouwen hebben vast disproportioneel veel last gehad van het thuisonderwijs'  konden we niet aantonen. Waar de oorzaak voor deze toenemende verschillen tussen mannen en vrouwen wordt veroorzaakt, is dus nog wel even puzzelen.

Caroline Criado Perez spreekt in haar boek Onzichtbare Vrouwen over de 'gender data gap'. Vrouwen werken volgens de statistieken minder uren per week dan mannen, maar dit zijn gemeten statistieken. Vrouwen nemen over het algemeen nog steeds meer zorgtaken op zich – denk aan zorg voor kinderen en taken in het huishouden.

Zo zou het nuttig zijn om te weten hoe de verdeling van huishoudelijke en zorgtaken zich tijdens de bijzondere coronaperiode heeft ontwikkeld. Mogelijk ligt hier de verklaring voor onze bevinding dat de balans tussen werk en privé voor mannen wél is verbeterd en voor vrouwen niet.

En wellicht kunnen meer data ook verklaren waarom juist vrouwen tijdens de coronapandemie hun gezondheid, persoonlijke ontwikkeling en maatschappelijke betrokkenheid onder druk voelden staan.

Dat proberen te verklaren is de moeite waard. Want gezondheid, persoonlijke ontwikkeling en maatschappelijke betrokkenheid zijn belangrijke bouwstenen voor een welvarend leven, voor mannen en voor vrouwen.

Bovendien bestaan er mogelijk dwarsverbanden tussen ongelijkheid in verschillende aspecten van welvaart. Neem persoonlijke ontwikkeling. Die draagt ook bij aan hogere welvaart op andere terreinen. Denk aan (mentale) gezondheid, en ja, in de vorm van menselijk kapitaal ook aan de traditionele welvaartsaspecten zoals meer inkomen en hogere baankansen.

Hoog tijd dus om de discussie over ongelijkheid tussen mannen en vrouwen breder te trekken dan alleen op het gebied van arbeidsvoorwaarden en carrièrekansen.

Ester Barendregt en Floris Jan Sander